Franck Riboud
©epa
Voor iemand die mee verantwoordelijk is voor de grootste politieke hetze tegen bedrijven in de recente Franse geschiedenis, is Franck Riboud, gedelegeerd bestuurder van de voedingsgroep Danone, verrassend ongeïntimideerd.

,,Ik zou het opnieuw doen'', zegt Franck Riboud over de sluiting van twee Franse koekjesfabrieken die hij vorige maande aankondigde. De sluiting betekent het verlies van 570 banen en maakt deel uit van een ruimere Europese herstructurering. ,,Ik weet van mezelf dat ik mensen respecteer en dat ik mijn werk doe.''

Een dergelijke zelfverzekerdheid staat in schril contrast met het tumult dat veel groter is dan ten tijde van de rationaliseringsplannen van de bandengroep Michelin in september 1999. De Fransen hebben zich op spectaculaire manier achter de ontslagen werknemers geschaard. Uit een enquête bleek dat bijna negen op de tien mensen het ,,onaanvaardbaar'' vonden dat winstgevende bedrijven mensen ontslaan.

Door een steeds algemener bezit van aandelen is het volkskapitalisme een realiteit in Frankrijk, maar de woede over de reeks aangekondigde herstructureringen dit jaar geeft aan dat het oude Franse instinct voor staatscontrole niet dood is.

Meer dan 14.000 mensen betoogden een tiental dagen geleden in Calais en ze riepen de regering op om de sluitingen te stoppen. Daarmee is laisser faire weer een vies woord geworden.

De sluitingen bij Danone zorgden niet alleen voor betogingen, een boycot van de producten van het bedrijf en bedreigingen aan het adres van Franck Riboud, maar ze waren ook een katalysator voor een nieuwe wetgeving die de rechten van de werknemers moet beschermen.

De maatregelen die de Franse minister van Arbeid, Elisabeth Guigou, vorige week aankondigde omvatten de verdubbeling van opzeggingsvergoeding en een langere opzeggingstermijn. De werkgevers zien de nieuwe maatregelen als een achteruitgang die investeerders dreigen weg te jagen uit Frankrijk.

De overtuiging van Franck Riboud dat hij de juiste beslissing heeft genomen wordt ondersteund door de reputatie van Danone als een van de progressiefste werkgevers van Frankrijk. ,,Momenteel doen we al meer dan wat de nieuwe maatregelen ons zouden opleggen'', zegt hij.

De ontslagen werknemers in de koekjesfabrieken van Calais en Evry (nabij Parijs) zullen een nieuwe baan aangeboden krijgen binnen de groep in Frankrijk en ze zullen hulp krijgen om werk te vinden buiten het bedrijf. Het bedrijf zegt dat het in 95 procent van de gevallen erin slaagt om nieuwe banen te vinden binnen of buiten het bedrijf.

Maar ook al gelooft hij dat het bedrijf, dat zijn vader heeft opgericht, zich als een modelwerkgever heeft gedragen, de schade aan het imago van Danone is heel groot. ,,Op korte termijn zullen we misschien marktaandeel verliezen. Niet door de boycot maar door de tijdelijke stop van onze inspanningen op het vlak van marketing. Als er een stier op je afstormt, dan zwaai je niet met een rode doek.''

Sommigen zijn van mening dat de 45-jarige Riboud, die in 1996 zijn vader opvolgde aan het roer van Danone, te openhartig is. Bovendien had zijn strategie om te wachten tot na de gemeenteraadsverkiezingen van vorige maand om de sluitingen aan te kondigen, een averechts effect. De linkse partijen wilden de aandacht afleiden van hun zwakke verkiezingsresultaten door zich volledig te concentreren op de ,,brutale'' afvloeiingen bij Danone.

Het was ongelukkig voor Riboud dat op de dag dat Danone de sluiting van de fabrieken bekendmaakte, Marks & Spencer de sluiting van 18 Franse winkels aankondigde. Riboud werd dan over dezelfde kam geschoren als het Britse bedrijf, hoewel de Britse winkelketen veel minder aandacht had besteed aan de Franse arbeidswetgeving.

Toen hij door de politici door de mangel werd gehaald, had dat tot gevolg dat andere gedelegeerd bestuurders hun solidariteit met hem betuigden. Jean Peyrelevade van Crédit Lyonnais verdubbelt zijn consumptie van yoghurt van Danone en Jean-Marie Messier van Vivendi Universal deed een oproep om ,,de demagogie'' te stoppen.

Franck Riboud gelooft dat de storm zal overwaaien en dat er een verschil is tussen politieke passie en de loyaliteit van de consumenten. ,,Heeft het imago van Renault nog altijd te lijden onder de sluiting van Renault Vilvoorde in 1997? We zijn niet langer enkel op Frankrijk gericht. Nu halen we slechts 23 procent van onze omzet in Frankrijk. Op internationaal vlak zal ons imago er absoluut niet onder lijden.''