Het kan verkeren! Duitsland en Frankrijk waren de grootste pleitbezorgers voor het stabiliteits- en groeipact in de aanloop tot de creatie van de eurozone. Nu zitten zij in de beklaagdenbank wegens het niet naleven van die regels. Vormt het compromis over het niet toepassen van de sancties een bedreiging voor de euro? Is de geloofwaardigheid van het pact ondergraven? Welke alternatieven zijn denkbaar en zijn die dan beter dan het compromis?

Zowel de Europese Commissie als de Europese Centrale Bank blijven zweren bij de strikte toepassing van het pact, hoewel de Europese commissaris Pedro Solbes zelf voor de nodige opening heeft gezorgd om een compromis mogelijk te maken. Dat de Europese Commissie als het ware buiten spel wordt gezet door de recente beslissing van de Europese ministerraad, is een pijnlijk neveneffect.

Het basisprincipe van het pact is het streven naar een begroting in evenwicht, liefst nog met een overschot. Een afwijking met 0,5 % wordt getolereerd.

In de aanloop tot de eurozone hebben alle kandidaat-toetreders wonderwel getracht de Maastrichtcriteria te respecteren. Italië en België, die compleet overhoop lagen met hun torenhoge staatsschuld, kregen toch een toegangsticket, op voorwaarde dat zij zouden proberen een belangrijk primair overschot te realiseren om aldus de rentelast op te vangen.

Hun convergentieplannen worden nauwgezet opgevolgd. In feite zou men kunnen stellen dat beide landen nog steeds ,,onder toezicht'' staan. Dat verklaart waarom de Belgische regering geen andere keuze heeft dan op zijn minst een begrotingsevenwicht na te streven. De voorbije vier jaar lukte dat goed, zij het soms met een erg creatieve boekhouding. Het pact bewijst hier dus zijn deugdelijkheid. Italië voelt zich minder onder curatele en veroorlooft zich bijkomende tekorten, ondanks de verschillende initiatieven inzake fiscale amnestie.

Wat Duitsland en Frankrijk betreft, is het natuurlijk pijnlijk vast te stellen dat beide al drie jaar een tekort hebben dat hoger ligt dan de getolereerde 3 %. Die landen, die bijna de helft van het bbp van de eurozone vertegenwoordigen, dwingen om snel orde op zaken te stellen, zou het prille conjunctuurherstel in de eurozone in gevaar brengen.

Een soepel monetair beleid en een expansief begrotingsbeleid zijn verdedigbaar om de eurozone uit de stagnatie te halen, zeker op een ogenblik dat de inflatie geen hot issue meer is en de werkloosheidstoename een halt moet worden toegeroepen.

Een strikte focus op de stabiliteit is geen zekerheid voor economische groei, zoals uit de recente geschiedenis is gebleken. Trouwens, een begrotingstekort van 3 á 4 % is nog altijd veeleer bescheiden in vergelijking met vroeger. Ook het feit dat Duitsland en Frankrijk geen overdreven staatsschuld (minder dan 60 % van het bbp) hebben, biedt hen de mogelijkheid om wat expansiever te zijn.

Beide landen vormen zowel de politieke als de economische ruggengraat van de eurozone. Ze groeien naar elkaar toe en willen het voortouw nemen in de verdere Europese integratie, onder meer via de Europese grondwet en een Europese defensiemacht. In feite zijn ze bereid om in Europa te investeren. De nationale aanpak van hun economische problemen zou de eurozone dus ten goede moeten komen.

Het politieke compromis raakt niet aan de regels van het pact. Natuurlijk is het geen goede zaak voor de geloofwaardigheid, maar het levert wel tijdwinst op die misschien kan leiden tot een bijsturing van het pact op een rustiger ogenblik. De financiële markten hielden reeds geruime tijd rekening met dit scenario, in zoverre dat er geen schokken moeten worden verwacht. Hierdoor zal de euro er evenmin direct hinder van ondervinden.

Zijn er alternatieven? Zeker. Wij zien er vooral drie.

Het eerste is de strikte toepassing van het pact, zoals de ECB het in feite wil. Dat komt de geloofwaardigheid zeker ten goede, maar leidt ongetwijfeld tot een open conflict binnen de eurozone. Trouwens, sancties leiden niet perse tot het beoogde resultaat, namelijk het wegwerken van het overdreven begrotingstekort. Het sanctiedraaiboek is complex en spreidt zich uit over verschillende jaren. Het is niet uitgesloten dat daardoor op korte termijn een lichte recessie wordt uitgelokt en dat anti-Europese reflexen worden gestimuleerd ter compensatie van de geloofwaardigheid op lange termijn.

Bovendien is het niet zo evident om in een zwakke economische context structurele hervormingen door te voeren. Op de financiële markten zal dat waarschijnlijk lagere rentevoeten en lagere aandelenkoersen, maar ook een zwakkere euro tot gevolg hebben.

Het tweede alternatief is het schrappen van het pact, wat erop neerkomt dat men zijn onvermogen toegeeft. De markt krijgt dan vrij spel om te oordelen over het gebrek aan discipline. Daardoor wordt de geloofwaardigheid van het pact op het spel gezet en de euro ondermijnd.

Dat kan uitmonden in een algemene renteverhoging, naast die voor de deficitlanden. De schrapping leidt zeker tot een negatieve reactie, zowel op de aandelenmarkten als op de obligatiemarkten, want ze is een breuk met het recente verleden en creëert een totaal nieuwe context. Een stijging van de spreads tussen de verschillende leningen van de lidstaten van de eurozone is voorspelbaar na de opvallende convergentie in de voorbije jaren. De opheffing van het pact is tevens een kaakslag voor de tien nieuwe lidstaten van de Europese Unie, die alle moeite doen om hun beleid af te stemmen op de Maastrichtcriteria.

Een derde alternatief is het sleutelen aan bepaalde regels van het pact. Op die manier wordt misschien een oplossing op maat van de overtreders gevonden. Op termijn zal die niet optimaal zijn. De geloofwaardigheid wordt zeker op de helling geplaatst. Het pact wijzigen waarborgt niet dat de lidstaten de nieuwe regels ook effectief zullen naleven.

Belangrijk is dat de limiet van 3 % voor het begrotingstekort expliciet vermeld staat in het Verdrag van Maastricht. Het pact is niets anders dan de implementatie van die regel. In de huidige context is een wijziging van dat Verdrag onmogelijk, omdat de toetredingsregels voor de tien nieuwe lidstaten erdoor veranderd zouden worden. Het wijzigen van enkele regels van het pact zou misschien niet zoveel negatieve effecten hebben op de aandelen- en obligatiemarkten, omdat het pact als dusdanig overeind blijft. Ook de euro zou in principe gespaard kunnen blijven van een neerwaartse correctie.

Het deze week door de ministers bereikte politieke akkoord heeft een wrange nasmaak, omdat diezelfde ministers wel de procedure ten aanzien van Portugal hebben opgestart, trouwens met goed gevolg. Worden de hoopvolle economische vooruitzichten voor 2004 gerealiseerd, dan is het best mogelijk dat de relatieve tekorten van Duitsland en Frankrijk beduidend kleiner uitvallen dan verwacht en dat de structurele aanpassingen geïmplementeerd worden.

(Op zaterdag legt de redactie een actueel thema voor aan een ,,denktank'' van financieel-economische specialisten. Deze week antwoordt Frank Lierman, hoofdeconoom van Dexia Bank.)