Het is u wellicht ook al overkomen: in de vooravond een bakkerswinkel binnenstappen en vaststellen dat de klant vlak voor u net het laatste behoorlijke brood koopt. U rest dan slechts een beperkte keuze halve misbaksels. De kans is reëel dat daarin verandering komt als de broodprijs straks vrijgelaten wordt.

Vooreerst: het is een misvatting te denken dat zo'n vrijmaking meteen tot een algemene verhoging van de broodprijs zal leiden. Als de wet van vraag en aanbod werkt -- en dat doet ze al eeuwen -- dan bestaat een veel realistischer scenario erin dat de broodprijs een stijging te zien zal geven in de loop van de dag, naarmate het broodaanbod krimpt en de vraag almaar dringender wordt. Een wakkere bakker zal in de late namiddag wachten tot hij enkele klanten in de winkel heeft en hen vervolgens tegen elkaar laten opbieden voor het resterende brood.

De vrijmaking van de broodprijs heeft voor de minister van Economische Zaken het prettige neveneffect dat hij of zij niet meer moet weten hoeveel die eigenlijk bedraagt. Vooral in de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen de kwestie-Voeren om de haverklap een nieuwe regering opleverde, was het een populair journalistiek tijdverdrijf om de nieuwe excellentie op Economische Zaken te vragen hoeveel een brood nu eigenlijk kost. (Een bloemlezing uit de antwoorden: ,,Twintig frank?'' -- ,,Zeventig frank?'' -- ,,C'est quoi, een brood?'')

Door het duurder worden van brood tegen sluitingstijd bestaat het risico dat meer mensen de aandrang zullen voelen er zich een toe te eigenen zonder daarvoor te betalen. Mogelijk worden er dus meer gevallen van broodroof gemeld. De daders moeten dan denkelijk gezocht worden in het milieu van de kruimeldieven.

U vraagt zich misschien af waarom ik zo luchthartig over deze materie kan schrijven. De reden daarvoor is dat ons gezin sinds ruim een half jaar een broodbakmachine bezit. Het toestel werd aangekocht met het oog op de kleinschalige aanmaak van zoutloos brood en heeft ons tot dusver niet teleurgesteld. Toch oogst ik niet zelden een meewarige blik als ik bij collega's ons oventje ter sprake breng. Waarom?

Het fundamentele probleem met broodmachines is dat ze aangeprezen worden in het verkeerde rek. In elektrowinkels vindt u ze steevast bij de huishoudtoestellen, terwijl ze eigenlijk thuishoren bij de ontspanningselektronica.

Hebt u al ooit een brood zien rijzen? Boeiender dan de meeste televisieprogramma's die de kabel ons 's avonds aanbiedt, en het ruikt nog beter ook. Er is vooreerst de kansfactor. Onze machine kan twaalf soorten brood leveren (wit, grijs, volkoren, meergranen, boerenwit, boerengrof, Ardens, Toscaans, tijger...), in drie versies (licht gekorst, matig gekorst, verkoold). Het is altijd een beetje spannend waarmee ze ons nu weer zal verblijden.

Maar boeiender nog is de geluksfactor. Zelfs met de beste voorbereiding kan een brood in de slotfase letterlijk een inzinking krijgen waarbij de legendarische terugval van Eddy Merckx in de 15de rit van de Tour 1975 (Nice-Pra Loup) verbleekt. En dus is het telkens uitkijken: haalt onze grote carré het of haalt hij het niet?

Mocht u zich nu nog afvragen waarom onze jongste huisvriend Titus heet: hij belichaamt op een perfecte manier het oude Romeinse motto ,,Brood en spelen''.

  • De Pijn van het Magazijn poogt elke zaterdag het moreel van de consument op te krikken.