BRUSSEL -- De Europese Commissie heeft gisteren onverkort de drastische sanering van de Europese visserijsector goedgekeurd. Vooral de zuidelijke lidstaten, met de huidige EU-voorzitter Spanje op kop, hebben geprobeerd dat te verhinderen. Ze zullen zich met hand en tand tegen de voorstellen verzetten in de ministerraad en het Europees Parlement. De Commissie wil dat de hervorming op 1 januari 2003 in werking treedt.

De ondervoorzitter van de Commissie, de Spaanse Loyola de Palacio, is gisteren weggebleven van de commissievergadering waar de hervorming werd goedgekeurd. De Palacio is een fervente tegenstander van de voorstellen en moest gisteren dringend op bezoek in Moskou. In een brief aan commissaris Franz Fischler van Landbouw en Visserij liet ze opnieuw weten dat de voorstellen volgens haar te drastisch zijn en het werk van de vissers bedreigen.

Op de commissievergadering hebben ook Pedro Solbes, de tweede Spaanse commissaris, Michel Barnier (Frankrijk) en Anna Diamantopoulou (Griekenland) bezwaar gemaakt. Maar Fischler wilde van geen wijken weten.

Half april moest hij al toezien hoe commissievoorzitter Romano Prodi zijn voorstellen op het laatste moment van de agenda haalde, onder meer nadat Prodi van de Spaanse premier -- en de huidige EU-voorzitter -- José-Maria Aznar een telefoontje had gekregen.

Gisteren is er zo goed als niets gewijzigd. Alleen de financiering -- er is in te weinig geld voorzien op de begroting van volgend jaar -- was nog een probleem. Fischler zei dat er geen alternatief is omdat het visbestand te snel verdwijnt en niet voldoende kan worden aangevuld met de huidige vlootcapaciteit. Naargelang van de vissoort moet er volgens de Commissie jaarlijks 30 tot 60 procent minder gevangen worden.

De Commissie wil de maximale vangst niet langer vastleggen per jaar, maar voor verscheidene jaren en in functie van het behoud van de vissoort. De hervorming moet al vanaf volgend jaar ingaan. De uitvoering door de lidstaten zal onder toezicht staan van een nieuw op te richten Europese kustinspectie die onder de bevoegdheid valt van de Europese Commissie.

De vlootcapaciteit moet met 8.600 stuks verminderen, wat neerkomt op 8,5 procent van het totaal aantal boten en 18 procent van de totale tonnage. Er is sprake van 28.000 banen die zouden sneuvelen tegen 2006. Tussen 1990 en 1998 zijn er in de visserij al 66.000 banen verloren gegaan.

Modernisering -- capaciteitsvergroting -- van de vloot wordt verboden en uiteraard niet langer gesubsidieerd. Het geld dat bestemd was voor modernisering zal aan sloop en opvang van de sociale gevolgen worden besteed. Daarbovenop moet er in 272 miljoen euro worden voorzien voor de dringende sloop van schepen tussen 2003 en 2006. Schepen die 20 procent minder mogen vangen, kunnen 20 procent extra slooppremie krijgen als ze uit de vaart gaan. Elders uit de begroting moet nog bijkomend geld worden gevonden.

Naast Spanje, Portugal, Italië en Griekenland zijn ook Ierland en Frankrijk tegen de voorstellen gekant. De noordelijke landen, met een moderne en geïndustrialiseerde vloot, zouden relatief minder moeten saneren dan de zuidelijke landen, die met kleinere schepen maar meer mankracht werken.

Tegen half december moeten de lidstaten de hervorming goedkeuren. Het is in de huidige stand van zaken zo goed als uitgesloten dat de Commissie in de ministerraad een gekwalificeerde meerderheid haalt als ze haar voorstellen niet bijstuurt.

In de hele EU werkt een half miljoen mensen in de visserij. Ze brengen jaarlijks voor 5,5 miljard euro vis aan land voor verdere verwerking. Spanje neemt daarvan meer dan een derde voor zijn rekening.