BRUSSEL -- De nieuwe beheersovereenkomst tussen De Post en de federale overheid bevat een reeks bepalingen die moeten vermijden dat het management van De Post begint te experimenteren met het netwerk van postkantoren.

De Post telt een uitgebreid netwerk van bijna 1.400 kantoren. Daar zijn heel wat kleine kantoortjes bij die weinig klanten over de vloer krijgen en onrendabel zijn. Om die reden had postbaas Frans Rombouts vorig jaar voorgesteld om 400 kleine postkantoortjes te sluiten. Meteen stonden de politici op hun achterpoten en Frans Rombouts moest opstappen. Johnny Thijs volgde hem in december op.

Thijs krijgt niet de kans om het voorstel van Rombouts te herhalen. In de nieuwe beheersovereenkomst, waarover maanden is onderhandeld, staan gedetailleerde richtlijnen over het postkantorennet. Zijn manoeuvreerruimte om daaraan te beginnen knutselen, is bijzonder beperkt.

In eerste instantie luidt het dat De Post en de overheid van oordeel zijn dat de huidige dichtheid van het net beantwoordt aan de behoeften van nabijheid, verbonden aan de uitvoering van de taken van openbare dienst. Ten tweede bepaalt de beheersovereenkomst dat alle gemeenten van het land over minstens één postkantoor of postaal servicepunt moeten beschikken. Als De Post het enige postkantoor in een gemeente wil omvormen tot een postaal servicepunt, heeft ze daarvoor de goedkeuring nodig van de gemeentelijke overheden.

Als De Post toch plannen heeft om kantoren of servicepunten te sluiten, dan moet ze die plannen eerst voorleggen aan de regering. Tenminste als er geen ander postkantoor of servicepunt in een straal van vijf kilometer ligt. Levert het overleg tussen overheid en De Post binnen de drie maanden geen resultaat op, dan kan De Post doorgaan met de aanpassing van haar netwerk.

De Post mag wel ,,op een actieve en creatieve manier'' haar servicepunten ontwikkelen, door samenwerkingen aan te gaan met andere verleners van openbare diensten. De Post denkt er bijvoorbeeld aan servicepunten onder te brengen in gemeentehuizen. Er is wel een belangrijke voorwaarde: ,,De prestaties moeten worden uitgevoerd door personeel van De Post''.

De beheersovereenkomst legt De Post een aantal taken van openbare dienst op -- bedeling van kranten, uitreiking van verkiezingsdrukwerk, betaling aan huis van pensioenen, gratis omwisseling van munten in Belgische frank tegen euro, en zo meer -- én taken van algemeen belang die De Post moet vervullen voor rekening van de staat. Onder het laatste valt onder mee de sociale rol van de postbode ten aanzien van alleenstaanden en de minstbedeelden, het afdrukken en leveren van elektronische post en een dienst voor het certificeren van berichten.

Voor die taken van openbare dienst en van algemeen belang wordt De Post vergoed door de staat. De beheersovereenkomst bepaalt wel dat De Post er moet naar streven die diensten op een kostenefficiënte manier te verlenen. Afgelopen jaar kreeg De Post van de overheid 210 miljoen euro, maar volgens De Post was dat zeker 50 miljoen euro te weinig.

De gewone brievenpost en andere concurrerende activiteiten die De Post uitoefent, mogen volgens de Europese richtlijnen niet door de overheid worden gesubsidieerd.

Een aantal concurrenten van De Post, onder wie de Belgische Vereniging Direct Marketing, de Belgian Courier Association (koerierdiensten) en de Free & Fair Post Initiative (FFPI), evenals het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) zijn alvast niet te spreken over de nieuwe beheersovereenkomst, die deze week aan de ministerraad wordt voorgelegd. Zij hebben hun bezwaren kenbaar gemaakt aan het Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie (BIPT), de toezichthouder op de postdiensten.

Een eerste bezwaar is dat de kwaliteitseisen die het beheerscontract De Post oplegt voor de basispostdiensten (de brievenpost), niet streng genoeg zijn. Het bedrijfsleven, met een aandeel van 85 procent de grootste gebruiker van de basispostdiensten, eist dat hieraan meer aandacht besteed wordt.

Een tweede bezwaar luidt dat de andere activiteiten van De Post onduidelijk worden afgebakend. Volgens de concurrenten horen bijvoorbeeld elektronische diensten en grensoverschrijdende diensten met zekere toegevoegde waarde niet thuis in een postmonopolie.

Ten derde vinden ze dat er in de beheersovereenkomst te weinig waarborgen zijn ingebouwd om te vermijden dat De Post de ontvangen vergoedingen voor taken van openbaar nut gedeeltelijk gebruikt om gewone commerciële activiteiten te financieren. Dat komt neer op illegale subsidiëring, zeggen de concurrenten. Ze vragen dat de beheersovereenkomst grondig wordt herzien.