Terwijl de gesprekken over de toetreding van nieuwe lidstaten voortgaan in Brussel, zijn sommige lokale ondernemers al bezig met de oplossing van enkele praktische problemen.

Katja Brecht drinkt een glas vers peresap op haar fruitbedrijf in Oost-Duitsland, op de grens met Polen. Zij is volop bezig zich voor te bereiden op de uitbreiding van de Europese Unie naar het Oosten. Zij is bosbessen aan het planten.

,,De uitbreiding zal een grote impact hebben. We moeten ons onderscheiden door te kiezen voor kwaliteitsproducten'', zegt ze. De ernst op haar anders stralende gezicht verraadt de lokale bezorgdheid over de toekomstige toetreding van Polen tot de EU. Die toetreding komt er misschien al binnen de vijf jaar.

Door de uitbreiding zal haar bedrijf, dat ze samen met haar partner Kirstin Wilms heeft opgebouwd sinds de Duitse eenmaking in 1990, rechtstreeks moeten concurreren met goedkopere producten van over de grens.

De uitbreiding van de EU is natuurlijk meer dan de economie van het zachte fruit. In een rapport voorspelde de Europese Commissie vorige week dat er jaarlijks 220.000 migranten naar Duitsland zouden kunnen gaan. Uit ervaring weet Katja Brecht dat de lokale, conservatieve gemeenschap maar verandering kan aanvaarden als die niet te snel gaat.

Hun bedrijf heet Obsthof Wilms en ligt buiten Frankfurt an der Oder. De twee vrouwen verwekten heel wat opschudding door in het hoogseizoen tot 30 Poolse arbeiders in dienst te nemen (Duitsers willen gewoonweg niet werken voor 6 Duitse mark per uur). ,,Er was een wantrouwen tegenover ons als vrouwen. En er stonden Poolse wagens voor de deur. Mijn God! Mijn God!''

De regio is een belangrijke barometer voor de publieke opinie in Duitsland. Terwijl de politici in Berlijn, 90 km naar het westen, zich buigen over de politieke betekenis van de mogelijke toetreding van 12 nieuwe leden, zijn gebieden als Frankfurt an der Oder bezig met de praktische gevolgen.

De mogelijke problemen waar Duitsland voor staat bij de integratie van buitenlanders werden deze maand nog eens onderstreept door Johannes Rau. Hij waarschuwde voor een ,,agressieve intolerantie'' tegenover vreemdelingen en riep de maatschappelijke leiders op om de moed op te brengen racistische neigingen te bekampen. Hoewel hij dat niet bedoelde als bijdrage tot het debat over de uitbreiding, verklaarde hij dat Duitsland mensen nodig had om de tekorten op de arbeidsmarkt op te vullen en om te helpen bij de financiering van het overbelaste systeem van sociale zekerheid.

Frankfurt an der Oder heeft duidelijk meer vooruitgang geboekt dan andere streken. Poolse kinderen zijn ingeschreven in Duitse scholen. De plaatselijke universiteit heeft 30 procent Poolse studenten. De brug over de Oder, die de stad verbindt met het Poolse Slubice, wordt druk gebruikt door mensen die naar Polen gaan om asperges (de helft goedkoper dan in Duitsland) of sigaretten te kopen of om naar de kapper te gaan.

De stroom van arbeidskrachten in de andere richting wordt officieel gecontroleerd. Maar zoals een Oost-Duits parlementslid het stelt: ,,Als je in Berlijn je badkamer wil laten betegelen, moet je maar in het telefoonboek kijken om een Oost-Duitse vakman te vinden. In feite is de grens al open.''

Maar buitenlanders maken slechts 4 procent uit van de bevolking van Frankfurt an der Oder. Buiten enkele tweetalige verkeersborden is er niet veel te merken van een culturele kruisbestuiving. Dat in tegenstelling tot andere Duitse grensstreken. In Saarland aan de grens met Frankrijk bijvoorbeeld spreken vele mensen Frans en Duits.

Frankfurt an der Oder maakt zich zorgen over de uitbreiding. Günter Kohlbacher, de plaatselijke vertegenwoordiger van de metaalwerkersvakbond IG Metall, zegt dat de regio redenen heeft om bezorgd te zijn. Ten eerste heerst er een werkloosheid van meer dan 18 procent. Ten tweede is er het traditionele systeem van collectieve onderhandelingen in Oost-Duitsland.

,,Om de oostelijke uitbreiding te doen aanvaarden, zal het belangrijk zijn dat we regels opstellen om een eind te maken aan de val van de lonen en aan de wilde concurrentie op de arbeidsmarkt'', zegt Kohlbacher.

Dergelijke bezwaren verklaren waarom Berlijn in Brussel zo hard aandringt op overgangsmaatregelen. Die moeten het vrije verkeer van arbeidskrachten vanuit nieuwe Europese lidstaten naar Duitsland beperken en tijdelijk de controle op de arbeidsmarkt behouden.

Aan de andere kant van de Oder heerst er enige verbazing. Krzysztof Wojciechowski, administratief directeur van het Collegium Polonicum, een grensoverschrijdende academische instelling, vindt het een belachelijk idee dat heel veel Polen klaar staan om Duitsland te overspoelen.

Veel ambitieuze Polen in Duitsland zullen misschien terug naar huis gaan terwijl ongeschoolde arbeiders ,,ofwel niet willen verhuizen ofwel al actief zijn, bijvoorbeeld bij het plukken van bosbessen. De niches voor goedkoop werk zijn al ingenomen''.

In Obsthof Wilms zijn ze bereid om de Polen een kans te geven door ze lid te maken van de Europese Unie. Katja Brecht: ,,We hebben onze kans gekregen toen de Berlijnse muur werd afgebroken. Waarom zouden mensen niet dezelfde kans mogen krijgen?''

© The Financial Times