BRUSSEL -- De verantwoordelijke voor het ontwikkelingsbeleid van de Verenigde Naties toonde zich na gesprekken met leden van de Europese Commissie kritisch voor de Europese hulpaanpak. ,,De Europese Unie heeft veel geld'', zei hij, ,,maar ze moet leren het goed te besteden''.

Volgens Mark Malloch Brown, ,,administrator'' van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en coördinator van alle ontwikkelingsinspanningen van de VN, schort er een en ander aan de uitvoering van het Europese hulpbeleid. Hij omschreef dat als ,,een heleboel geld met te veel regels en te weinig mensen''.

,,Als je denkt een complexe bureaucratie te leiden, is een bezoek aan Brussel een verademing'', zei hij, zinspelend op de complexiteit van de besluitvorming binnen een groep van vijftien lidstaten die op het vlak van de buitenlandse hulp elk hun eigen prioriteiten hebben.

Dat omvangrijke toegewezen bedragen niet uitgekeerd geraken, noemde hij een gemiste kans. Hij bood aan dat proces te helpen versnellen. Hij ontmoette in Brussel ook staatssecretaris Eddy Boutmans, parlementsleden en niet-gouvernementele organisaties.

Malloch Brown waarschuwde dat de doelstellingen die vijf jaar geleden op de sociale topconferentie van Kopenhagen werden afgesproken niet worden gehaald. Rijke en arme landen hadden er de ,,20/20''-verbintenis aangegaan: ten minste twintig procent van de hulp zou rechtstreeks worden gericht op de noden van de armsten in de ontwikkelingslanden, en die landen zouden zelf ten minste een vijfde van hun begroting aan sociale doelstellingen zoals onderwijs en gezondheidszorg besteden. Beide partijen hebben zich daar in zeer ongelijke mate aan gehouden.

Het aantal kinderen dat niet naar de lagere school gaat, vermindert niet. Ook op het vlak van de gezondheidszorg is de balans niet opmonterend: malaria blijft verwoestingen aanrichten, tuberculose is in opgang, de aids-ramp is onoverzienbaar, en tabak is nu ook in de derde wereld een verschrikkelijke doder geworden. Malloch Brown hoopte dat volgende maand op de conferentie ,,Kopenhagen plus vijf'' in Genève nieuwe engagementen worden aangegaan.

Het UNDP is met 2,5 miljard dollar per jaar wereldwijd de belangrijkste bron van ontwikkelingsfinanciering op basis van giften. Het ontstond in de jaren zestig, als amalgaam van allerlei fondsen van technische bijstand. Zijn eerste topman was Paul Hoffmann, die ook het Marshallplan had geleid.

Het best bekend is het UNDP dankzij zijn jaarlijks ,,Menselijk Ontwikkelingsrapport'', wereldwijd het meest geciteerde document over ontwikkelingsproblemen. De twee staatshoofden die er het gretigst gegevens uit aanhalen -- bijvoorbeeld vergelijkingen tussen de jaarlijkse bestedingen voor kattevoer in Amerika en de uitgaven voor lager onderwijs in de armste landen -- zijn Bill Clinton en Fidel Castro.

De Brit Mark Malloch Brown werd vorig jaar gerekruteerd bij de Wereldbank, waar hij vice-president voor externe aangelegenheden was. Voordien was hij journalist bij The Economist geweest, had hij gewerkt voor het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen en was hij adviseur van de Filipijnse Corazon Aquino toen ze het opnam tegen president Marcos.

Hij bestempelt het UNDP als de ,,vertrouwde familiedokter'' van de ontwikkelingslanden, wier chequeboekje echter niet omvangrijk genoeg is om enige invloed te hebben op het armoedeprobleem. Daarom wil hij de activiteiten van de instelling sterker toespitsen op advies, partnership met onder meer de EU en de Wereldbank, hulpverlening na conflicten en de verspreiding van informatietechnologieën ten dienste van de ontwikkeling.