TOKYO/BRUSSEL (reuters, eigen berichtgeving) -- De kans op marktinterventies door de Europese Centrale Bank (ECB) is toegenomen als gevolg van zware wisselkoersverliezen voor de euro.

De koersduik was vooral het gevolg van technische factoren in een illiquide markt. Sommige waarnemers sloten niet uit dat de euro het slachtoffer werd van een goed getimede aanval door speculanten, zoals gespecialiseerde hedge funds (hefboomfondsen).

Volgens wisselhandelaars speelde het fenomeen van short covering in yen: speculanten die op termijn yen voor dollar hadden verkocht omdat ze op een daling van de Japanse munt rekenden, werden in moeilijkheden gebracht door tegengestelde transacties van enkele banken. Om hun posities af te sluiten, moesten ze inderhaast yen kopen, wat onder meer gebeurde door euro's te dumpen. Dat leidde dan weer tot nieuwe verkooporders van beleggers die hun verliezen op de euro wilden beperken.

Een illiquide markt -- waarbij er tegen de lagere koersen geen kopers kwamen opdagen -- deed de rest. In amper enkele minuten zakte de euro van 106 naar een goede 102 yen en van 0,97 naar zo'n 0,94 dollar -- wat een dollarkoers gaf van bijna 43 frank. De euro kon in de Europese handel terrein terugwinnen, maar noteerde toch nog zo'n 6 procent lager dan de 112 yen van een week geleden. Tegenover de dollar bedraagt het weekverlies zo'n 4 procent.

Als er dan toch een fundamentele verklaring moet worden gezocht voor de duik van de eenheidsmunt, dan ligt die nog altijd in de VS. Daar werd afgelopen vrijdag bekendgemaakt dat de economie in het laatste kwartaal van 1999 met liefst 6,9 procent groeide. Dat is een pak meer dan in Europa, wat wellicht betekent dat de Amerikaanse rentevoeten nog meer zullen worden verhoogd dan de Europese.

Door dat verwachte renteverschil wordt de dollar aantrekkelijker als beleggingsmunt. Bovendien trekt de Amerikaanse beurs -- meer bepaald de technologieaandelen op Nasdaq -- nog altijd massa's kapitaal aan, wat de dollar eveneens ondersteunt.

De zware druk op de euro leidt opnieuw tot speculatie over de intenties van de ECB. De verdere verzwakking van de euro heeft, via de duurdere importprijzen, onvermijdelijk een inflatoir effect in de eurozone.

De ECB heeft twee manieren om daarop te reageren. Ofwel verhoogt ze de rente meer dan ze van plan was, met het risico dat het economisch herstel op het continent in de kiem wordt gesmoord. Dat lijkt op een ,,tactiek van de verschroeide aarde'' die de euro op middellange termijn meer kwaad dan goed zou doen.

Ofwel probeert ze de wisselkoers van de euro te ondersteunen via rechtstreekse marktinterventies. De ECB toonde zich totnogtoe altijd terughoudend over zo'n interventies, maar beschouwt ze nu misschien als het minste van twee kwaden.

Veel analisten delen de mening van de ECB dat de euro fundamenteel ondergewaardeerd is, en dat verhoogt de slaagkansen van een interventie. Een deel van de druk op de euro komt trouwens van speculanten die de bereidheid ,,testen'' van de ECB om haar (zeer grote) deviezenreserves in de strijd te gooien.

De ECB ruimde alvast de academische bezwaren tegen wisselkoersinterventie uit de weg: de centrale bank liet onlangs een studie maken waaruit bleek dat interventie in bepaalde gevallen zinvol kan zijn.