BRUSSEL -- Veertig miljard frank. Zo groot ongeveer moet het bedrag aan nieuwe achterstallige schulden zijn dat de Belgen het afgelopen jaar bovenop de berg niet-betaalde schulden van de jaren voordien hebben gestapeld. Dat blijkt uit cijfers die de Belgische Vereniging van Incasso-ondernemingen (BVI) gisteren publiceerde.

Incasso-ondernemingen proberen achterstallige schulden te innen voor rekening van hun opdrachtgever. Dat zijn meestal bedrijven en nog vaker banken die zelf niet voldoende uitgerust zijn om met/voor hardnekkige wanbetalers naar oplossingen te zoeken.

In België hebben zij een marktaandeel van 35 procent. Het resterende deel wordt door bedrijven en banken zelf beheerd en wordt vooral in handen gegeven van advocaten. De BVI groepeert 70 procent van de incassobedrijven. Haar cijfers hebben dus betrekking op 25 procent van het totaal.

Afgelopen jaar kregen de leden van de BVI ongeveer 550.000 opdrachten om particulieren tot betalen aan te manen, naast 140.000 commerciële schuldvorderingen. De totale waarde van de particuliere dossiers was 10,3 miljard frank, tegen 8,5 miljard frank voor de commerciële. Zij konden in het totaal ongeveer 5 miljard frank innen, iets meer dan een kwart.

De ruim 10 miljard achterstallige schulden bij de BVI vertegenwoordigen 25 procent van het totaal. Zo kom je voor de hele markt in 1999 aan een achterstallige schuld van minstens 40 miljard frank.

Het relatief kleine marktaandeel van de incassobedrijven heeft alles te maken met het bedenkelijke imago van die bedrijven. Sommige kantoren gebruiken bedenkelijke methodes, gaande van intimidatie tot het zich uitgeven voor gerechtelijke instanties.

Dat imago werkt de BVI danig op de zenuwen. Daarom werd heel vorig jaar geijverd voor een wettelijk kader dat de activiteiten van incassobureau's moet regelen.

,,Om een poedel te coifferen heb je in dit land een licentie nodig. Maar achterstallige schulden innen, mag om het even wie doen. Er bestaat geen wettelijke regeling.'' Het zit vice-voorzitter Roel van Rossem van de Belgische vereniging van Incasso-ondernemingen (BVI) duidelijk hoog.

,,In alle Europese landen, met uitzondering van België, Nederland en Groot-Brittannië bestaat een licentiesysteem. Wie geen licentie heeft kan niet aan de slag.'' In ons land zijn we nog niet zover. De 19 bedrijven die lid zijn van de BVI hebben wel een deontologische code ondertekend. Wie die niet respecteert, kan worden geschorst of zelfs uitgesloten.

Dat er nog werk aan de winkel is, blijkt uit bepalingen van de code die zo evident lijken dat er op zijn minst vragen kunnen worden gesteld bij incassobedrijven die het daar moeilijk mee hebben.

Zo mogen de leden enkel schuldvorderingen behandelen waarvoor de vereiste bewijzen kunnen worden voorgelegd. De eiser moet m.a.w. kunnen aantonen dat de schuldenaar effectief en ten opzichte van hem in gebreke blijft. Daarnaast moeten de vorderingen voortvloeien uit wettelijke geoorloofde transacties, moeten de incassobedrijven een aansprakelijkheidsverzekering afsluiten, discretie garanderen tegenover derden, mogen zij geen intimiderende methoden gebruiken en geen extra vergoedingen eisen van de debiteuren.