BRUSSEL -- Wie gelooft nog de analist die beweert dat Brussel één van de aantrekkelijkste beurzen van Europa, en zelfs van de wereld is? En toch is het zo, als je tenminste bereid bent om een paar ,,klassieke'' waarderingscriteria van onder het stof te halen.

Dat onze aandelenmarkt het niet gemakkelijk heeft in een wereld die beheerst wordt door telecom- en internethypes , flitsend kapitaal en beleggers die alleen uit zijn op een snelle hap, dat is intussen genoegzaam bekend. Het gebrek aan Belgische aandelen die aan de criteria van de ,,moderne belegger'' beantwoorden, verklaart dat onze beurs het steeds verder zuidwaarts zoekt.

Maar misschien bent u helemaal niet zo'n geboren speculant. Misschien beschouwt u een aandeel nog altijd als een stukje van een echt bedrijf, dat echte producten of diensten verkoopt voor een tastbare winst. En gaat u ervan uit dat die werkelijkheid vroeg of laat gereflecteerd moet worden in de aandelenkoers.

In dat geval doet u er goed aan de Belgische beurs even van dichterbij te bekijken. Daar noteren sommige aandelen tegen koersen die stilaan op bradeerprijzen beginnen te gelijken.

Van een solvabel bedrijf dat ook nog in staat is om winst te maken, zou je bijvoorbeeld mogen verwachten dat de aandelenkoers op zijn minst de boekwaarde per aandeel omvat -- dat is het theoretische bedrag dat je per aandeel zou overhouden, mocht het bedrijf failliet gaan.

Toch zien we dat een aandeel als Union Minière tegen amper 90 procent van zijn boekwaarde noteert, net als de bouw- en baggergroep CFE, de glasgroep Glaverbel en de scheepvaartgroep CMB.

Akkoord, het zijn allemaal traditionele, industriële bedrijven die niet uitblinken door spectaculaire groeiverwachtingen. Maar je loopt er op lange termijn weinig risico mee, en alleen al hun jaarlijkse dividend levert soms meer op dan een doorsnee spaarboekje. Dat laatste kan je van heel wat verlieslatende technologiebedrijven niet zeggen. Bovendien is het zeker niet uitgesloten dat we later dit jaar -- als de verwachtingen over de economische groei in Europa werkelijkheid worden -- een revival zullen krijgen van dergelijke ,,cyclische'' aandelen.

Ook Belgische kwaliteitsaandelen met een iets meer uitgesproken groeiprofiel noteren trouwens tegen een relatief lage koers-boekwaardeverhouding: kijk maar naar Agfa-Gevaert, Bekaert, Solvay of, in de financiële sector, Dexia en KBC.

Daarmee willen we niet zeggen dat een Real Software of een IBA, met een verhouding tussen 30 en 40, te duur zouden zijn. Maar het is wel duidelijk dat je voor de hoge toekomstverwachtingen van deze bedrijven de prijs betaalt. En als die toekomstverwachtingen niet worden ingevuld, kan hun koers als een baksteen omlaag vallen -- kijk maar naar wat er vorig jaar met Barco gebeurde.

Overigens zijn die verhoudingen op zich niet zo belangrijk. Financiële analisten hebben eerder de neiging om de waardering van aandelen internationaal te vergelijken. En ook dan blijkt dat zowat alle aandelen op de Belgische beurs als eerder goedkoop uit de bus komen.

Ja goed, horen we u zeggen, maar hoe komt het dan dat de koersen in Brussel toch blijven dalen? Dat is dan weer het bekende verhaal van de grote verzekeraars en pensioenfondsen die hun Belgische aandelen zonder omkijken buitenkieperen om ze in te ruilen voor ,,grote'' Europese waarden, in een poging om hun portefeuille evenwichtiger te spreiden.

Het probleem is dat die verkoopdruk zo enorm is dat de andere marktpartijen -- particuliere beleggers, maar ook banken en beursvennootschappen die voor eigen rekening beleggen -- niet tegen de trend durven inroeien. Maar als je het hen vraagt, vinden ze eigenlijk allemaal wel dat Brussel -- algemeen gesproken -- spotgoedkoop is geworden.

Ooit moet de vlam in Brussel dus weer gaan branden, maar het is nog wachten op een vonk: een ontspanning van de rentetarieven bijvoorbeeld, het aankomende resultatenseizoen of een buitenlandse fusie van pakweg Fortis of KBC, het zou allemaal kunnen volstaan om onze beurs weer nieuw leven in te blazen.