Stefaan Michielsen
©MH

Het kan geen verbazing wekken dat een toondichter als Armand Preud''homme in het vergeetboek is geraakt. Zijn liederen bezingen landschappen en leefwerelden die sinds lang verdwenen zijn.

Neem bijvoorbeeld de volgende zinsnede uit O mijn Kempen: ,,Hier malen de molens de rust over ''t land, verdolen de wegels in ''t stuivende zand.'' Over de meeste zandwegen in de Kempen is beton gegoten en de weinige molens die nog overeind staan, zijn museumstukken geworden of hebben een horecabestemming gekregen. Zoals de Witte Molen in Aarschot, langs de baan naar Herselt: hij is omgedoopt tot Sabai-club, achter de ramen zijn rode en blauwe lichtjes geplaatst, en er ,,dansen'''' nu Thaise schonen.

Ik herinner me hoe ik als kleine jongen, op schoolreis in Bokrijk, voorzichtig en met ontzag de lange trap beklom naar de windmolen die ik kende van in Johan en de Alverman. Een echte molen met zeilen op de vier wieken, die nog draaide! En ik probeerde me voor te stellen hoe het vroeger moest geweest zijn, toen elk dorp in Vlaanderen nog zijn windmolen had. In mijn Kempens geboortedorp waren er zelfs ooit twee geweest: de ene was echter vervallen tot een ruïne; de andere, ontdaan van zijn wieken, omgebouwd tot een woning.

Maar de windmolen begint aan een comeback, dankzij de Vlaamse minister Steve Stevaert. Op zijn voorstel heeft de Vlaamse regering beslist dat er tegen 2004 in Vlaanderen ongeveer 120 nieuwe windmolens moeten verrijzen. De eerste dertig nog dit jaar. Niet om graan tot meel te vermalen. Om elektriciteit op te wekken.

De West-Vlamingen zijn onmiddellijk op die kar gesprongen en stellen voor, een park van twintig windmolens te bouwen langs de autoweg in Jabbeke. Om de toeristen te vermaken die vastzitten in de files naar en van de Kust? Ze hebben het voordeel dat het daar behoorlijk hard kan waaien. De ideale plek om windturbines te plaatsen. Maar ik hoop dat door het initiatief van Stevaert de windmolens ook in de Kempen weer in het landschap verschijnen.

De nieuwe generatie windmolens ziet er heel anders uit dan de vorige. Veel hoger, tot vijfentachtig meter. Tegelijk een stuk smaller: gewoon enkele wieken op een hoge paal. Vaak hebben ze niet eens vier wieken, maar slechts drie, of zelfs maar twee. De windturbines zullen in het begin een vreemd element lijken in hun omgeving. Maar dat went. En ballonvaarders en valschermspringers zullen wat zorgvuldiger moeten uitkijken. Over die enkele ongemakken gaan we echter niet zaniken. Ik kijk ongeduldig uit naar de rust die de molens terug zullen malen over dit overhaaste land.

De terugkeer van de molens in Vlaanderen biedt bovendien perspectieven voor een herontdekking van het Vlaamse lied. Jammer genoeg niet voor het Loze Vissertje, want de nieuwe molens hebben geen deurtje waar het molenarinnetje in kan gaan staan. Maar wedden dat het geen maanden meer duurt of een of andere boys band voert de Vlaamse hitparade aan met een hedendaags versie van de klassieker ,,Daar bij die molen, die mooie molen, daar woont een meisje waar ik zoveel van hou''?