De Noord-Amerikaanse economie is weer helemaal terug van weggeweest. Gisteren had ze de Europese beurzen volledig in haar greep, en ook Wall Street klom als in een roes. Alleen de Aziatische markten vormden een uitzondering. Voor hen kwam het nieuws van de beter dan verwachte industriële productie en de afnemende werkloosheid in de Verenigde Staten te laat.

In Azië leden de belangrijkste beurzen nog onder de tegenvallende index van het consumentenvertrouwen die dinsdag werd gepubliceerd. Taiwan Semiconductor zakte 1 procent, sectorgenoot United Microelectronics zelfs 2,3 procent. Zakenbank HSBC Securities verlaagde de rating van de nummer twee op de markt van computerchips-op-maat van add tot reduce. Hun Singaporese sectorgenoot Chartered Semiconductor schoot echter 7,7 procent omhoog na het bericht dat het bedrijf fabrieksruimte zal delen met IBM.

Japan deed het beter. Vooral de distributiesector was in goede doen. Ito-Yokado, de grootste warenhuisketen van het land, klom 1,3 procent en sectorgenoot Fast Retailing ging zelfs 1,7 procent hoger. Bedrijven die het vooral van de export moeten hebben, zoals Sony en Advantest, moesten echter inleveren. Ze verzwakten respectievelijk 0,7 en 2,2 procent.

In Korea deed de scheepsbouw het erg goed. Hyundai Heavy schoot 6,6 procent omhoog, gevolgd door Samsung Heavy met 5 procent en Daewoo Shipbuilding met 1,5 procent winst.

Europa bouwde een feestje omdat de Amerikaanse economie steeds meer signalen uitzendt dat het weer goed gaat. Goed nieuws voor Europa en voor de te verwachten resultaten van de grote bedrijven, redeneert de belegger. De grootste 300 Europese bedrijven boeken gemiddeld ongeveer 20 procent van hun omzet in de Verenigde Staten.

Sommige ondernemingen zijn nog veel afhankelijker van de Amerikaanse markt, en dat bleek gisteren ook overduidelijk uit hun koerswinsten. DaimlerChrysler bijvoorbeeld. De nummer vijf op de wereld-automarkt boekt de helft van zijn omzet in de VS en klom 4,8 procent. Bij Philips is dat 27 procent, en bij BASF een kwart. Hun aandelenkoersen klommen respectievelijk 5,5 en 4,1 procent.

Ook de energiewaarden deden het goed. Beleggers verwachten dat de nu al twee weken aanhoudende stijging van de olieprijzen een positieve invloed zal hebben op hun resultaten. Shell klom 3,1 procent en BP 4,3.

Zelfs de financiële waarden waren gisteren in goede doen. De koers van Crédit Suisse klom 5,4 procent na het bericht dat het Portugese filiaal van Winterthur aan Liberty International wordt verkocht. Allianz ging 5,7 procent hoger nadat de grootste Europese verzekeraar een verlaging had aangekondigd van de winstdeelneming waarop de ondertekenaars van een levensverzekeringscontract volgend jaar recht hebben.

Ook in eigen land stonden vooral de financiële waarden in de belangstelling. Fortis klom 4,9 procent en Dexia 3,6 procent. Volgens analisten waren het vooral technische reacties na de recente verliezen. KBC roeide tegen de stroom in en zakte 1,7 procent. De internationale beleggers werden verrast door de beslissing van voorzitter Remi Vermeiren om midden volgend jaar op te stappen.

In Amerika zelf was de stemming niet minder goed. Vandaag vieren de Amerikanen Thanksgiving, en alles wijst erop dat Wall Street de eerste maand met winst zal afsluiten sinds het begin van het jaar. Het wordt allicht ook de achtste week op rij die hoger wordt afgesloten dan ze ingezet werd.

Kort na de middag stond de Dow Jones 2,6 procent hoger op meer dan 8.900 punten en stond de Nasdaq met een winst van 3 procent net onder de 1.500 punten te trappelen. De Dow staat nu op zijn hoogste peil sinds einde augustus van dit jaar. Voor de zomer stond de index nog bijna 5 procent hoger, net boven 9.300.