© ap
Bij de Duitse banken stapelen de verliezen zich op. In een poging de crisis het hoofd te bieden maken ze schoon schip. De gevolgen van fouten uit het verleden worden hardhandig duidelijk gemaakt, evenals de noodzaak van vernieuwing. Dromen is uit, overleven is in.

Zien kan men de crisis niet. Aan de voet van de trotse glaspaleizen in het centrum van Frankfort brommen de bolides uit het betere segment als vanouds in de rij voor het stoplicht. Jonge bankmedewerkers in kleine roedels op weg naar afspraak of lunch. Haar keurig, stropdas vlekkeloos, regenjas kort. Beker met cappuccino in de ene hand, Börsen Zeitung in de andere. Ze snellen nog steeds over de Taunusanlage alsof iedere verloren seconde geld kost. Onderweg passeren ze bouwputten waarin nieuwe kantoorgebouwen voor bankiers ontstaan: uit de tijd dat het nog goed ging. Inmiddels staat 5 procent van tien miljoen vierkante meter kantoorruimte in ,,Mainhattan'' leeg, twee keer zoveel als een jaar geleden.

Ook al is de crisis in het Duitse bankwezen op straat niet zichtbaar, in Frankfurt heeft iedereen het erover. ,,Ik zit al dertig jaar in dit vak, maar zo'n depressieve stemming heb ik nog nooit meegemaakt'', zegt een jurist uit de branche. Op een receptie in het atrium van een van de grote banken doen anekdotes over ontslagen collega's de ronde. In Hamburg, vertelt iemand, moet het zo erg zijn dat je de ontslagen bankemployees zo uit het straatbeeld pikt: keurige heren, de veertig ruim gepasseerd, die tijdens de ochtendspits de stad inrijden, in het café een krant lezen en tegen drieën weer naar huis pendelen. Afgeschreven.

Ooit gold een carrière bij een Duitse bank als zekere route richting welverdiend pensioen. Niet meer. In Frankfort worden de banen met duizenden tegelijk geschrapt. Dresdner: min 11.000. Hypovereinsbank min 9.000. Deutsche Bank: min 5.000, Commerzbank: min 3.400, DZ-Bank: min 1.750. In de afgelopen twee jaar zijn in Frankfort tientallen financiële instellingen zelfs in hun geheel verdwenen. Kleintjes, maar toch.

,,Ik heb mijn dochter ooit geadviseerd om ook bij een bank te gaan werken'', zegt de jurist. Of hij dat weer zou doen? ,,Ik denk het wel. Het is namelijk overal hopeloos.'' Het gaat slecht met de Duitse banken, onder andere omdat het slecht gaat met de hele Duitse economie.

De cijfers over het derde kwartaal zijn een tranendal. Nummer één, Deutsche Bank, maakte begin deze maand een verlies voor belastingen van 181 miljoen euro bekend, een achteruitgang van 363 miljoen vergeleken met een jaar geleden. Hypovereinsbank, nummer twee, meldde kort daarop een verlies van 684 miljoen. Daarna was het de beurt aan de Commerzbank: 130 miljoen verlies. De Allianz-dochter Dresdner sloot de rij: de bank droeg met 972 miljoen euro bij aan het recordverlies van 2,5 miljard euro.

De grote banken maken verlies, hun kredietwaardigheid daalt, de koersen dalen, de voorzieningen voor oninbare leningen schieten omhoog. Ook de zogenoemde spreads, de toeslag die banken moeten betalen bovenop de prijs voor staatsobligaties als ze geld willen lenen bij anderen, stijgen pijlsnel. In oktober was het gemiddelde voor banken wereldwijd 60 punten. Hypovereinsbank zat tijdelijk op 160, Commerzbank volgens Der Spiegel zelfs even op 200.

Inmiddels wordt schoon schip gemaakt. De kosten worden verlaagd, bezittingen worden verkocht, er wordt gesneden in leningen- en aandelenportefeuilles. Dromen is uit, overleven is in. Mehmet Dalman, bij Commerzbank verantwoordelijk voor zakenbankieren, krimpt zijn afdeling van 1.300 man met 300. Tegen de rest zei hij naar eigen zeggen: ,,Heroes never lose, they just die.''

Niemand ontkent de problemen, de vraag is alleen nog hoe ernstig ze zijn. Is er sprake van een crisis in de banksector of van een bankencrisis? De semantiek telt. Een ,,bankencrisis'' suggereert problemen met liquiditeit en solvabiliteit. Een ,,crisis in de banksector'' is op te lossen. Door saneringen, door de verkoop van bezittingen, door ontslagen, desnoods door fusies of overnames. Pijnlijk, maar beheersbaar.

Rolf Breuer, voorheen voorzitter van Deutsche Bank, nu voorzitter van de raad van bestuur en president van de Bundesverband Deutscher Banken, erkent dat de Duitse banken in een crisis verkeren, maar bestrijdt dat er betalingsmoeilijkheden zijn. ,,De Duitse kredietverschaffers hebben problemen met kosten en opbrengsten'', zei hij onlangs op een persconferentie. ,,Wat we daarentegen niet hebben, is een crisis in de zin van een gebrek aan liquiditeit of zelfs gebrekkige solvabiliteit.''

Vergelijkingen met de bedreigde Japanse banken zijn volgens Breuer nergens op gebaseerd. De Duitse bankiers, zei hij, hebben de ernst van de situatie onderkend en maken hun huiswerk. Dat klonk geruststellend -- totdat hij toevoegde dat het natuurlijk uit den boze is om over liquiditeitsproblemen te spreken omdat beleggers dan pardoes in paniek raken. Al staat de banken het water tot aan de lippen, Breuer mág het niet zeggen.

Hoe smal de lijn is tussen ,,crisis'' en ,,paniek'' ondervond Commerzbank. Een effectenanaliste van Merrill Lynch vroeg de kredietbeoordelaar Standard & Poor's of er een basis was voor het gerucht dat Commerzbank in problemen was. Het mailtje vond zijn weg naar de Financial Times, de koers van Commerzbank klapte in. Pas toen de Bundesbank stellig verklaarde dat er geen betalingsproblemen waren, krabbelde de koers weer op. Crisis of malaise, de Duitse banken worden met argusogen gevolgd.

Een vergelijking van de solvabiliteit van de grote Duitse banken met concurrenten elders geeft Breuer vooralsnog gelijk. Een solvabiliteitsratio (tier 1) van 7 á 8 procent geldt als gezond, 4 is de ondergrens. ABN Amro en ING zitten op 7,0 en 6,7 procent, Fortis op 8,7, UBS zelfs op 11,6. Deutsche Bank kan zich met 8,9 heel goed handhaven, Commerzbank komt nog net op 6,7. Maar Dresdner en HVB zijn met 6,2 en 5,7 duidelijk in de achterhoede geraakt. ,,De kans dat een van de Duitse banken daadwerkelijk omvalt, kun je nooit 100 procent uitsluiten, maar ik acht ze in dit geval wel klein'', zegt David van der Zande van de Effectenbank Stroeve Research.

Wat ging er mis bij de Duitse banken? Heel veel. Duitse banken hebben zoals iedereen last van de slechte conjunctuur. Pijnlijk is wel dat de economische misère in Duitsland bijzonder hardnekkig is, met een economische groei van slechts 0,2 procent dit jaar en 1,0 procent volgend jaar -- als het meezit. Zeker is dat het aantal faillissementen dit jaar met ruim 40.000 het record zal breken.

Daarnaast eindigde de beurshausse ook voor Duitsland. Participaties in beursgenoteerde bedrijven worden afgewaardeerd. Emissies, fusies, overnames, ooit lieten ze de kassa in Frankfort rinkelen, nu hoor je er niemand meer over.

De tegenwind legt bovendien ongenadig bloot wat de Duitse bankiers in de afgelopen jaren verzuimd hebben. In hun traditionele activiteiten daalden de inkomsten snel, maar werden de kosten niet aangepast. Het jaarverslag van de bankiersvereniging verhaalt er aanschouwelijk over.

Voor particulieren ging rendement opeens boven zekerheid, ook in Duitsland. De toestroom van goedkoop geld in de vorm van eenvoudige spaartegoeden droogde vrijwel op. Vijftien jaar geleden kregen de Duitse banken 12 procent van hun kapitaal van spaarders, nu nog maar 2 procent. De banken moesten geld aantrekken tegen een hogere prijs. Elders gingen de afnemers van kredieten ook gekke dingen doen. In plaats van eenvoudige (maar lucratieve) bankkredieten af te sluiten trokken ze meer en meer kapitaal aan met effecten, soms via buitenlandse banken.

De marges kwamen onder druk. Met de provisie-inkomsten van hun eigen activiteiten op de kapitaalmarkt konden de banken de neergang in het klassieke bedrijf niet compenseren. De inkomsten daalden, maar de kosten werden niet verlaagd. ,,De instituten slaagden er niet in hun beheerskosten aan de inkomensontwikkeling aan te passen'', schrijft de bankiersvereniging. ,,De huidige kosten zijn op den duur ondraaglijk.''

Voor de Duitse banken komt daar nog een aantal specifiek Duitse omstandigheden bij. Duitse banken hadden de gewoonte om op grote schaal te participeren in ondernemingen, een netwerk bekend als de Deutschland AG. ,,Duitse banken hebben veel onverantwoorde leningen verstrekt aan bedrijven waarin ze een belang hadden'', zegt Van der Zande. Dat breekt ze nu op. Ook is de Duitse markt op een curieuze wijze geordend. Naast de grote beursgenoteerde banken bestaan er semi-publieke banken, de Landesbanken, en coöperatieve banken. De markt is vreselijk versnipperd. De 537 Sparkassen en Landesbanken hebben 40 procent van de markt, de 1.619 Volks- en Raiffeisenbanken 18 procent, de grote banken 14 procent. Fusies en samenwerking tussen bedrijven uit de verschillende bloedgroepen is vooralsnog onbespreekbaar -- hoe graag de beursgenoteerde banken dat ook zouden willen.

De sanering in de nationale markt zoals die in andere Europese landen heeft plaatsgevonden, staat in Duitsland nog aan het begin. Mede daardoor heeft Duitsland veel te veel bankiers. In Italië bedient één bankmedewerker 170 inwoners, in Frankrijk 157, in Duitsland maar 109. Het land is overbanked, klagen de bankiers, ook al zijn veel filialen in de afgelopen jaren gesloten.

Het bestaan van de Landesbanken is de grote beursgenoteerde fondsen een doorn in het oog. Met behulp van de Europese Commissie probeert men ze nu van hun privileges te beroven. De Commissie lanceerde een onderzoek naar ongeoorloofde kapitaalinjecties die onder andere NordLB en BayernLB van hun deelstaten hebben ontvangen. Eerder werd WestLB al veroordeeld tot het terugbetalen van 800 miljoen euro staatssteun.

In Duitsland wordt graag -- en vaak terecht -- gesproken over achterhaalde structuren die modernisering en economische groei in de weg staan. Dat geldt voor de arbeidsmarkt en ongetwijfeld ook voor de financiële sector. Dat neemt niet weg dat er in de torens in Frankfort de afgelopen jaren ook domweg fouten zijn gemaakt. Te hoge investeringen in Oost-Europa, te groot optimisme over onroerend goed in de voormalige DDR. Te gretig met aankopen en investeringen om snel te groeien, om armslag en aanzien in het buitenland te verwerven. Te laat met het verlagen van de kosten.