BRUSSEL (belga, bloomberg) -- De Europese Commissie heeft vier producenten van gipsplaten beboet wegens kartelvorming en ongeoorloofde prijsafspraken. De totale boete van 478 miljoen euro is de op één na hoogste die ooit werd opgelegd. Het Belgische bedrijf Gyproc Benelux -- een van de vier veroordeelde bedrijven -- moet een relatief kleine boete betalen, 4 miljoen euro, omdat het meewerkte met het onderzoek.

De grootste boete die woensdag door de EU-Commissie werd opgelegd, is bestemd voor het Franse Lafarge (250 miljoen euro), gevolgd door het Britse BPB (139 miljoen euro) en het Duitse Knauf (86 miljoen).

Het kartelonderzoek door de Europese Commissie ging in 1998 van start en sloeg op kartelafspraken tussen 1992 en 1998. In de vier betrokken landen ging het om een gezamenlijke afzetmarkt van 1,2 miljard euro.

De boete is hoog uitgevallen omdat de drie grootste bedrijven vroeger al betrokken waren in een kartel. Gyproc stapte pas in 1996 in het kartel. Omdat er geen aanwijzingen van betrokkenheid zijn gevonden, is de hoofdaandeelhouder van Gyproc Benelux, het Belgische Etex, vrijgepleit door de Commissie. Etex heeft overigens eind oktober zijn belang in Gyproc verkocht aan BPB, dat al minderheidsaandeelhouder was.

De beslissing van de Commissie komt amper één dag nadat Mario Monti, de Europese commissaris voor Concurrentie, een vereenvoudiging had aangekondigd voor het toezicht op kartels, prijsafspraken en andere inbreuken op de vrije concurrentie. De EU-lidstaten hebben dinsdag de voorstellen van Monti voor een moderner toezicht aanvaard.

Monti moet erover waken dat de eerlijke concurrentie niet bedreigd wordt door kartelvorming en prijsafspraken onder ondernemingen uit een zelfde sector, of door onwettige overheidssteun aan bedrijven, of door fusies waardoor monopolieposities ontstaan.

Tot nu dienden prijsafspraken gemeld te worden bij de Europese Commissie. Die analyseerde dan of de zaak in overeenstemming is met de regels. Dat systeem had de afgelopen decennia zijn zin, maar het is niet langer houdbaar, aldus Monti. Het is te bureaucratisch, te duur, en als de Unie zal zijn uitgebreid met tien landen, te belastend door de Commissie.

Daarom wordt de notificatie afgeschaft. Er is voldoende jurisprudentie om de ondernemingen in staat te stellen zelf in te schatten wat kan en wat niet kan. Bovendien zal de Europese Commissie de komende maanden allerhande richtlijnen uitschrijven.

De controle op wat op het terrein gebeurt, zal worden overgelaten aan de nationale mededingingsautoriteiten. Die zullen met de Commissie samenwerken.