BRUSSEL -- Volgens de recentste officiële cijfers -- eind juni 1999 -- van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering werken 2.721 Fransen in West-Vlaanderen. Gezien de hoogconjunctuur en de krapte op de lokale arbeidsmarkt is dat cijfer intussen ongetwijfeld al opgelopen tot meer dan 3.000.

Dat bericht ,,Ondernemers in West-Vlaanderen'', het tijdschrift van de West-Vlaamse Kamers voor handel en nijverheid. Het gaat vooral om jonge mannen die werken in kmo's in de arrondissementen Kortrijk, Ieper en Oostende.

De werkloosheid in ,,le Nord'' bedraagt op sommige plaatsen meer dan 20 procent, terwijl in het arrondissement Kortrijk slechts 3,6 procent van de mannelijke beroepsbevolking werkloos is, in Roeselare-Tielt zelfs amper 2,6 procent. Dat is lager dan wat economisten normaal als frictiewerkloosheid -- tussen twee verschillende werkgevers in, schoolverlaters, enzovoort -- beschouwen. Het is amper te geloven dat enkele jaren geleden nog gevreesd werd voor een economische neergang in Zuidwest-Vlaanderen omdat bedrijven zouden worden gelokt door royale subsidies in Noord-Frankrijk en Henegouwen.

Ondertussen blijft ook Henegouwen kampen met een hoge werkloosheidsgraad, maar toch komen van daar amper werknemers naar Kortrijk en omgeving. De gewestgrens is blijkbaar moeilijker te overschrijden dan de staatsgrens.

Spiegelbeeld van de Franse arbeidersstroom naar West-Vlaanderen is het opdrogen van de West-Vlaamse pendelarbeid ,,over de schreve''. Begin de jaren '70 werkten nog meer dan 5.000 West-Vlamingen in Frankrijk, eind juni vorig jaar waren het er nog 984.