BRUSSEL -- We hebben er een zwak voor. Die ietwat beverige, vaak tengere dametjes. Ze staan een beetje hulpeloos aan het loket van een of andere bank, met een stevig formaat handtas of een bruine envelop onder de arm. Manlief heeft al een tijdje geleden zijn laatste couponnetje geknipt, en sindsdien doet de weduwe het in zijn plaats.

Of ze nog tot Luxemburg zouden geraken weten we niet, maar hier in die Belgische lokettenzaal zien ze er de onschuld zelve uit. We voelen dan wel eens plaatsvervangende angst in ons opkruipen. Angst omdat de obligaties waarvan die couponnetjes met typische oude-vrouwtjes-zorg werden verwijderd, misschien gewoon onder de matras worden bewaard.

Angst ook omdat zo'n dametje blijkbaar hoegenaamd niet beseft dat die zorgvuldig afgeknipte couponnetjes door om het even wie kunnen worden geïnd. Het zijn net bankbiljetten. En wie midden de jaren negentig voor pakweg 10.000 euro op een staatslening heeft ingetekend, knipt jaarlijks toch al gauw voor 650 euro netto couponnetjes. Van die lening alleen.

En dan zien we het beeld opduiken van zo'n dametje dat door zo'n stuk schorremorrie overvallen wordt en van haar handtas beroofd. Toch niet zo onwaarschijnlijk. Is ze dan alleen een blauw oog en een gescheurde jas rijker, of ook 650 euro armer?

Veronderstellen we even dat het dametje zo vooruitziend is geweest om de nummers van de couponnetjes te noteren. Kan zij alsnog de jaarlijkse rente op haar staatslening op een of andere manier recupereren?

Het antwoord is heel duidelijk, maar jammer genoeg negatief. Als de handtas van de dame niet, of zonder coupons wordt teruggevonden, is zij haar geld onherroepelijk kwijt. De dief kan de coupons zonder meer innen. Het is alsof hij bankbiljetten zou gestolen hebben, niet eens cheques.

Toch bestaat er bij verlies van Belgische staatsleningen zoiets als een ,,verzetsprocedure'', maar die geldt enkel bij verlies van de eigendomstitels van de lening zelf -- er is dus hoop voor het papier onder de matras -- en niet van de coupons. Zelfs wie over de nummers van de coupons beschikt, en ze heel precies kan beschrijven (welke lening, rentevoet, looptijd,...), kan geen verzet aantekenen. De wet voorziet gewoon niet in de mogelijkheid, net zoals je geen verzet kan aantekenen tegen het verlies van een bankbiljet.

De verzetsprocedure slaat, zoals gezegd, alleen op de eigendomstitel van de lening zelf. Het papier dus waarvan je jaarlijks de coupon knipt. Zonder dat eigendomsbewijs kan je, als de lening op haar eindvervaldag is gekomen, je oorspronkelijke investering niet terugkrijgen.

Om te vermijden dat iemand anders aan de haal gaat met je spaarcenten, kan je daarom verzet aantekenen bij verlies, diefstal of vernietiging (brand, versnipperaar,...). Vanaf dat ogenblik zullen je eigendomstitels ingehouden worden zodra iemand probeert ze te verkopen of te innen. Het is wel essentieel dat je de nummers van je titels en de kenmerken van de lening (looptijd, uitgiftedatum, rente,...) kent en kan doorgeven in het kader van je verzetsprocedure, anders is er voor de banken en het gerecht geen beginnen aan.

Omdat de roerende voorheffing van 15 procent bij een staatslening automatisch wordt afgehouden, zelfs als je de coupons in Luxemburg gaat innen, heeft het eigenlijk vaak geen zin om zo'n lening fysiek te laten leveren. En als de Europese bronheffing er tegen het einde van dit jaar komt -- wat nog af te wachten valt -- heeft knippen op verplaatsing ook voor andere obligaties steeds minder zin.

Geef de stukken liever in bewaring bij de bank. Meestal worden daarvoor geen kosten aangerekend. Op fysieke levering daarentegen wordt altijd een taks van 0,2 procent geheven. Bovendien worden de coupons dan meteen geïnd als het dividend (aandeel) of de coupon (obligatie) betaalbaar wordt gesteld. Geen tijdverlies dus. En tijd is geld.

Alleen als je het geld in het kader van een mogelijke successie liever niet open en bloot op een rekening hebt staan, heeft het zin de effectieve levering van de stukken te vragen. Noteer dan meteen de kenmerken van de lening en de nummers van je eigendomstitels en bewaar die gegevens op een andere plaats dan de lening zelf.