De wat wereldvreemde activist, die beter thuis is in de Wereldwinkel dan in de supermarkt, een fervent gebruiker van het openbaar vervoer en de fiets en droomt van ,,een renteloos geldcircuit'', krijgt concurrentie. Ethisch beleggen is niet langer zijn monopolie. Voor de ,,duurzame'' belegger zoals hij zichzelf liever noemt, is rendement wel belangrijk. Maar hij wil ook dat de wereld binnen vijftig jaar nog leefbaar is. Met schoon water en zuivere lucht voor zijn kleinkinderen. En hij heeft geld, vaak veel geld.

Dat die kleinkinderen een grotere erfenis in hun schoot zullen krijgen dank zij het ethisch beleggen van oma en opa, durft Peter Vanwing nog niet hardop zeggen, maar de kans is volgens hem reëel. ,,Wat we de klanten wel met de hand op het hart en de cijfers in de hand kunnen vertellen, is dat ethisch beleggen op lange termijn zeker hetzelfde rendement biedt als het klassieke alternatief.''

,,Is beleggen overigens niet in essentie een manier om de toekomst veilig te stellen? Ethisch, of duurzaam investeren, met respect voor mens en natuur, zou de logica zelf moeten zijn.'' Daarom krijgen grote klanten -- die meer dan 20 miljoen te beleggen hebben -- sinds deze week bij Bacob eerst een ethisch vermogensbeheer aangeboden. Enkel als de klant er uitdrukkelijk voor kiest, wordt overgestapt naar het klassieke alternatief. Peter Vanwing is op de marketingafdeling van de christelijke arbeidersbank belast met het vermogensbeheer.

,,We hebben die keuze gemaakt omdat we nu voor elk type belegger een ethisch alternatief hebben. Om het even of hij defensief of offensief wil investeren, met veel of weinig risico, een voorkeur heeft voor grote of kleine bedrijven, kiest voor Amerikaanse, Europese of Aziatische aandelen,... Binnen het Stimulus Invest Fonds hebben we voor elke belegger aangepaste compartimenten. En als je voorkeuren veranderen, kun je binnen het fonds kosteloos van compartiment veranderen.''

Ethisch beleggen heeft een hele weg afgelegd in ons land. Van een marginaal fenomeen naar een volwaardig alternatief waarvoor je geen rendement en evenmin strategische soepelheid moet laten liggen.

De pionier van het ethisch beleggen in ons land was de ASLK -- toen nog een zuivere overheidsbank -- die halfweg de jaren tachtig begon met het Krekelsparen, een spaarboekje dat geld kanaliseert naar sociaal en ethisch verantwoorde projecten. De spaarder kan een deel van het rendement afstaan aan Netwerk Vlaanderen (gestart in 1982) of aan een vernieuwend sociaal project van zijn/haar keuze. Na verloop van tijd werd dit soort sparen ook aangeboden door de Triodos Bank -- die ook als instelling het predikaat ,,ethisch'' verdient -- en kleinere spaarbanken als HBK (Hefboomsparen) en VDK. Sinds kort biedt ook het grote Fortis een ethische spaarformule aan.

Maar de beginjaren waren moeilijk en alleen een kleine maar harde kern van principiële beleggers stapte -- met de geitenwollen sokken aan -- in de formule. Na een vijftal jaar stond er minder dan 900 miljoen op ethische spaarboekjes.

Begin van de jaren negentig maakten de eerste beleggingsfondsen hun opwachting in de wereld van de ethische beleggers. De komst van KB Eco Fonds en VMS Luxinter Ethifonds maakte weinig ophef, maar begin 1996 kwam een echte doorbraak voor ethisch beleggen met de lancering van de Stimulusfondsen van Bacob. De eerste ethische fondsen die ondersteund werden met een echte promotiecampagne. Einde 1996 hadden de twee Bacob-fondsen al 2 miljard frank verzameld. Die eerste fondsen waren uitsluitend afwijzend georiënteerd. Wapenproductie en -handel mocht niet, evenmin als kernenergie, tabak en andere producten waarvan bewezen is of sterk vermoed wordt dat ze de gezondheid schaden. De fondsen investeren evenmin in landen die een loopje nemen met de democratie of er ,,ongewenste'' handelspraktijken op nahouden.

Nadien kwamen de fondsen van de tweede generatie die een beperkt aantal positieve criteria hanteren. Ze beleggen uitsluitend in bedrijven die aan bepaalde, ethisch geachte criteria beantwoorden. Welke die criteria zijn, bepaalt het fonds zelf.

Fondsen van de derde generatie beleggen in bedrijven die een ,,sociaal-ecologisch-ethische meerwaarde'' bieden. Dat zijn ondernemingen waar sociale, ethische en ecologische overwegingen een integraal en expliciet onderdeel vormen van het beleid.

De familie Bacob-fondsen is sindsdien gevoelig uitgebreid. Ze zijn sinds midden vorig jaar allemaal van de derde generatie. De bank heeft ruim een derde van de ethische fondsen in dit land in portefeuille en beheerde midden deze maand voor 25 miljard frank ethisch kapitaal. Dat is een verdubbeling in minder dan 15 maanden en een verzevenvoudiging in drie jaar.

De klassieke beleggingsfondsen spelen uiteraard in een heel andere categorie, maar moesten het de jongste drie jaar toch ,,maar'' stellen met een kleine verdubbeling van ruim 3.000 tot dik 5.500 miljard frank.

Ethisch beleggen werd tot voor kort vooral aangeboden door instellingen die hun wortels op een of andere manier in het sociale hebben en die niet altijd de onmiddellijke rendabiliteit als eerste prioriteit hanteren. Zij gaan ervan uit dat een deel van hun klanten belangstelling heeft voor andere manieren van beleggen.

En dat blijkt te kloppen. Sinds 1984 verdubbelde de markt gemiddeld om de 18 maanden. Het aantal ethische beleggers en spaarders werd midden 1999 door Tim Benijts van de Antwerpse Handelshogeschool ,,voorzichtig'' geraamd op 90.000, een verviervoudiging in minder dan vier jaar tijd. Het gemiddeld ethisch geïnvesteerde bedrag per Belg vervijfvoudigde in diezelfde periode van minder dan 450 frank tot 2.300 frank.

Sinds midden vorig jaar ,,kiest'' één frank op de drie die langs de Bacob-loketten geïnvesteerd wordt in de fondsen van die bank, voor het ethisch alternatief. Drie jaar geleden was dat nog één op de twintig. Bacob beheert nu net niet de helft van het ethisch kapitaal in dit land.

Toch blijft ethisch beleggen in ons land met minder dan 1 procent van het totale spaarvolume, minder dan 1 procent van de bevolking en iets minder dan 1 procent van het door beleggingsfondsen beheerd vermogen, een heel marginaal fenomeen.

Heel anders is het gesteld in de Verenigde Staten, waar het ,,verantwoord'', of ,,sociaal verantwoord'' beleggen al in 1928 ontstond in kringen van Quakers en kloosterorden. Daar wordt tegenwoordig één dollar op de tien ethisch belegd. Als enkel naar het vermogensbeheer wordt gekeken, stijgt de verhouding zelfs tot één dollar op de acht.

Maar zal het ethisch beleggen de geschiedenis ingaan als een financiële modegril van rond de eeuwwisseling, of wordt het de nieuwe financiële standaard voor de 21ste eeuw? Instellingen als Bacob, maar ook de Antwerpse Bank Delen, zijn er alleszins van overtuigd dat ethisch beleggen een grote toekomst heeft. Delen lanceerde in april vorig jaar het ethisch vermogensbeheer voor zijn klanten en nu gaat Bacob nog een stapje verder door van het ,,ethisch alternatief'' de eerste keuze te maken voor klanten die 20 tot 50 miljoen frank te beleggen hebben.

,,Voor nog grotere bedragen'', zegt Vanwing, ,,belanden de klanten bij Cordius, de tak vermogensbeheer van de Artesia groep. En daar is de strategische keuze voor ethisch beleggen nog niet genomen.''

Zowel bij Delen als Bacob spreken de beheerders intern meer over ,,verantwoord'' of ,,duurzaam'' dan over ,,ethisch'' beleggen, ,,omdat die term zo beladen is, zo refereert aan de oorspronkelijke harde kern van anti-beleggers voor wie financieel rendement nauwelijks belang had'', zegt vermogensbeheerder Guy Mattan van Delen.

Dat Bacob het ethisch beleggen nu als eerste keuze naar voren schuift en ook een gereputeerd vermogensbeheerder als Bank Delen er zich mee inlaat, illustreert duidelijk dat het rendement geen probleempunt (meer) is.

,,Integendeel zelfs'', weren zowel Mattan als Vanwing af, ,,simulaties wijzen uit dat verantwoorde beleggingen het in de diverse deelmarkten minstens even goed doen als de referentie-indexen.''

Nagenoeg overal waar aan ethisch beleggen wordt gedaan, duikt de naam van Ethibel op, de Belgische vzw die zich sinds enkele jaren met recht en reden de ,,waakhond'' van de ethische spaarmarkt mag noemen. Aan de hand van een hele reeks criteria schat Ethibel het ethisch karakter van bedrijven in. Het doet dat niet uitsluitend op basis van boekhoudkundige gegevens, maar ook door gesprekken met management, klanten, personeelsleden en vakbonden. Ethibel kan daarvoor terugvallen op een wereldwijd netwerk van 150 onderzoekers.

Zo wordt bijvoorbeeld nagegaan hoe het milieumanagementsysteem functioneert, wat de houding is tegenover de overheid, ontwikkelingslanden, klanten, personeel, leveranciers,... Pas als een onderneming op al die punten goed scoort, haalt ze het Ethibel-label en belandt ze op de lijst van ethische ondernemingen die nu ongeveer 200 bedrijven telt uit nagenoeg alle grote beleggingssectoren.

,,Onze normen'', zegt directeur Herwig Peeters van Ethibel, ,,interesseren de klassieke analist steeds meer. Er is een groeiend besef -- hoewel het verband niet wetenschappelijk kan worden bewezen -- dat bedrijven die rekening houden met het maatschappelijk debat en proberen het te integreren in hun manier van werken, op termijn ook bedrijfseconomisch goed presteren.''

Telecom en vooral technologie zijn de twee best vertegenwoordigde sectoren in de Ethibel-selectie.

,,Niet echt verrassend'', merken Mattan en interne analisten bij Bacob en Cordius op. ,,Technologie is een jonge sector die geen ecologische, sociale of andere lasten uit het verleden meezeult.''

De enige sectoren die ronduit slecht aan bod komen zijn energie, grondstoffen en in mindere mate nutsbedrijven en holdings. Voor de eerste drie sectoren spelen ecologische overwegingen (kernenergie, oliewinning en -vervoer op zee, niet-hernieuwbare energie- en grondstofbronnen,...). De activiteiten van holdings zijn zeer ondoorzichtig en dus moeilijk te controleren. Zij worden daarom uitgesloten.

Bank Delen was midden vorig jaar de eerste in ons land die uit het Ethibel-aanbod een wereldwijd beleggingsfonds heeft samengesteld. Bacob volgt nu met een fonds dat acht compartimenten bevat.

Een ruime basis dus, en die biedt ook betere garanties voor het rendement. Verscheidene studies wijzen immers uit dat ethische en andere beleggingsfondsen in princiep dezelfde prestaties halen, maar dat de smallere selectiebasis en vooral het overwicht van relatief kleinere bedrijven in de ethische selectie, vergelijken niet evident maakt.

Het overwicht van die kleinere bedrijven in de ethische portefeuilles is vooral een gevolg van de vaak geografisch en/of sectoraal sterk uiteenlopen activiteiten van echt grote bedrijven. Die maken daardoor meer kans om tegen een van de uitsluitingscriteria (kernenergie, tabak, activiteiten in niet-democratische landen,...) te botsen.

,,Klein'' is wel heel relatief, want naar Belgische normen zijn bedrijven als BMW, Deutsche Telekom en Crédit Suisse natuurlijk geen kleine jongens. Alle drie zijn ze opgenomen in de Dow Jones Sustainability Group Index (DJSGI) die op de eerste beursdag van 1999 gelanceerd werd door de gelijknamige Amerikaanse groep.

Dat zelfs naar Amerikaanse normen ethisch niet altijd gelijkstaat met klein of hooguit middelgroot, bewijzen dan weer ondernemingen als Unilever en Honeywell in de Sustainability Index. En van de 200 internationale ondernemingen die tot het ,,Ethibel-universum'' van ethische bedrijven behoren, hebben twee derde een beurskapitalisatie van meer dan 5 miljard euro (202 miljard frank).

Studies van Bacob en van Bank Delen, die uitgaan van de DJSGI en waarbij het rendement, het risico en het rendement na correctie voor risico werden teruggerekend tot begin 1995, tonen aan dat de Sustainability Group Index het altijd beter doet dan de klassieke index, met uitzondering van Europa waar het rendement na correctie voor risico een tikje lager uitvalt voor ethische bedrijven.

Beiden waarschuwen echter voor te snelle besluiten.

,,Zo'n terugrekening vertrekt vanuit de bedrijven die begin 1999 in de index werden opgenomen. Het zijn allemaal ondernemingen die het, achteraf bekeken, gemaakt hebben. Bedrijven die einde 1994 beloftevol waren en nadien die hooggespannen verwachtingen niet of onvoldoende konden waarmaken, zitten er niet in omdat ze geen deel uitmaken van de index die pas vier jaar later is opgesteld. Door deze manier van werken wordt succes uitvergroot, terwijl mislukkingen niet of nauwelijks in rekening worden gebracht.''

Opvallend is ook dat de volatiliteit -- de schommelingen rond de trendlijn -- van de ethische portefeuilles groter is dan van traditionele. Een grotere vertegenwoordiging van technologie- en telecomwaarden en van kleinere bedrijven verklaart allicht waarom de ethische portefeuilles sterker schommelen en dus minder liquide zijn. Hun ,,relatief risico'' ligt volgens Wim Vermeir en Filip Corten van Cordius asset management hoger dan bij klassieke beleggingen, ook al is het absolute risico (lange termijn) nagenoeg identiek.

En zo kan het geweten zonder scrupules houden van een leuk rendement, terwijl rendement met recht en reden vlinders in de buik krijgt van dat geweten en zijn visie op het leven.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig