BRUSSEL -- Hoe kun je de belegger in de Verenigde Staten of in het Verre Oosten overtuigen van de merites van de euro als de crash van de Amerikaanse technologiebeurs en de dalende rentetarieven in dat land niet volstaan om de Europese dollarbelegger weer naar huis te jagen? Die vraagt brandt op de lippen na een analyse van Frank Lierman en Peter Van Dijcke, respectievelijk hoofdeconoom en senior economist bij de Artesia Bankgroep.

De euro is sinds het begin van zijn carrière op de wisselmarkten, nu ruim twee jaar geleden, nooit echt een partij geweest voor de dollar. De Europese kapitaalstroom richting Verenigde Staten droogde de jongste jaren dan ook alles behalve op. Alleen de Europese beleggingen in Amerikaanse overheidsobligaties verzwakten sinds einde '97.

De langgerekte crash van de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq bracht weliswaar een vlucht op gang uit dollaraandelen, maar hoewel de langetermijnrente in de Verenigde Staten op dat ogenblik haar daling al had ingezet, bleven de Europese beleggers de Amerikaanse munt trouw en stapten ze over naar dollarobligaties. Overheidspapier lieten zij daarbij links liggen want de Amerikaanse overheid heeft een groot overschot op haar begroting en is daarom al een hele tijd bezig met een terugkoopprogramma dat danig op het rendement drukt.

Niets daarvan bij de obligaties die door ondernemingen worden uitgegeven. Alleen overtrof de vraag al snel het aanbod en dreigde de koers te stijgen en het rendement bijgevolg te zakken.

Daarom wijken steeds meer beleggers uit naar minder soliede ondernemingen die het moeten stellen met een zwakkere kredietrating.

Volgens Van Dijcke, die het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) tegen het licht hield, speelt de nog niet voltooide integratie van de Europese kapitaalmarkt een negatieve rol. Een gebrekkige liquiditeit op sommige deelmarkten maakt dat je er niet alleen problemen kan hebben om voldoende europapier te kopen, maar ook om het tegen een redelijke prijs vlot opnieuw van de hand te doen.

Uit de cijfers van Artesia blijkt een duidelijk positief verband tussen de evolutie van de Nasdaq en de netto-investeringen in Amerikaanse aandelen, en een even positieve correlatie tussen de evolutie van de Nasdaq en de koers van de dollar tegenover de euro. Niet toevallig, zegt Lierman, is de euro dik zes maanden na de piek van de Nasdaq aan zijn herstel begonnen. Tegenover het dieptepunt van einde oktober heeft de Europese eenheidsmunt al 14 procent terrein heroverd.


Haardstede
Omdat de gegevens over de kapitaalstromen maar met twee tot drie maanden vertraging gepubliceerd worden, vermoedt Lierman dat de voorbije maanden nog veel Europees kapitaal is weggevloeid van de Nasdaq en dat het nog maar een kwestie van tijd is voor de eerste Europeanen toch terugkeren naar de haardstede.

Voor Lierman is het ,,vrijwel zeker'' dat de verzwakkende Amerikaanse beurs, gekoppeld aan de verzwakkende economische groei in de VS en het snel krimpend renteverschil tussen Washington en Brussel, uiteindelijk zal leiden tot een verdere correctie van de krachtverhoudingen tussen de euro en de dollar. Vóór het midden van dit jaar zullen beide munten opnieuw ongeveer evenveel waard zijn en zes maanden later ziet Lierman de Amerikanen 1,05 dollar neertellen voor een euro.

Alleen een crash van de Amerikaanse economie -- meer dan twee kwartalen met een nulgroei of in het rood -- kan dit scenario volgens Lierman en Van Dijcke doorkruisen. Maar zij achten het weinig waarschijnlijk dat de Amerikaanse economie aan de greep van Alan Greenspan zal ontsnappen. De reputatie van de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank blijft ijzersterk.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig