BRUSSEL -- De westerse aandelenmarkten zijn erin geslaagd om de enorme winst van vorige week vast te houden. Een portie meevallende bedrijfsresultaten gaf analisten en beleggers de hoop dat de ondernemingen de ergste ,,profit crunch'' achter de rug hebben. Maar het langzame proces van de bewijsvoering rond een economisch herstel is nog maar pas begonnen.

Opvallend aan het beursherstel van de voorbije dagen is dat vooral de lang verguisde technologie- en telecomwaarden sterk scoorden. Ook de financiële sector kon een flink deel van de schade herstellen die hij in de voorbije maanden had opgelopen.

Het geeft aan dat de beleggers vooral aandelen oppikten die in hun ogen ,,te zwaar'' waren afgestraft. Hier speelt de eenvoudige logica dat alles wat diep gevallen is, ook sterk moet opveren. Een trader die snel op de bal speelt, kan in enkele dagen een aardige stuiver verdienen door op zo'n golf mee te surfen.

Maar de vraag blijft of dat voldoende is om de brede markt mee omhoog te trekken. De vaststelling blijft nu eenmaal dat het met de economische groei in de Verenigde Staten en in Europa niet zo best gesteld is. Er is wel groei, maar die is erg gezapig -- in Europa verwachten heel wat analisten dit jaar een cijfer van minder dan één procent en volgend jaar minder dan twee procent. Aan het uitgangspunt dat we nog een hele tijd moeten leven in een klimaat van lage groei en lage inflatie, is dus niets veranderd.

Het is natuurlijk een goede zaak dat sommige bedrijven de jongste dagen een mooie winstgroei konden voorleggen, maar dat komt grotendeels door rekenkundige logica. Een onderneming die haar winst een jaar geleden zag halveren van honderd naar vijftig, heeft het in principe niet zo moeilijk om vandaag met een groei van twintig procent uit te pakken, van vijftig tot zestig. Veel ,,beter dan verwachte'' cijfers zijn bovendien te verklaren doordat het bedrijfsleven fors in de kosten heeft gesabeld. Aan de inkomstenzijde daarentegen blijft het vaak huilen met de pet op.

De nieuwe economische cijfers die vrijdagmiddag in Washington werden gepubliceerd, deden alvast weinig om het fundament onder de beurs te versterken. De belangrijkste tegenvaller was de scherper dan verwachte oktoberdaling van het consumentenvertrouwen, tot het laagste peil in negen jaar.

Niet onbelangrijk, want de Amerikaanse particuliere consumptie blijft vooralsnog de belangrijkste buffer die de economie voor een nieuwe recessie behoedt. God bless the American consumer, al volstaat dat jammer genoeg niet om de economie weer in een hogere versnelling te krijgen. In een ,,normale'' conjunctuurcyclus zouden na de consumptie ook de bedrijfsinvesteringen moeten hernemen, maar dat gebeurt tot nader order niet omdat de meeste bedrijven nog hun excessieve investeringen van de voorbije jaren aan het uitzweten zijn.

,,We maken een soort van aflossingskoers mee tussen de consument en de ondernemingen. De consument moet lang genoeg weerstand bieden opdat de verzwakte bedrijven hun balansen zouden kunnen aanzuiveren, opdat ze zich wat uit de schulden zouden kunnen werken en weer wat zouden beginnen te investeren'', zegt de Franse vermogensbeheerder Axa Investment Managers in zijn maandelijkse strategisch bulletin. Het vat mooi het dilemma samen waar ook Alan Greenspan, de belangrijkste centrale bankier in de Verenigde Staten, mee geconfronteerd wordt.

Maar er zijn gelukkig ook lichtpunten. Zo zou het recente beursherstel -- als het bestendigd wordt -- een zelfversterkend effect kunnen hebben doordat de Amerikaanse consumenten zich weer wat ,,rijker'' voelen. Ook is de vrees voor een financiële crash -- die de wereld in een regelrechte depressie/deflatie zou kunnen storten, erdoor afgenomen. En ten slotte is er de wetenschap dat er in de beurskoersen -- toch zeker in Europa -- al heel wat slecht nieuws verrekend zit.

Voorlopig blijft het dus dag na dag en week na week uittesten hoe stevig de bodem onder die beurs precies is. Volgende week staat het spotlicht daarbij vooral op het oude continent gericht, waar grote ondernemingen zoals BP, Shell, Deutsche Bank, Volkswagen en Unilever met hun resultaten over het derde kwartaal zullen uitpakken. Ook Duitse en Amerikaanse indexen over het ondernemersvertrouwen en de arbeidsmarkt zullen het koersverloop richting geven -- of misschien wel het gebrek aan richting in de verf zetten.