Terwijl de beleggers wereldwijd uit de technologiesector bleven vluchten, kon de beurs van Brussel opnieuw een stabiel slot voor de Bel-20 afleveren. Vooral bankverzekeraar Fortis hield de index uit het rood, dankzij een winst van 1,72 procent tot 30,1 euro. Voor beurstijd maakte de groep kwartaalresultaten bekend die de beleggers best bevielen. Dexia hielp ook een handje met bijna een procent winst, tot 147,7 euro. De groep gaat nieuwe aandelen verkopen tegen een prijs tussen 146 en 150 euro. Slechte prestaties waren er bij Real Software, dat 3,23 procent lager dook naar 66 euro. Ook Colruyt, D'Ieteren, IBA en Solvay verloren meer dan twee procent.

De Belgische beursslachtoffers moesten echter voornamelijk buiten de Bel-20 gezocht worden. De gsm-operator Mobistar werd bijzonder hard getroffen met een verlies van 7,1 procent tot 32,05 euro, de laagste koers sinds oktober 1998. Nog slechter verging het nieuwkomer IPTE, die maar liefst 10,14 procent lichter werd tot 19,5 euro. Dat is niet van aard om de appetijt van de Belgische beleggers voor nieuwe beursintroducties aan te wakkeren. Systemat en Resilux boekten allebei meer dan drie procent verlies, tot 25,4 en 96,7 euro.

De technologiebeurzen kregen het gisteren zwaar te verduren. Op de Belgische Euro.NM ging Unitronics 9,76 procent omlaag naar 7,4 euro. Arthur speelde 7,38 procent kwijt tot 11,3 euro. Nog meer bloed vloeide er op Easdaq. De software-aandelen kregen het er bijzonder hard te verduren. Zo verloor het Britse aandeel Autonomy een derde van zijn waarde, tot 81 euro. Het Belgische Ubizen moest niet onderdoen: tijdelijk ging het aandeel 31 procent in het rood; het sloot 23 procent lager af op 124 euro. CS2 en Bricsnet daalden met 17 á 18 procent en L&H speelde een tiende van zijn beurswaarde kwijt.

Van een duidelijke trend was in New York allesbehalve sprake. Van bij de opening zwiepte de Nasdaq tussen winst en verlies. Enkele grote techno-namen konden standhouden, maar kort na de middag stond de beurs 1,7 procent in het rood. De Dow Jones bleef min of meer stabiel.

Tokyo kreeg de Nasdaq-griep flink te pakken en dook naar het laagste peil van het jaar. Technologienamen als Sony en Softbank werden opnieuw het ergst getroffen, met 5,1 en 8,4 procent verlies.

Ook in Frankfort vloeide het bloed vooral bij de technologiewaarden van de Neuer Markt, die gemiddeld meer dan zes procent verloren. Institutionele beleggers bleven grotendeels afwezig, zeiden handelaars. De staalgroep Thyssen Krupp werd 16 procent lichter tot 19,25 euro als gevolg van slechter dan verwachte halfjaarcijfers.

De bekende namen uit de telecom-, technologie- en mediasector waren in Parijs eveneens kop van Jut. Crédit Lyonnais ging tegen de trend in 7,31 procent omhoog.

Lage volumes, hoge volatiliteit, was ook in Amsterdam een veelgehoord commentaar. Speculanten konden hun hartje ophalen aan Baan, dat dankzij late kooporders 19,3 procent steeg tot 1,61 euro.

Alles in acht genomen viel de schade in Londen best mee, vooral dankzij de sterke prestatie van de bankaandelen. Die doen het goed omdat de beleggers denken dat er geen renteverhogingen meer zullen komen. De technologieindex techMark verloor wel 1,8 procent en staat nu de helft lager dan het record van 6 maart.