BRUSSEL -- Voor de technologische industrie was het voorbije jaar 2001 erg matig. De omzet in de metaal- en ICT-sectoren steeg in België met amper 1,5 procent en de werkgelegenheid ging zelfs met 2,3 procent achteruit. De vooruitzichten voor 2002 zijn niet bemoedigend. De werkgeversfederatie Agoria verwacht een omzetdaling van 2,5 procent. Van een herleving van de conjunctuur is voorlopig geen sprake.

De conjunctuurverslechtering in de tweede jaarhelft van 2001 liet zich sterk voelen in de technologische industrie. De aanvankelijk vooropgestelde omzetgroei van 5 procent bleek onhaalbaar. Van de acht sectoren die onder de koepel van de werkgeversfederatie Agoria huizen, gingen er drie in het rood: de non-ferro, de elektronicaproducenten en de ICT-productiebedrijven (zie grafiek) . Met name in de ICT ging het hard achteruit, met 7 procent; vooral de producenten van telecomapparatuur kregen klappen, zoals Alcatel.

Sterke prestaties waren er voor de mechanicasector, dankzij een hausse in de bestellingen in de eerste jaarhelft van 2001, en voor de ICT-dienstenbedrijven, zoals de softwarehuizen. Ook de autosector deed het goed. De vier grote autojongens -- Ford, Opel, VW en Volvo -- plus onder meer Daf en Van Hool gingen gezamenlijk met 7 procent in omzet vooruit; een gevolg van de productie op kruissnelheid van nieuwe modellen bij Ford en Volvo.

Voor 2002 zijn de verwachtingen laag gespannen. Remi Boelaert, chief economist van Agoria, becijferde dat de omzet in vijf van de acht technologische sectoren zal dalen. Echte vooruitgang is er alleen te voorspellen voor de ICT-diensten, met 5,5 procent. De daling zal het sterkst zijn in de ICT-productie en de luchtvaart.

Boelaert hoopt dat zijn prognose ,,te pessimistisch zal blijken'', maar durft niet te beweren dat het verlies van de eerste maanden bij een conjunctuuropleving voldoende snel ingehaald kan worden, in de tweede jaarhelft. Op basis van gegevens van de Nationale Bank en van Agoria zelf, over de bestellingen en leveringen bijvoorbeeld, legt Boelaert het keerpunt op het einde van het voorjaar, ,,ergens tussen april en juni''.

De werkgelegenheidscijfers volgen de trend inzake omzet. In de acht Agoria-sectoren daalt het aantal jobs met iets meer dan 4 procent in twee jaar tijd, of met zo'n 8.000 banen. De meest opmerkelijke achteruitgang valt te noteren in de ICT-productie (min 11 procent) en de autoassemblage (min 9). De ICT-dienstenbedrijven tekenen voor een aangroei van werkgelegenheid met 7 procent (zie grafiek) .

Paul Soete, gedelegeerd bestuurder van Agoria, plaatst een kanttekening bij het jobverlies. ,,Het gaat voornamelijk om een afbouw van tijdelijke contracten. Het aandeel tijdelijken en uitzendarbeiders verminderde tussen 2000 en 2002 van resp. 7,6 naar 4,6 en van 4,2 naar 2,2 procent van de totale werkgelegenheid in de technologische industrie. Die cijfers bevestigen de waarde van flexibele arbeidscontracten bij conjunctuurschokken. Door die buffer gaan relatief weinig vaste jobs verloren.'' Soete had gisteren ook een politieke boodschap in petto. ,,Het klimaat tussen bedrijven en overheid dreigt te verzuren. Van administratieve vereenvoudiging hebben we nog niet veel gezien. De loonkosten lopen weer op, door de automatische indexering. En er komt geen tweede lastenverlaging, terwijl het effect van de eerste verlaging voor veel bedrijven ongedaan is gemaakt door de verplichte terugbetaling van de Maribel-gelden. Concreet: voor de vier grote autoconstructeurs gaat het om de terugbetaling van 70 miljoen euro, tegen 2004. Daarover zegt de prioriteitennota van Verhofstadt niets.''

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig