Frans Rombouts
©ep
Zowat het hele land kent nu Frans Rombouts. Als een donderslag bij heldere hemel werd de man die van De Post een concurrentieel bedrijf moet maken, door verschillende ministers neergebliksemd. Minister Vande Lanotte bond de kat vorig weekend de bel aan. Daarop verklaarden vice-premier Di Rupo en minister Onkelinx Rombouts vogelvrij. NMBS-baas Etienne Schouppe is dus niet langer alleen de kop van Jut.

In sommige klimatologische omstandigheden kan de vleugelslag van een vlinder een storm veroorzaken. Dat verschijnsel staat in de wetenschap bekend als het vlindereffect . Het wordt bij uitbreiding gebruikt om onvoorspelbare veranderingen in complexe situaties te duiden.

Ook de politieke wereld beleefde de afgelopen dagen blijkbaar zo'n vlindereffect. Het klimaat was zo gevoelig dat de wat knullige communicatie van Post-baas Frans Rombouts volstond om een onverwacht politiek onweer te ontketenen. Het kruitvat dat explodeerde, bevatte een gevaarlijk mengsel, met de strubbelingen bij de NMBS, het Sabenadrama en de geschiedenis van het postbedrijf als voornaamste ingrediënten. De lont aan het kruitvat was de paniekerige vrees binnen de regering voor een nieuw fiasco bij een overheidsbedrijf.

De mededeling van Frans Rombouts dat op termijn zo'n vierhonderd kleine, onrendabele postkantoortjes dicht zullen moeten, heeft bij de vakbonden voor groot alarm gezorgd. Dat is niet verwonderlijk: nergens was gerept van sluitingen. Niet in het strategisch plan, niet in het sociaal raamakkoord en ook niet in het ontwerp van beheersplan.

Maar dat ook de bewindvoerders van die boodschap op tilt sloegen, is moeilijker te begrijpen. Zeker omdat Rombouts in februari van dit jaar al had gesproken over een nakende reorganisatie, waarbij alleen de rendabele postkantoren zouden overblijven. Echt in strijd met de beheersovereenkomst is de maatregel alvast niet. Rombouts houdt vast aan de beperkende voorwaarden die in het beheersakkoord 1997-2001 zijn vastgelegd. Dat houdt in dat elke Belg binnen een straal van vijf kilometer een postkantoor moet kunnen vinden en dat elke gemeente recht heeft op een postkantoor. In het nieuwe ontwerp van beheerscontract is daar zelfs nog een beperkende clausule aan toegevoegd: de overheid heeft zijn zeg over elke sluiting van een onrendabel kantoor. Maar de directie van De Post stelt dan wel voor dat het de kosten voor het openhouden van onrendabele kantoren aan de overheid kan doorrekenen. Op zich lijken dat duidelijke en billijke spelregels.

Sommige ministers oordelen daar anders over. Binnen de regering lopen de verwachtingen blijkbaar uiteen: de ene minister verwijt Rombouts dat hij het mes niet kordaat genoeg hanteert en de andere -- Onkelinx -- huldigt de stelling dat De Post in de eerste plaats een dienstverlenend bedrijf moet zijn, waarbij rendabiliteit pas op de tweede plaats komt. Vooral die laatste stelling is bevreemdend. Want de minister van Overheidsbedrijven, Rik Daems, heeft Frans Rombouts twee jaar geleden weggehaald bij het melkbedrijf Campina om van De Post een concurrentieel bedrijf te maken voordat de Europese postmarkt geliberaliseerd is. Toen luidde het dat buitenlandse concurrenten, vooral dan Deutsche Post en het Nederlandse TPG, een grote voorsprong hadden. Frans Rombouts meende dat die achterstand kon worden weggewerkt door nieuwe terreinen te exploiteren, zoals het Internet en de spraaktechnologie. Die opvatting heeft al veel aan geloofwaardigheid ingeboet. Het is nog altijd zijn bedoeling om De Post tegen 2005 beurswaardig te maken, zodat het bedrijf in 2006 zijn mannetje kan staan op de vrijgemaakte Europese markt.

Toch heeft de regering afgelopen woensdag beslist een doorlichting van De Post te laten uitvoeren. Die moet uitwijzen of het bedrijf op het goede spoor zit en of de aangekondigde nettowinst van 62 miljoen euro (2,5 miljard frank) niet het gevolg is van een boekhoudkundige opsmuk. De premier, Guy Verhofstadt, wil binnen tien dagen het auditrapport op zijn bureau hebben. En ondertussen moet Frans Rombouts zijn mond houden, vindt het kernkabinet.

Als we vandaag al een balans proberen op te maken, stellen we vast dat Rombouts weinig vorderingen heeft gemaakt. Hij heeft een drietal nieuwe dochterbedrijfjes opgericht die zich met nevenactiviteiten inlaten. Het bekendste is Exbo, dat instaat voor de documentbehandeling voor grote bedrijven en overheidsinstellingen. Maar in de voornaamste bedrijvigheid van De Post, het bezorgen van poststukken, is niet of nauwelijks sprake van grotere rendabiliteit en efficiëntie. Terwijl de personeelskosten van De Post hoger uitvallen dan begroot, kampen sommige regio's nog steeds met een tekort aan personeel om de loketten te bemannen en of om de brieven te bezorgen.

Bovendien blijken enkele projecten die een verhoogde doeltreffendheid beogen, zoals de barcode voor aangetekende zendingen en het informaticaprogramma Georoute voor de postbedeling, nog niet naar behoren te werken. Ook het voornemen om nieuwe postsorteercentra in gebruik te nemen -- en het nog vrij recente gebouw in Berchem te verlaten -- roept vragen op, en niet alleen in vakbondskringen. En natuurlijk verkleint de slechte communicatie van Rombouts met de vakbonden de kans op een goed verloop van de noodzakelijke rationele herstructureringen.

Die slechte communicatie is niet alleen een kwestie van voor zijn beurt te spreken. Het heeft ook te maken met de uitstraling van de gedelegeerd bestuurder van De Post. Een manager uit de privé-sector die aan het roer van een gepolitiseerd overheidsbedrijf komt, zal op de vloer altijd weerstand en argwaan oproepen. Zeker als kort daarna in de Franstalige Trends te lezen staat dat hij kan rekenen op een jaarsalaris van 30 miljoen frank. Als je zoveel brieven om vier uur 's ochtends zou moeten beginnen uit te reiken, krijg je alleen al van het besef dat je zelf zowat een veertigste daarvan verdient, rugpijn.

Daar komt bij dat de voormalige melkboer van Campina niets onverlet heeft gelaten om zijn reputatie van arrogante kwast eer aan te doen. Na zijn benoeming, voorjaar 2000, begon Rombouts zich meteen te omringen met vrienden. De meesten kwamen uit de bedrijven waar hij ooit zelf actief was geweest: Interbrew, Tabacofina en Campina. Ook de Bank van de Post kreeg een topman, Dirk Boeren, die eerder bij Tabacofina had gewerkt. Ontevreden kaderleden vroegen zich af volgens welke criteria de nieuwe ploeg, die al snel 'de hofhouding van Rombouts' werd genoemd, was samengesteld. Vooral Robert Torck, een vroegere studiegenoot van minister Daems, moest het bij de kaderleden ontgelden. Hij zou als een olifant door een porseleinwinkel laveren.

De 44.000 werknemers van De Post, onder hen heel wat laaggeschoolden, kregen na de aanstelling van de nieuwe top een organigram toegestuurd dat in het Engels was opgesteld. Dat viel vooral bij de Franstalige personeelsleden niet in goede aarde. De Post heette voortaan Belgian Post Group , een holding met een executive committee in plaats van een directiecomité.

Ook de vakbonden wist chief executive officer (CEO) Rombouts meteen de gordijnen in te jagen. De bonden klaagden erover dat het consultantsbureau McKinsey, dat de opdracht kreeg om het strategisch plan van De Post te ontwikkelen, in vergaderingen ex cathedra enkele slagzinnen debiteerde, en dat ze zelf vooraf geen kans krijgen om de plannen ernstig te bestuderen. Terwijl de vakbonden nog over bepaalde kwesties onderhandelden, stuurde de directie al haar beslissingen over die aangelegenheden rond.

De populariteit van Frans Rombouts werd er niet groter op toen zijn uitspraken tijdens een praatavond in de Antwerpse Bourla in de pers werden opgetekend. ,,Ik ben zelf nog nooit in een postkantoor geweest omdat ik hoegenaamd niet weet wat ik daar te zoeken heb'', liet de postbaas zich ontvallen. Volgens de krant De Morgen had hij het daar ook al over de sluiting van onrendabele postkantoren en maakte hij zich vrolijk over de zogeheten sociale functie die het postkantoor krijgt toegedicht. In één moeite deed hij er nog wat grapjes over het drankmisbruik bij het personeel bovenop, en over het mismanagement dat in het vroegere overheidsbedrijf hoogtij vierde.

DAT TENTOONSPREIDEN van dédain siert Rombouts niet, maar sommige beleidsmaatregelen verdienen wel begrip. Zo is het aantrekken van bekenden niet per se verdacht als de gedelegeerd bestuurder snel veranderingen moet doorvoeren. Bedenkelijker wordt het wel als daarbij bekwame mensen opzij worden geschoven, zoals in sommige gevallen zou zijn gebeurd. Ook de beslissing van Rombouts om het management en het kader te verruimen, was noodzakelijk. Begin 2000 telde De Post minder dan 600 universitairen, wat op een bedrijf met meer dan 40.000 werknemers wel heel weinig is. De aanwerving van een duizendtal hoger opgeleiden is daarom geen verspilzucht, al vragen sommige mensen in regeringskringen zich af waarom er dit jaar dan nog 210 externe consultants werden geëngageerd. Die hebben samen ongeveer 30 miljoen euro (1,2 miljard) gekost. Door die aanwervingen is De Post er niet in geslaagd de personeelskosten terug te dringen.

Dat Rombouts bij de politici aanvankelijk het voordeel van de twijfel genoot, is niet verwonderlijk, als je de situatie voor zijn komst kent. Onder PS'er André Bastien, die zelfs na zijn veroordeling voor schriftvervalsing in de Agusta-affaire aan het hoofd van De Post bleef, was sprake van immobilisme. Toen al was er een chronisch tekort aan postbodes. Af en toe werden vage herstructureringsplannen gemaakt, maar de uitvoering werd op de lange baan geschoven. Bovendien was de politieke kleur van de werknemers vaak belangrijker dan hun competentie.

Niet helemaal onterecht wordt gezegd dat De Post met de socialistische partijen meer dan alleen de kleur van zijn embleem gemeen heeft. Al moet dat in Vlaanderen toch enigszins gerelativeerd worden: Paula D'hondt kreeg een goede twintig jaar geleden in de streek van Aalst niet voor niets het koosnaampje Tante Post bedacht. Wie door de PS bij De Post is geplaatst, heeft zich de voorbij twee jaar wellicht wat gedeisd gehouden. Misschien zijn die mensen, nu de affaire-Agusta nog maar een vage herinnering is, weer wat verdapperd.

In elk geval is het krediet dat Frans Rombouts bij de socialistische ministers en bij Ecolo genoot, plots opgebruikt. Of beter, de klimatologische omstandigheden zijn zo gewijzigd dat de uitlating van Rombouts over de sluiting van vierhonderd postkantoren een vlindereffect heeft veroorzaakt. Dat klimaat -- met het groeiende werklozenleger, het failliet van Sabena en de moeilijkheden bij de spoorwegen -- heeft een spanning gecreëerd die zich in een reeks bliksemschichten heeft ontladen.

Rik Daems, die Rombouts via Robert Torck ontdekte, is inmiddels aangeschoten wild. Voor hem hebben de coalitiepartners geen greintje respect meer. Hij mag alleen maar blijven zitten omdat niemand anders veel zin heeft om op zijn onfortuinlijke stoel plaats te nemen. In die omstandigheden houden de socialistische en Franstalige politici zich niet langer in om hun pijlen ook op Rombouts te richten.

VAN DE VROEGERE staatsmonopoliebedrijven verkeert vandaag alleen Belgacom (de vroegere RTT) in een relatief goede gezondheid. Al sluimert ook daar bij werknemers en vakbonden onzekerheid over de toekomst. Probleemgeval Sabena is inmiddels dood en begraven. Met het NMBS-dossier wist de paars-groene coalitie al niet wat te doen. Nu komt daar dus De Post als zorgenkind bij.

Toch kun je de twee dossiers, de NMBS en De Post, niet over dezelfde kam scheren. Integendeel, ze zijn elkaars spiegelbeeld. Dat geldt allereerst voor de leiding van de twee overheidsbedrijven. De NMBS-baas, Etienne Schouppe, is alles wat Frans Rombouts niet is. Schouppe is gepokt en gemazeld in het spoorbedrijf. Schouppe, sinds jaar en dag CD&V-burgemeester in Liedekerke, is ook een volbloed politicus, terwijl Rombouts zich nooit openlijk in de politiek heeft geëngageerd. En wat vriend en vijand grif erkennen: Schouppe is een grandioze overlevingskunstenaar. Al vijftien jaar zit hij op zijn stoel en altijd is er wel iemand op uit een poot af te zagen. Politici eisen publiekelijk zijn vel. Soms wankelt zijn positie, zoals na een officiële beschuldiging van valsheid in geschrifte, maar telkens weet Schouppe als een volleerde evenwichtskunstenaar te overleven. Vorige maand stak zelfs het gerucht de kop op dat zwaargewicht Luc Van den Bossche de plaats van Schouppe ambieerde. Sindsdien hebben we daar niets meer over gehoord.

De overlevingsstrategie van diplomaat Schouppe stoelt onder meer op de stilzwijgende erkenning van de baas door het personeel en de vakbonden. Anders dan Rombouts waakt Schouppe angstvallig over het bewaren van het taalevenwicht. De NMBS-baas zal zich ook nooit minachtend over de mannen van den ijzeren weg uitlaten. En voor de twee erkende spoorbonden, die zelf een zitje in de raad van bestuur hebben, is het management niet de gedoodverfde vijand. Hun samenwerking wordt gehonoreerd met ettelijke miljoenen. De stakingen die het socialistische ACOD en het christelijke CVCC vorige maand tegen de plannen van de minister van Vervoer, Isabelle Durant (Ecolo), op het getouw zetten, wekten zelfs het vermoeden van louter politieke aard te zijn.

De minister wil dat de overheidsinvestering van 688 miljard frank in 2012 resulteert in een verdubbeling van het aantal reizigers. Dat zou de vakbond als muziek in de oren moeten klinken: in plaats van afbouw meer treinen en meer werkgelegenheid. Toch niet. Als volleerde boekhouders hebben de bonden becijferd dat de NMBS voor een te groot deel van de investering uit eigen middelen moet putten en dat de schuldenlast in 2012 daardoor tot 600 miljard zou oplopen. Mooi dat iemand anders voor Schouppe de kastanjes uit het vuur haalt.

Ondanks deze blijkbaar goede relaties tussen de vakbonden en de NMBS-baas moet je Schouppe nageven dat hij het personeelsbestand bij de spoorwegen met ongeveer een derde heeft doen slinken, tot ongeveer 40.000 werknemers.

Net als -- of beter nog meer dan -- Rombouts is Schouppe ook bezig geweest met differentiatie, via dochterondernemingen van de NMBS. Lang niet elk verhaal is even verkwikkelijk. Neem nu ABX Logistics, het pakjesbedrijf dat 16.000 medewerkers telt en in 36 landen actief is. Dat ronkt wel lekker, maar de NMBS-dochteronderneming blijft zware verliezen lijden: vorig jaar ongeveer 37,2 miljoen euro (1,5 miljard frank).

Ook de context waarin de NMBS opereert, verschilt duidelijk van de omgeving waarin De Post actief is. Hoewel de concurrentieslag in Europa al op 15 maart 2003 kan beginnen, is de noodzaak om snel te moderniseren voor het spoorbedrijf veel minder dwingend. Want het is zo goed als ondenkbaar dat de consument over vijf jaar de keuze zal hebben uit verschillende treinmaatschappijen om van Gent naar Brussel te sporen. Een spoorwegbedrijf is in tegenstelling tot een brievenbestelbedrijf een heel gespecialiseerde business, waarin hoge veiligheidsnormen gelden. Ook het voorbeeld van de Britse spoorwegen, die de laatste jaren met verschillende rampen moesten afrekenen, is niet stimulerend om gauw tot een vrije markt met vele spelers te komen. En ondertussen blijft het spoorverkeer voor de groene minister van Verkeer een prioritair alternatief om iets te doen aan het dichtslibbende en vervuilende autoverkeer.

Tot nader order is er ook nog een ander fundamenteel verschil tussen de toestand bij De Post en de situatie bij de NMBS. Tegenover de winst van De Post staan de miljardenverliezen van de NMBS. Schouppe verklaarde onlangs in Trends dat de schuldenberg bij een ongewijzigd beleid in 2004 zal oplopen tot 12,39 miljard euro (500 miljard frank).

Moet de overheid dan niet snel een audit laten uitvoeren bij het spoor? Doorlichtingen zijn er de afgelopen jaren al genoeg geweest, maar wellicht is alleen Schouppe in staat om alle activiteiten en transacties te overzien en te interpreteren. Hoewel, misschien kan ook Luc Van den Bossche het plaatje van het spoorbedrijf, met zijn vele uitlopers, vatten. Maar als de minister van Ambtenarenzaken ooit de baas van het spoor wordt, dan doet hij er misschien verstandig aan Etienne Schouppe als consulent in te huren.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig