BRUSSEL -- ,,Ik ben niet van plan om met andere havenbestuurders aan de klaagmuur te gaan staan.'' Aan het woord is vice-premier Johan Vande Lanotte (SP). De SP-politicus is zelf havenbestuurder in Oostende. Hij noemt zichzelf ,,de voorzitter van een haventje''.

Maar dat neemt niet weg dat Vande Lanotte zeer uitgesproken meningen heeft over de subsidiehervorming voor de Vlaamse havens, de nood aan realiteitszin bij de havenbestuurders, verantwoorde haveninvesteringen en de banencreatie in de havens.

Volgens Vande Lanotte hebben de havens afgedaan als grote werkverschaffers. De SP-politicus stelt dat de haven niet langer de werkgelegenheidsmotor is maar wel industrialisering. Hij verwijst naar de zware investeringen in containerterminals die nog weinig banen in het havengebied zelf opleveren. De werkgelegenheid is veel meer gebaat met de komst van industriële bedrijven, vindt hij. En de haven moet daarna kunnen profiteren van een industriële ontwikkeling. In Oostende resulteerde dat alvast in het schrappen van de ambitie om de sluistoegang naar de achterhaven te vergroten en in die achterhaven het accent te leggen op overslagbedrijven. Het havenuitbreidingsgebied is nu omgevormd in een puur industriegebied.

Voor de SP-politicus zijn de industrialisering en de haven overigens onderdeel van een grote ambitie: een economische herleving van Oostende bewerkstelligen. Een tienjarenplan moet 3.000 arbeidsplaatsen opleveren.

Tot voor enkele jaren was de Oostendse haven met zo'n 1.700 mensen banen nog de grote werkverschaffer van de kuststad. Maar deze werkgelegenheid hing grotendeels af van de staatsrederij Regie voor Maritiem Transport (RMT) die de veerdienst tussen Oostende en Groot-Brittannië verzekerde. Met het opdoeken van de RMT kwam een einde aan de rol van de Oostendse haven als grote werkgelegenheidspool. Vandaag werken er in de haven nog circa 400 mensen, van wie een belangrijk gedeelte voor de overheid.

,,Met Telindus en Seminck, de twee bedrijven die we al aangetrokken hebben in het industriegebied Plassendale, zitten we al aan dat cijfer'', stelt Vande Lanotte vast. Vande Lanotte is overigens niet alleen voorzitter van het Oostendse havenbestuur maar ook van de nv Passendale, een vennootschap die instaat voor de uitbouw van het bijna 200 hectare grote industriegebied. ,,Het streefdoel is elk jaar een groot bedrijf aan te trekken'', verklaart Vande Lanotte.

En hoe het dan verder moet met de haven zelf? ,,We stimuleren de bedrijven om gebruik te maken van de haven om goederen aan en af te voeren'', verklaart Vande Lanotte. De Oostendse havenbestuurders zijn afgestapt van het standpunt dat investeringen in havenprojecten een voorwaarde zijn om meer trafiek aan te trekken. Als je vasthoudt aan die voorwaarde, dan blijven haventerreinen jaren braak liggen, verklaart hij. ,,Met als groot risico dat de ontwikkeling van het gebied uiteindelijk belemmerd wordt of zelfs niet kan doorgaan door allerlei Europese natuurbeschermende maatregelen. In Zeebrugge kunnen ze daarover meepraten.''

Alle uitbreidingsprojecten voor de Oostendse haven zijn overigens geschrapt. De jongste jaren werd wel zwaar geïnvesteerd in de vernieuwing van de haven en betere verkeersontsluitingen via de weg en het spoor. Het enige grote investeringsplan past in dat plaatje. Dankzij een verbreding van de toegangsgeul naar de haven zullen grotere cruiseschepen en roroschepen kunnen binnenlopen.

Een miljardenproject maar volgens Vande Lanotte een financieel haalbare kaart als het gespreid wordt over vier tot vijf jaar. Zelfs na de hervorming van de havenfinanciering door de Vlaamse overheid, beklemtoont hij.

,,Ik ben niet van plan om in Brussel te gaan klagen. Vandaag zijn de havens in Brussel bekend als de vragers en dat imago moeten we kwijtraken. De Oostendse haven krijgt jaarlijks een haveninvesteringstoelage van de Vlaamse overheid van 250 miljoen frank. En dat moet volstaan. En we zijn er evenmin op uit de werkingskosten van de haven die de Vlaamse overheid voor haar rekening gaat nemen, op te drijven. Integendeel, het is de ambitie om het met minder te doen. Een belangrijk project is de automatisering van een van de drie sluizen in de Oostendse haven. Dat is een primeur voor Vlaanderen.

Vice-premier Vande Lanotte pleit meteen voor meer realiteitszin bij alle havenbestuurders. Volgens hem is het hoogtijd dat alle havens zich realiseren dat havenprojecten verantwoord zijn als ze snel concrete resultaten zoals extra werkgelegenheid opleveren. En de havens moeten zich eveneens realiseren dat de Vlaamse overheid de limieten van de havensubsidiëring heeft vastgelegd. ,,Havenbestuurders moeten prioriteiten durven vastleggen.'' Zo was een grotere sluis voor Oostende een onhaalbare kaart. ,,En zo is de aanleg van het Noorderkanaal waarvoor Zeebrugge al jaren pleit waarschijnlijk een onbetaalbaar plan'', vindt Vande Lanotte.

De vice-premier kondigt ook aan dat de tijd rijp is om afspraken te maken met Zeebrugge.

Op termijn moeten Zeebrugge en Oostende goede afspraken kunnen maken over de behandeling van roroverkeer en cruises, vindt hij. Oostende zal het zelfs na de verbreding van de toegangsgeul moeten hebben van kleinere zeeschepen. Zeebrugge daarentegen is zeer geschikt voor het ontvangen van de grote zeeschepen.

,,We zijn met amper 5 miljoen ton goederen per jaar geen concurrent voor Zeebrugge, ook al bedraagt de afstand tussen de Oostendse en Zeebrugse haven amper 30 kilometer. We zullen nooit meer dan 7 tot 8 miljoen ton halen. Een verbreding van de toegang biedt misschien uitzicht op maximaal 10 miljoen ton.'' De haven van Zeebrugge haalde vorig jaar een jaartrafiek van 35,6 miljoen ton.

,,Ik wil ook praten over een vereniging van de Vlaamse havens maar dan niet om daarvan de klaagmuur van de havens in Brussel te maken'', voegt Vande Lanotte er nog aan toe.

Vande Lanotte wijst erop dat hij enkele jaren geleden voorstelde om Zeebrugge, Gent en Oostende te versmelten tot één haven. ,,Toen vonden ze me een ezel. Maar onlangs zei Termont (de schepen van de Gentse haven, red. ) me: we hadden het beter gedaan.''