BRUSSEL -- De Commissie voor het Bank- en Financiewezen (CBF) heeft een circulaire klaar met aanbevelingen voor internetbankieren. Ze vertrekt daarbij van het principe dat het Internet voor de banken gewoon een extra distributiekanaal is. Dat betekent onder meer dat het Internet de banken en beursmakelaars niet ontslaat van de verplichting hun klanten correct voor te lichten en hen attent te maken op de risico's van sommige transacties.

De circulaire is het resultaat van een uitgebreid overleg van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen met de financiële instellingen en met consumentenorganisaties.

De jongste maanden pakken steeds meer banken en beleggingsondernemingen in ons land uit met webstekken waar ze de surfers informatie geven, hen financiële diensten aanbieden of hen de mogelijkheid geven aandelen te kopen en te verkopen.

De CBF beschouwt internetbanken en e-brokers als gewone banken en beursmakelaars. Ze zijn dan ook aan dezelfde wettelijke en reglementaire verplichtingen onderworpen. Daar komt echter bovenop dat de CBF vraagt dat de internetbanken en -brokers over een passende structuur en organisatie moeten beschikken en over afdoende controle- en beveiligingsvoorzieningen op het vlak van elektronische informatieverwerking.

De medewerkers van de instellingen moeten vertrouwd zijn met het nieuwe distributiekanaal en de nieuwe systemen en procedures die daarmee gepaard gaan. De banken en beursmakelaars moeten ook zorgen dat het systeem goed werkt, zodat hun reputatie niet in het gedrang komt.

De CBF kijkt er op toe dat de financiële instellingen een strategie vastleggen met betrekking tot het Internet: financieel en commercieel, maar ook technisch (vorm en inhoud van de webstek) en op het vlak van beveiliging.

Eigen aan e-banking en e-brokerage is dat het contact tussen klant en bank of beursmakelaar louter elektronisch verloopt. Er is geen fysiek contact. Dat brengt problemen mee voor de identificatie van de klant: is hij of zij wel diegene waarvoor hij of zij zich uitgeeft? De CBF wijst erop dat de wetgeving voorschrijft dat de instelling, wanneer zij een zakenrelatie aangaat, zich moet vergewissen van de identiteit van de klant aan de hand van een bewijsstuk, waarvan een afschrift moet worden genomen en bewaard. Zij dringt er daarom op aan dat de bank of makelaar de identiteit van de klant controleert, bijvoorbeeld via adres, door telefonisch contact te nemen of door sommige correspondentie per post te versturen.

Een e-broker die aandelenbeleggingen biedt op risicovolle markten moet zich ervan vergewissen of de klant wel in staat is daarmee om te gaan, dat hij de spelregels kent en zich bewust is van de risico's. De bank of makelaar moet ook kunnen ingrijpen wanneer er transacties gebeuren die kennelijk abnormaal zijn.

Omdat het Internet nu eenmaal grensoverschrijdend is, moet een financiêle instelling die met haar webstek klanten wil aanspreken in het buitenland, voldoen aan de regels van dat land. Richt zij zich niet tot klanten in het buitenland, dan moet zij dat op haar webstek uitdrukkelijk vermelden.

  • De volledige tekst van de circulaire kan worden geraadpleegd op de webstek van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen.
  • www.cbf.be