BRUSSEL -- ,,Dat er een economisch herstel komt, daar ben ik nagenoeg zo zeker van als dat de zon morgen weer opgaat. Maar of dat herstel er tijdens de eerste helft van het jaar al komt, of dat het wachten is tot na de zomer, dat blijft afwachten. Zeker voor Europa, waar het wel eens volgend jaar zou kunnen worden.''

Alleen als terroristische aanslagen in enkele dagen tijd New York, Londen, Parijs, Brussel en Berlijn vernietigen, zou Peter Dixon aan het fundamentele van zijn stelling beginnen twijfelen. ,,En dan nog.'' Dixon is hoofdeconoom bij Commerzbank. ,,De aanslagen van 11 september zijn uiteraard een menselijk drama. Maar economisch zijn ze niet meer dan een kortetermijnfenomeen. Een gebeurtenis die je binnen een aantal jaren nog nauwelijks terugvindt in de statistieken.''

Voor Dixon zitten de conjunctuurbewegingen -- de opeenvolging van versnellende en vertragende economische groei -- ingebakken in de menselijke psyche.

,,Zelfs als het economisch slecht gaat, zijn er nog altijd consumptiegoederen die we moeten vervangen. De stofzuiger begeeft het, de koelkast laat het afweten,... En als het ons economisch voor de wind gaat, vinden we steeds nieuwe spullen of diensten waaraan we ons geld kunnen besteden.''

De Verenigde Staten, zegt Dixon, draaien op consumptie. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn er nooit twee opeenvolgende kwartalen geweest met afnemende consumptie. Zelfs één kwartaal was heel uitzonderlijk.

De tegenhanger daarvan is de extreem lage spaarneiging van de Amerikaanse gezinnen. Gemiddeld nog nauwelijks 4 procent van het inkomen wordt niet geconsumeerd, tegen meer dan 15 procent in Europa en over de 20 procent in Japan.

,,Logisch dus dat een herstel ook trager op gang zal komen. Zelfs als alle indicatoren positief staan, zie je het verbruik in verhouding vaak traag klimmen omdat de gezinnen eerst hun spaarreserves weer wat moeten aanzuiveren. Kijk maar naar het consumentenvertrouwen, dat nu op het hoogste peil staat in 12 maanden, zonder onmiddellijk effect op de economische groei.''

Dat is pech, zegt Dixon, want Noord-Amerika domineert de wereldeconomie misschien meer dan ooit. Afgelopen jaar haalden de VS en Canada samen een groei van zowat 1,1 procent, schat Dixon. Voor 2002 houdt zijn ploeg het op 0,8 procent, vooral onder negatieve druk van de eerste helft van het jaar, om in 2003 weer naar 3,8 procent te klimmen. Opnieuw boven het langetermijngemiddelde van 3,5 procent groei per jaar.

Van een deflatoire spiraal -- waarbij de prijzen onder druk van terugvallende consumptie en oplopende concurrentie dalen -- is voorlopig geen sprake.

De algemene prijsstijgingen zijn in de grootste industrielanden weliswaar vertraagd tot nauwelijks 1,4 procent, maar dat is vooral onder invloed van de dalende olieprijzen. De onderliggende trend, waarbij geen rekening wordt gehouden met de erg seizoengevoelige olie- en voedingsprijzen -- de kerninflatie dus -- stijgt al sinds begin 2000 en flirt nu met de 2 procent.

Probleem is veeleer dat alle industrielanden samen in een neerwaartse fase van de conjunctuur zijn beland. Er is geen tegengewicht meer. In één jaar dook de groei van de wereldeconomie van 4,7 naar 2,3 procent.

Een jaar geleden dachten alle economen nog dat de eurozone aan de economische neergang zou ontsnappen. In de VS dook de economische groei pijlsnel omlaag, maar Europa hield wonderwel stand. Tot het tweede kwartaal van 2001. Toen werd duidelijk dat de Duitse economie veel zwakker presteerde dan algemeen werd verwacht. Vooral de consument liet het afweten.

Wat heeft de wereldeconomie nu nodig, vraagt Dixon zich hardop af. Verdere rentedalingen? ,,Die hebben geen echte invloed op de consumptie, zeker niet in Europa.'' Begrotingsstimuli? ,,Die werken in de VS. Verlaag de belastingen en de Amerikaan geeft meer uit. Maar in euroland loopt het tekort in de grote landen zoals Duitsland, Frankrijk en Italië nu al hoog op. Berlijn zit bijna aan de limiet van drie procent die het Verdrag van Maastricht oplegt.''

Veel ruimte voor extra stimuli is er dus niet meer. Individuele kleinere landen hebben soms nog ruimte, maar zij wegen niet op het geheel.

Daarbovenop komt de werkloosheid. In de VS is die het afgelopen anderhalf jaar aardig opgelopen, maar ze blijft voorlopig beperkt tot 6 procent van de beroepsbevolking, een heel aanvaardbaar peil.

In Europa leven meer dan 11 miljoen mensen van een uitkering. ,,Dat is meer dan heel België en Luxemburg samen. Akkoord, dik vier jaar geleden konden de ruim 15 miljoen werklozen nog heel Nederland bevolken, maar met 8,5 procent werkloosheid presteert euroland alles behalve briljant.''

Hét probleem, zegt Dixon, is de stroeve arbeidsmarkt. In vergelijking met de VS kost een ontslag hier een fortuin en daarom aarzelen bedrijven om iemand vast in dienst te nemen. ,,Ik pleit niet voor een kapitalisme naar Amerikaans model, maar dat de vakbonden in landen als Duitsland en Frankrijk de jongste maanden opnieuw hun tanden laten zien, verontrust mij toch.''

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig