Wat zijn aandelen waard? Als je er maar een paar hebt, geeft de beurskoers het antwoord. Ben je de gelukkige bezitter van een serieus pakket, dan kan geen mens een zinnig antwoord geven. ,,Funny Money'' noemen ze het in de Angelsaksische landen. Vreemd geld. De ene dag heb je het, de andere dag niet meer. Bill Gates is zowat de rijkste man die er op deze aardkloot rondloopt, maar het vermogen van de oprichter van Microsoft is in drie jaar tijd ruim gehalveerd, van bijna 100 miljard dollar naar 43 miljard dollar. En binnen nog een paar jaar is hij misschien opnieuw meer waard dan ooit tevoren.

Ze moeten ondertussen al met vele tienduizenden zijn, de nieuwe rijken van de informatica en de telecom. Vaak jonge mannen en vrouwen, soms niet eens dertigers, die uit het niets zijn opgedoken in de gelederen van de miljonairs (in euro of dollar wel te verstaan). Velen leken enkele jaren geleden op weg naar de status van multimiljonair. Hun geheim? De steil klimmende beurskoersen van de bedrijven waarvoor ze werken en de aandelenopties die ze elk jaar in hun loonzakje vinden.

Hun vermogen is de jongste drie jaar misschien wel wat minder rekbaar gebleken dan dat van Gates -- gewoon omdat zij behoorlijk wat winst (of verlies) konden nemen zonder de beurskoers echt te beïnvloeden -- maar de capriolen van de aandelenbeurzen moesten ze even lijdzaam ondergaan als het grote Microsoft-voorbeeld.

En dan zijn er ook de gewonere kaderleden en managers. Vaak hardwerkende mensen die, in de hoop dat ze het volgende jaar nog een tandje zullen bijsteken, een pakketje opties krijgen op de aandelen van het eigen bedrijf. Heel bemoedigend als de koers van die aandelen omhoog gaat, maar o zo frustrerend als die aanhoudend verzwakt.

Als je bovendien Belg bent, en dus de belastingen op die opties al betaald hebt op het ogenblik dat je ze kreeg, is het helemaal pech. Opties zijn meestal maar vijf jaar geldig. Wie ze einde 1999 op zijn bord vond, heeft nog twee jaar, de gelukkigen die nog opties ontvingen in 2000 nog drie, voor ze waarschijnlijk definitief waardeloos worden.

Door de belastingen die al betaald werden, is de vergoeding van het Belgische management sindsdien niet gestegen, maar veeleer gedaald. Alleen als de beurzen de komende twee tot drie jaren onwaarschijnlijke rendementen halen, bestaat er een kans dat die arme managers de fiscus uiteindelijk niet voor niets betaald hebben.

Wie vorig jaar nog opties in zijn loonpakket vond, heeft wat meer kans, ook al omdat de onderliggende aandelen toen al flink wat minder waard waren. Maar ook zij zullen de komende jaren toch een gemiddeld rendement halen van ruim 10 procent per jaar om einde 2005 of begin 2006 nipt uit de kosten te komen.

Met een gemiddeld rendement van bijna 13 procent per jaar zullen zij uiteindelijk over de volle vijf jaar bekeken, en na aftrek van de al betaalde belastingen, een algemeen rendement halen... van een gewoon spaarboekje. Met een gemiddelde van 15 procent tijdens de komende vier jaar komt het rendement in de buurt van dat van een al even doodgewone staatslening.

Voor Belgische optiebezitters van het eerste uur (einde 1999) moet het rendement de komende twee jaar al oplopen tot gemiddeld 35 tot 40 procent om respectievelijk het rendement van een spaarboekje of dat van een staatslening te halen. De huidige koersniveaus zowat verdubbelen, is de boodschap, voor een gemiddeld aandeel.

Bij de uitschieters, waar de voorbije jaren verliezen geleden werden van 70 procent en meer, is de toestand zowat hopeloos. Twee jaar na elkaar een koersstijging van 65 procent ,,volstaat'' om uit de rode cijfers te raken. Pas daarboven wordt winst gemaakt. Vanaf 75 procent wordt het rendement op een staatslening gehaald.

Kijk nog eens even naar Microsoft. Van 1986, toen het aandeel naar de beurs ging, tot einde 1999 is de waarde ervan nagenoeg verhonderdvoudigd. Kaderleden die op het einde van die periode opties kregen waarmee ze aandelen konden kopen tegen 95 euro, vonden dat allicht een geweldige zaak. Microsoft noteerde toen rond 110 dollar en de tendens was nog altijd stijgend.

Net voor eindejaar flirtte het aandeel met de 120 dollar, maar toen was het afgelopen. Na wat op-en-neergaande bewegingen dook Microsoft in april 2000 in enkele weken tijd naar minder dan 70 dollar, een niveau dat het aandeel sindsdien niet meer heeft gehaald. De koers van de softwaregigant schommelt nu al een tijdje tussen iets minder dan 70 en nauwelijks 40 dollar. En intussen tikt de klok voor de optiebezitter.

In het jaar van de toekenning werd 15 procent van de waarde van het aandeel (in dit geval 16,5 dollar per optie) bij zijn inkomen geteld. In de veronderstelling dat 50 opties werden toegekend, betaalde de betrokkene dus het marginale tarief op 825 dollar (nagenoeg evenveel in euro). Zijn belastingfactuur is daardoor al gauw gestegen met ongeveer 55 procent van 825, of ruim 450 dollar.

Om gewoon maar uit de rode cijfers te blijven, moet hij zijn opties dus kunnen lichten als de aandelen een koers halen van ten minste 111,5 dollar (95 dollar uitoefenprijs plus 16,5 dollar al betaalde belastingen). Als we ook nog rekening houden met een renteverlies van 3,5 procent op het al betaalde bedrag dat we dus niet meer kunnen beleggen, moet de koers zelfs klimmen tot bijna 114 dollar.

Afhankelijk van de nog resterende looptijd moet de eigenaar van opties Microsoft bijna 20 (4 jaar resterende looptijd) tot bijna 40 procent (2 jaar resterende looptijd) per jaar halen, gewoon om uit de rode cijfers te blijven.