Droomt u ervan om voor een langere periode in het buitenland te gaan wonen en te werken in opdracht van uw bedrijf? Dan moet ervaring uw belangrijkste motivatie zijn, want voor 't geld, moet u 't niet meer doen. Zo staat althans de toekomst van de nieuwe generatie expats er voor. Hun voorgangers werden nog met status, prestige en fikse extra vergoedingen verleid om voor hun werk hun vaderland te verlaten. Maar wie vandaag beroepshalve naar elders vertrekt, kan in zijn of haar bagage maar beter wat eigen spaargeld meenemen.

Niet dat het aantal internationaal mobiele medewerkers de komende jaren zal afnemen. Neen, ondanks de aanhoudende globalisering en het veralgemeend gebruik van internettechnologie en videoconferenties, verwacht driekwart van de bevraagde bedrijfsleiders dat het aantal expats op korte termijn de hoogte in zal gaan.

Maar de globetrotters in spe zullen wel merkelijk minder ,,gepamperd'' worden dan tot dusver vaak het geval was. Dat stelde PricewaterhouseCoopers bij een recente peiling vast. Let wel: de Benchmark International Assignments van het advieskantoor voelde enkel multinationale bedrijven aan de tand, terwijl de toename van het aantal internationale uitzendingen zich, volgens diezelfde enquête, vooral bij de middelgrote bedrijven zou situeren. En ook kleinere bedrijven, zo blijkt, sturen steeds vaker hun zonen en dochters uit, wegens ,,aan de lokale markt hebben wij niet genoeg''.

De tijd lijkt dus definitief voorbij dat de titel van expat wilde fantasieën uitlokte over status, prestige of zelfs superioriteit, avontuur, luxeappartementen, exotische restaurants en vooral: grenzeloze vrijheid en dito middelen. De kostenkraan wordt dichtgeknepen.

Bedrijfsleiders leggen niet alleen de uitzendduur en de vergoedingen aan banden. Als het even kan, kiezen ze voor zogeheten commuters die op en neer pendelen tussen het land waar ze wonen en dat waar ze werken. Of ze rekruteren hun toekomstige managers zoveel mogelijk op de respectievelijke lokale arbeidsmarkt. Bovendien worden de prestaties van de expat ook nog eens scherper in de gaten gehouden en vaker geëvalueerd.

Eén ding is duidelijk: voor het prestige of de poen hoeft u het niet meer te doen. Maar of de nieuwe expat in spe daar ook een punt van maakt, is niet zeker. In de huidige conjuncturele context verschuiven de meeste werknemers hun prioriteiten van hoge looneisen naar, meer down-to-earth , werkzekerheid.

Dat bevestigt ook de recentste salarisenquête van Vacature. Zowat de helft van de bevraagde bedienden en ambtenaren die vandaag 2.600 euro bruto of meer verdienen, vindt dat bedrag best wel oké. Als ze hun huidige baan al kunnen behouden, willen ze heus nog wel even wachten op die loonsverhoging. Expats volgen die trend -- zelfs CEO's ontsnappen er niet aan -- en nemen genoegen met een meer bescheiden eisenpakket.

Wie zijn dan de witte raven die vandaag zo onbaatzuchtig overzee willen werken en wonen? De nieuwe expat is jong en enthousiast. Dat staat vast. Voorts is de kans groot dat hij of zij zijn of haar oude vrienden slechts heel voorlopig vaarwel zegt onder het motto ,,je bent jong en je wilt de wereld zien''.

Vanuit het perspectief van de bedrijven bekeken, is het statuut -- status is veel gezegd vandaag -- van expat een interessante manier om jong talent op een goedkope manier aan zich te binden, zelfs al lopen ze zo meer kans dat daardoor meer projecten op de klippen lopen bij gebrek aan ervaring. Stommiteiten of niet, voor de uitgezondene is de garantie van werkzekerheid voor een welbepaalde periode die zo'n langdurig verblijf in het buitenland biedt, vaak al mooi meegenomen.

Maar waar het echt op aan komt, is dat de expat van de nieuwe generatie vandaag met plezier vertrekt. Hij wil reizen om te leren en uiteraard ook om zich een beetje te amuseren. Of de zo felbegeerde job overzee ook echt zo veel leuker wordt dan een baan dichter bij huis, is een andere vraag.

Van oudsher worden expats gemakkelijk de dupe van tegenvallende wisselkoersen. Dat wordt er door de slinkende verloning allicht niet beter op, onze Europese eenheidsmunt ten spijt. Voorts blijft het probleem van de dual career bestaan, waarbij een nieuwe baan in het buitenland de job van de partner -- om over de schoolcarrière van de kinderen nog te zwijgen -- op de helling zet.

En een veilige, comfortabele behuizing is evenmin een kwestie die vlot geregeld raakt via een beperkt budget. Tot daar aan toe? Misschien loopt de expat juist daardoor een verhoogd risico dat hij of zij slachtoffer wordt van maffiapraktijken, kidnaptradities en/of terroristische activiteiten in landen met of zonder vuurlinies.

Kortom: een goedkopere, mobiele medewerker die elke cent moet omdraaien, loopt meer kans om geconfronteerd te worden met minder aangename zaken zoals afpersing of sabotage. Misschien moet een bedrijf dat dan zo ijverig bespaart op zijn expats achteraf toch nog gaan investeren in extra verzekeringen of substantiële bibberpremies?

  • Deze rubriek verschijnt elke week op zaterdag. De auteurs zijn trend- en mediawatchers van het advies- en onderzoeksbureau Bekx&X.