BRUSSEL -- De gevreesde financiële ineenstorting van Brazilië is uitgebleven, en ze lijkt hoe langer hoe minder waarschijnlijk te worden. ,,Ik ben diep onder de indruk van president Lula'', zegt de IMF-directeur-generaal Horst Köhler.

Toen de schoenpoetser die het tot vakbondsleider had gebracht een jaar geleden zijn opmars in de peilingen begon, reageerden de financiële markten met een stemming van wantrouwen tegen de man die tijdens een vorige presidentscampagne had laten doorschemeren dat hij voorstander was van een afwijzing van de buitenlandse schuld. De munt verzwakte en de buitenlandse geldschieters eisten een hogere rente om hun Braziliaanse schuldpapier te blijven aanhouden. De vrees voor een ineenstorting, zoals in het buurland Argentinië, leek een self-fulfilling prophecy te worden. Met behulp van een IMF-krediet van dertig miljard dollar werd de catastrofe voorlopig afgewend.

Bijna vier maanden na zijn aantreden als president moet Luiz Inacio Lula da Silva nog op zijn eerste misstap worden betrapt. Al tijdens zijn verkiezingscampagne had hij zich ingespannen om de markten gerust te stellen. Ook het regeringsteam dat hij aanstelde, met onder meer de arts Antonio Palocci als minister van Financiën, boezemde vertrouwen in.

Lula kondigde aan dat hij tot in 2006 een overschot op de begroting, zonder rentelasten, van 4,25 procent van het bbp in plaats van de tot dan toe nagestreefde 3,75 procent zou proberen te handhaven ten einde de last van de overheidsschuld te doen dalen. Hij bevroor voor vier miljard dollar overheidsuitgaven, schrapte de bestelling van nieuwe toestellen voor de luchtmacht en boekte een plaats in een gewone commerciële vlucht naar het Wereld Economisch Forum in Davos.

De financiële markten reageerden opgelucht op dat vertoon van budgettaire discipline. De ,,spread'' op Braziliaanse obligaties, het verschil met de rente die de Amerikaanse overheid op haar obligaties moet betalen, viel terug tot negenhonderd basispunten (negen procentpunten), tegen een piek van 2.400 basispunten vorig jaar. Braziliaanse banken en ondernemingen konden al voor vijf miljard dollar schuldpapier op de internationale kapitaalmarkt plaatsen.

De economie groeide in het afgelopen jaar met 1,5 procent en voor dit jaar rekent de regering op 2,8 procent, maar de prijsstijging versnelde als gevolg van de muntdepreciatie van vorig jaar, die de import duurder maakte.

Het restrictieve geldbeleid van de centrale bank doet de inflatie echter alweer vertragen. Ze heeft als doelstelling de prijsstijging dit jaar te beperken tot 8,5 procent, vier procent minder dan vorig jaar, en trok haar belangrijkste rentetarief daartoe in twee stappen op tot 26,5 procent.

Dit werkte ook een versteviging van de munt in de hand. De real is sinds zijn dieptepunt van oktober met twintig procent gestegen, wat de last van de buitenlandse schuld verlicht en de inflatie helpt te drukken. Anderzijds knabbelt dit aan de uitzonderlijke concurrentiekracht van de Braziliaanse ondernemingen, die vorig jaar een record-exportcijfer en een overschot van dertien miljard dollar op de handelsbalans opleverde. Het tekort op de betalingsbalans is sterk verminderd, zodat Brazilië minder moet lenen op de internationale markten. Ook dit heeft de beleggers minder nerveus gemaakt.

De regering probeert nu politieke steun op te bouwen voor de broodnodige belasting- en pensioenhervorming. De krachtlijnen daarvan werden door de gouverneurs van de 27 deelstaten onderschreven. De bedoeling is het hervormingspakket nog in de loop van het eerste semester aan het parlement voor te leggen.

Lula wil aan het hoofd van de voltallige groep gouverneurs te voet naar het congresgebouw stappen. Hij heeft een zwak voor dramatiek: heel vroeg in zijn ambtsperiode vloog hij met de leden van zijn regering naar het noordoosten van het land, dat hij als kind verliet, om hun visueel te tonen wat armoede is.

Het pensioenstelsel, vooral dat voor de ambtenaren, slaat een gapende bres in de begroting. De regering wil de minimum-pensioenleeftijd met zeven jaar optrekken, tot zestig jaar voor mannen en tot 55 jaar voor vrouwen. Voortaan zal men niet na tien, maar pas na twintig jaar overheidsdienst een ambtenarenpensioen kunnen krijgen, en nieuw aangeworven ambtenaren zullen het moeten stellen met een regime dat vergelijkbaar is met dat van werknemers uit de particuliere sector. De president stoort zich niet aan de kreten van afgrijzen en de dreigingen met staking.

Aangezien zijn Arbeiderspartij (PT) geen meerderheid heeft in het Congres, hoopt hij de centrumpartij van de vorige president, Fernando Henrique Cardoso, ervan te overtuigen voor de hervorming te stemmen. Haar bereidheid om dat te doen zou wellicht groter zijn als de PT in de voorgaande legislatuur niet zelf had geweigerd om een grotendeels gelijklopend hervormingspakket goed te keuren.

Op belastinggebied wil de regering voornamelijk de mozaïek van indirecte belastingen op het niveau van de deelstaten harmoniseren. Samen met de pensioenhervorming zou dit de middelen moeten vrijmaken om ,,Zero Honger'', het kernstuk van Lula's regeringsprogramma, te financieren.

Hij wil daarmee anderhalf miljoen van de armste gezinnen een maandelijks inkomen van ongeveer vijftien euro bezorgen. De concrete vorm waarin dit programma gestalte moet krijgen, ligt moeilijker dan verwacht. Het aanvankelijke idee om waardebonnen uit te delen voor de aankoop van voedsel werd verlaten, nadat de regering zich er rekenschap van had gegeven dat dit tot een zwarte markt in waardebonnen zou leiden.

Voor zij die Lula na drie mislukte pogingen zijn overtuigende overwinning in de presidentsverkiezingen bezorgden, gaat het allemaal te traag en zijn belangrijke aspecten van het beleid moeilijk te slikken. Een positieve kringloop van minder inflatie, lagere rente, snellere groei, meer werkgelegenheid en bijgevolg meer overheidsuitgaven ter verzachting van de armoede lijkt nu mogelijk. Zes maanden geleden zou niemand daar een cent op hebben verwed.