HASSELT -- Net zoals de advocaten van Maurits De Prins en Charles Cool een dag eerder, vroegen de verdedigers van gewezen KS-baas Thyl Gheyselinck en Gerard Van Acker, de topman van de Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (Gimv), gisteren op het KS/Super Club-proces de vrijspraak voor hun cliënten.

Voor de vierde keer op rij duurde de zitting voor de strafrechter in Hasselt tot laat in de avond. De voorzitster, Christine Coopmans, houdt immers vriendelijk, maar doortastend vast aan de op voorhand met de partijen afgesproken -- strikte -- agenda.

Voor Gheyselinck en Van Acker -- die als Gimv-topman en voorzitter van Telenet bij een eventuele veroordeling het meest te verliezen heeft -- traden grote namen in de ring. De Leuvense hoogleraar strafrecht, Raf Verstraeten, voor Gheyselinck; zijn collega Koen Geens, specialist vennootschapsrecht, en de bekende assisenpleiter Piet Van Eeckhout, voor Van Acker. Hun pleidooien liepen grotendeels parallel.

Volgens advocaat Verstraeten had het openbaar ministerie klaarblijkelijk ,,behoefte aan een misdaadverhaal''. Toen dat na een eerste lezing grote gaten vertoonde, zijn de openbaar aanklagers die beginnen invullen. Verstraeten herinnerde eraan hoe Gheyselinck in 1986 door de regering als een crisismanager voor de jaarlijks miljarden verzwelgende Kempense Steenkoolmijnen (KS) was binnengehaald.

Door de snelle sluiting van de mijnen van Waterschei, Winterslag en Eisden -- het oostelijke bekken -- hield hij van de beschikbare enveloppe van 28 miljard frank 11 miljard over voor reconversiepogingen. In de lente van 1989 stemde de Vlaamse regering in met zijn voorstel ook de westelijke mijnen van Beringen en Zolder vervroegd te sluiten. ,,Dat leverde de overheid nog eens een besparing van 26 miljard op'', zei Verstraeten.

Na de duizenden ontslagen wilde Thyl Gheyselinck aan het positieve werk beginnen. Hij droomde van de uitbouw van een groots educatief, recreatief en commercieel centrum -- zijn uiteindelijk nooit gerealiseerde ERC-project -- op de oude mijnterreinen. Dat leidde, eind augustus 1989, tot gesprekken met Super Club-stichter Maurits De Prins. ,,Een publiekelijk engagement van het -- toen -- bijzonder succesvolle entertainmentbedrijf zou aan het ERC-project een geweldige impuls geven.''

Het is tegen die achtergrond dat KS op 28 november 1989 voor 1,35 miljard frank Super Club-aandelen kocht van De Prins. Volgens de openbaar aanklagers lichtten Gheyselinck en Van Acker daarmee KS op omdat ze de andere bestuurders voorhielden dat er een juridisch afdwingbare koppeling was met een investering van Super Club in het ERC-project. Voor de advocaten van Gheyselinck en Van Acker slaat dat nergens op.

,,Ja'', zei Verstraeten, ,,er was van bij het begin een onmiskenbaar verband tussen een mogelijke investering van Super Club in het ERC-project en de aandelenverkoop''. ,,Maar Thyl Gheyselinck heeft dat altijd voorgesteld als een mogelijke, een verhoopte, een verwachte investering, nooit als een afdwingbare zekerheid. Dat kon overigens niet, want KS was er niet klaar voor.''

Zowel Raf Verstraeten als Koen Geens herinnerden aan een brief van Super Club van 17 november, die Gheyselinck op 21 november per fax aan alle bestuurders bezorgde, waarin De Prins en Cool uitlegden hoe Super Club in verband met de bouw van filmstudio's een ,,definitieve beslissing'' had genomen. ,,Dit was een engagement dat ernstig mocht en kon worden genomen'', zei Geens.

Bovendien moest de aankoop van Super Club-aandelen voor Gheyselinck, zo zei Verstraeten, los van de band met het ERC-project ook op zijn eigen merites kunnen worden beoordeeld. ,,Het openbaar ministerie betitelde vorige week de 1,35 miljard als een gift aan De Prins. Ik stond perplex, want bij een gift is er geen sprake van een tegenprestatie, terwijl KS voor een bijzonder aantrekkelijke prijs Super Club-aandelen verwierf.''

,,KS betaalde 1.500 frank per aandeel. Een op vraag van Gheyselinck geschreven rapport van Kredietbank noemde 2.260 frank een mooie prijs. Samen met de juristen van KS sloot Gheyselinck waterdichte contracten. Dat was vrij briljant gedaan'', zei Geens. Hij verwees onder meer naar een terugkoopoptie die De Prins het recht gaf zijn aandelen terug te kopen aan 1.800 frank (twintig procent meerwaarde voor KS), de ingebouwde clausule waarbij Super Club en KS in geval van de verwachte beursgang elk de helft van de meerwaarde zouden delen, en de optie die KS het recht gaf -- indien Super Club niet naar de beurs ging -- haar aandelen opnieuw te verkopen aan De Prins voor 4.000 frank.

Volgens de advocaten van Gheyselinck en Van Acker was er ook geen sprake van schriftvervalsing bij aanpassingen aan de notulen van de raad van bestuur.

Die aanpassingen, in maart 1990, waren ,,een hutsepot'', ze waren ,,ongelukkig en onhandig'', maar ze gebeurden in volle openheid en met het akkoord van alle bestuurders, ,,zonder het voor schriftvervalsing noodzakelijke bedrieglijke opzet''.

Piet Van Eeckhout herinnerde eraan dat Van Acker nooit is verhoord door de onderzoeksrechter en door de raadkamer buiten vervolging was gesteld. ,,Door de catastrofe die (met de mijnsluitingen en de mislukte reconversie) over Limburg is neergedaald, is er een nood aan schuldigen. Maar de rechtbank moet oordelen, los van de Limburgse blessure.''

Vrijdag vindt de volgende zitting plaats. Dan wordt het deelluik Pieters-De Gelder onder de loep genomen.