Nu de val van de euro steeds meer een probleem wordt, moeten de centrale banken in Europa beslissen of ze al dan niet tussenbeide komen. Maar ze kunnen niet rekenen op de steun van de Verenigde Staten, zeggen Tony Barber en Christopher Swann

Ernst Welteke, de voorzitter van de Bundesbank, wou dinsdag niets lossen. Hij zat in een duister café in een vervallen gebouw uit het communistisch tijdperk in Oost-Berlijn. Journalisten vroegen hem of de centrale banken van plan waren om tussenbeide te komen om de euro te steunen.

Ernst Welteke gaf het standaard antwoord van de Europese beleidsmakers: interventie is een wapen waarover ze beschikken maar daarover komt er vooraf geen mededeling. Hoelang de Europese Centrale Bank en de Europese regeringen zich nog aan die slogan kunnen houden, is een andere vraag. Zoals Michael Mussa, de hoofdeconomist van het Internationaal Monetair Fonds, het deze week zei, is de voortdurende daling van de euro tegenover de dollar, de yen en andere munten nu eerder een probleem dan gewoon een vervelende zaak. ,,Ik denk dat er maar weinig omstandigheden zijn waarin grote landen geneigd zijn tussenbeide te komen. Maar je kan je afvragen: Als ze dat nu niet zijn, wanneer dan wel?'', zei hij.

Het korte antwoord is dat niemand het weet. Maar het feit dat een interventie nu een onderwerp van openlijke discussie is, wil al veel zeggen. Het idee van een interventie hangt in de lucht omdat de euro, nog geen twee jaar na zijn lancering en nog voor er biljetten en muntstukken in omloop zijn, steeds meer hulp nodig lijkt te hebben.

Voor hij in 1998 kanselier van Duitsland werd, omschreef Gerhard Schröder de munt, die in januari 1999 werd gelanceerd, als een ,,ziekelijk en prematuur kind''. De wisselmarkten lijken het daar nu mee eens te zijn en de daling van de munt begint nu invloed te hebben op de publieke opinie. In Duitsland bleek uit een recente opiniepeiling dat bijna twee derde van de bevolking wil vasthouden aan de biljetten en munten in Duitse mark.

Volgens sommige Europese beleidsmakers is de zaak in essentie een ,,dollar-probleem'' en niet zozeer een euro-probleem. Ze zeggen dat de sterkte van de dollar gedeeltelijk te maken heeft met het feit dat de VS grote hoeveelheden Europees kapitaal aanzuigen om het tekort op de lopende rekening te financieren. Dat tekort bedraagt nu 4 procent van het Amerikaans bruto binnenlands product.

Hoewel het moeilijk is om de ,,redelijke waarde'' van een munt precies te bepalen, schatten het IMF en sommige economisten dat de euro 20 á 25 procent ondergewaardeerd is tegenover de dollar. Maar de VS hebben niet veel redenen om te proberen de euro omhoog en de dollar omlaag te krijgen. Want dat zou de inflatie en de rentevoeten in de VS doen stijgen.

Het Europese standpunt is dat de euro moeilijk beschouwd kan worden als een mislukking wanneer ze bijdraagt tot het ontstaan van een eengemaakte Europese kapitaalmarkt, bedrijfsherstructureringen en belastinghervormingen aanmoedigt, voor prijsstabiliteit zorgt binnen de eurozone en een economische groei teweegbrengt.

Voor de invoering van de euro schommelden de Europese munten dikwijls tegenover elkaar als de dollar een sterke beweging kende omdat de internationale kapitaalstromen op elk land een verschillende invloed hadden. Nu de wisselkoersen tussen de 11 (binnenkort 12) landen van de eurozone volledig vastligt, zijn dergelijke schommelingen geen probleem meer.

Maar vanuit een andere hoek bekeken, is de daling van de euro een probleem -- of het symptoom van een probleem. Romano Prodi, de voorzitter van de Europese Commissie, is een van die mensen die zeggen dat de euro het moeilijk heeft omdat de eurozone onvoldoende politiek geïntegreerd is. Een reden waarom er wantrouwen is op de financiële markten is dat de beleggers zien dat landen die eenzelfde munt hebben, gemeenschappelijke problemen op een verschillende manier aanpakken.

Nog een groter probleem is dat de markten denken dat sommige politici van de eurozone liever een euro hebben met een lage externe wisselkoers. Gerhard Schröder liet dat twee weken geleden al uitschijnen en hetzelfde gevoel leeft in Spanje en Italië waar de zwakke euro bijgedragen heeft tot een daling van de werkloosheid en een economische groei. ,,De zwakke euro maakt onze bedrijven heel gelukkig'', zei de Italiaanse premier Giuliano Amato deze week.

Ondanks die verklaringen hebben de ECB en de Europese politieke leiders zowat alles geprobeerd, behalve directe interventies, om de evolutie van de euro om te keren. De ECB heeft de kortetermijnrente opgetrokken en politici hebben samen met leden van de ECB verklaard dat de eurozone economisch heel gezond is en dat de zone het binnenkort beter zal doen dan de VS in termen van economische groei.

Vorige week kondigde de ECB aan dat ze euro's kocht met de intrest op haar deviezenvoorraad. Dat is nog geen officiële interventie maar het is wel een hint over wat er kan volgen. De zet van de ECB was belangrijk omdat het aangaf dat de Centrale Bank niet bereid was om de rentevoeten sterk te verhogen om de euro te verdedigen. Gedeeltelijk als een gevolg daarvan, kon die zet de euro niet verdedigen. De euro is in minder dan 21 maanden met 28 procent gedaald tegenover de dollar.

Door al die zaken vragen beleggers en analisten zich nu af of de ECB afstevent op een volwaardige interventie. Momenteel zijn de meningen verdeeld. Sommigen zeggen dat het onvermijdelijk is omdat de daling van de euro dreigt uit te monden in een complete nederlaag. Dat zou Europa en de wereldeconomie destabiliseren.

Anderen achten een interventie weinig waarschijnlijk omdat het idee op weinig steun kan rekenen bij de centrale banken in de wereld, vooral bij de Amerikaanse centrale bank (Federal Reserve) en misschien ook bij de ECB zelf.

De financiële markten weten misschien meer na de bijeenkomst in Praag van de ministers van Financiën van de G7, de grootste geïndustrialiseerde landen ter wereld. Volgens Wim Duisenberg, voorzitter van de Europese Centrale Bank, is het weinig waarschijnlijk dat de G7 een gezamenlijk initiatief zal nemen om de belangrijkste munten ter wereld weer op één lijn te krijgen. Maar dat sluit niet uit dat er later acties kunnen volgen, vooral als de euro verder zou dalen.

Veel hangt af van de precieze vorm van een mogelijke interventie. De grootste impact zou bereikt worden door een gezamenlijke actie van de ECB, de 11 centrale banken van de eurozone, de Amerikaanse Federal Reserve, de Bank of Japan, de Bank of England en andere. Ernst Welteke gaf deze week aan dat de Fed waarschijnlijk niet zal meedoen voor november wegens de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Dat is een probleem voor de ECB want zelfs als de Japanse en Britse centrale bank mee de euro ondersteunen, kan de afwezigheid van de Fed ervoor zorgen dat de interventie niet overtuigend genoeg is voor de markten. Dat kan de geloofwaardigheid van de ECB ondermijnen. Dat is een heel belangrijke bedenking voor de 17 leden van de raad van bestuur van de ECB.

Een ander probleem is dat de interventie van een centrale bank in het verleden succesvol bleek te zijn als speculanten daardoor gestraft werden omdat ze snel moesten afzien van hun speculatie die sterk gefinancierd was met leningen. Maar vele analisten zeggen dat de fundamentele reden voor de zwakte van de euro niet zozeer speculatie is maar wel de stroom van langetermijnkapitaal uit de eurozone naar de VS. De netto uitstroom bedroeg vorig jaar 145 miljard euro en in de eerste zes maanden van dit jaar bedroeg die 44,5 miljard euro.

Uit gegevens van de Mercantile Exchange in Chicago, de meest gebruikte maatstaf voor speculatieve posities, blijkt daarentegen dat makelaars op de wisselmarkt niet uitzonderlijk tegen de euro gokken. ,,Als er geen speculatieve zeepbel is -- en die is er niet -- dat zal een interventie van de ECB niet erg efficiënt zijn'', zegt Jesper Dannesboe bij ABN Amro in Londen.

De ECB zou ten slotte zelf acties kunnen ondernemen. Met een gecombineerde netto deviezenvoorraad van 261 miljard euro en een goudvoorraad van 120 miljard euro hebben de ECB en de nationale centrale banken van de eurozone geen gebrek aan vuurkracht.

Analisten bij de zakenbank Goldman Sachs zeggen dat de ECB misschien beter geen verrassingsinterventie uitvoert maar een plan op middellange termijn aankondigt om de hoge voorraden van de eurozone te verminderen.

Dat kan de euro wat ademruimte bezorgen. De markten zouden tijd hebben om te beseffen dat de euro veel te veel werd verkocht en de ECB zou haar geloofwaardigheid niet in gevaar brengen.

Maar zelfs dat zou de regeringen van de eurozone niet ontslaan van hun verplichting om een meer coherent economisch beleid te formuleren. De daling van de euro zal pas stoppen als de financiële markten veel meer vertrouwen stellen in de Europese regeringen.

© The Financial Times