BRUSSEL (reuters, bloomberg, eigen berichtgeving)-- De herweging van de invloedrijke MSCI-beursindexen speelt, zoals verwacht, in het nadeel van de continentaal-Europese aandelen, en daarmee ook van de Europese eenheidsmunt. Een paar individuele verrassingen zorgden gisteren voor forse koersschommelingen op de beurs.

Msci maakte afgelopen weekend op zijn website de samenstelling bekend van zijn ,,provisionele'' indexen, die rekening houden met de free float bij de selectie van individuele aandelen (DS 19 mei) . De gepubliceerde indexen dienen als leidraad voor grote beleggers; de ,,officiële'' wijzigingen worden doorgevoerd in twee fasen, eind november van dit jaar en eind mei volgend jaar.

Hoewel alle grote beurshuizen en vermogensbeheerders de voorbije maanden hun analisten in de strijd gooiden om de gevolgen van de herweging te voorspellen, kwam MSCI toch met een paar verrassingen op de proppen.

  • MSCI week hier en daar af van de regel dat in elk land alle aandelen worden geselecteerd die samen 85 % van de beurskapitalisatie van dat land uitmaken. Volgens fondsbeheerder Hans Steyaert van Fortis Investment Management is dat een belangrijke verklaring voor heel wat ,,verrassingen''. MSCI hanteerde land per land een ,,drempelwaarde'' voor de totale kapitalisatie. Opvallend daarbij is dat men in de VS en Japan slechts een goede 80 % haalt. Op die manier vermeed de indexbeheerder dat er te veel kleine, illiquide aandelen in zijn indexen terechtkwamen.
  • De grote winnaars in de All Country World Index (ACWI) zijn de VS (van 49,1 naar 55,3 %) en Groot-Brittannië (van 9,3 naar 10,4 %). Japan, Frankrijk en Duitsland zien hun gewicht respectievelijk met 1,3, 1,2 en 1 procentpunt afnemen. Ook de groeilanden (Emerging Markets) verliezen: hun gezamenlijke gewicht daalt van 5 naar 3,1 %. Binnen de groep van groeilanden zijn Zuid-Afrika en Korea de twee grote winnaars.
  • Analisten hadden gisteren echter vooral aandacht voor de regionale EAFE-index (Europa, Australië en het Verre Oosten), die 21 landen buiten Amerika volgt, en die door veel grote Amerikaanse fondsen als referentie-index wordt gebruikt. Hier stijgen de Britten van 21,2 naar 26,2 %. Frankrijk gaat van 11,2 naar 9,5 %, Duitsland van 8,5 naar 7 % en Italië van 4,6 naar 3,7 %. Tegenover die verliezen, die volgens sommigen groter zijn dan verwacht, staat de relatief kleine daling van het Japanse gewicht, met 0,73 procentpunt.
  • De gevolgen waren gisteren zichtbaar op de wisselmarkt, die het snelst op de onverwachte aanpassingen kon reageren. In anticipatie op de afnemende vraag naar aandelen uit de eurozone, zakte de eenheidsmunt met ruim een half procent tegenover de dollar. Tegenover het pond bereikte de euro de laagste koers sinds december.

  • De grootste individuele verrassing was in Europa het feit dat de Duitse autobouwer BMW uit de index wordt gelicht, en dat de veel kleinere concurrent Porsche erin komt. Bij de banken verdwijnen het Franse Crédit Lyonnais en de Duitse Commerzbank.
  • Volgens een studie van UBS Warburg kunnen de herschikkingen aanleiding geven tot een netto-aankoop van 90 miljard dollar (4.140 miljard frank) aan Britse aandelen. De kapitaaluitstroom uit Frankrijk en Duitsland wordt in die studie berekend op respectievelijk 40 miljard dollar (1.840 miljard frank) en 34 miljard dollar (1.560 miljard frank). Japan zou af te rekenen hebben met een netto verkoop van ,,slechts'' 9,6 miljard dollar (442 miljard frank).