In de Verenigde Staten realiseert de geneesmiddelenindustrie het grootste deel van haar winst maar ook op die markt neemt de druk op de prijzen toe, zegt David Pilling

Bijna overal ter wereld is de farmaceutische industrie, gereputeerd voor haar ruime winstmarges, het gewoon dat de prijzen voor geneesmiddelen onder vuur komen te liggen.

In Europa hebben de regeringen die geneesmiddelen kopen een aantal maatregelen genomen, waaronder rantsoeneringen en kosten-batenanalyses, om de vraag te beperken en de prijzen onder controle te houden. In Japan hebben verschillende opeenvolgende regeringen sterke prijsverlagingen opgelegd waardoor de winst voor de bedrijven sterk verminderd is in de tweede grootste pillen slikkende natie ter wereld. Onlangs heeft de aidscrisis in de derde wereld de geneesmiddelenbedrijven verplicht om unieke toegevingen te doen op de prijzen. Volgens sommigen kunnen daardoor grote delen van de aardbol non-profitzones worden voor de farmaceutische industrie.

Er is slechts één markt die min of meer gevrijwaard is gebleven van die prijsdruk: de Verenigde Staten.

Het klopt dat er heel debat werd gevoerd, vooral over de prijs die niet-verzekerde senioren moeten betalen en over het sterke contrast tussen de prijzen van geneesmiddelen in de VS enerzijds en in Canada en Mexico anderzijds. Dat verschil is des te opvallender omdat de drie landen lid zijn van een vrijhandelszone, de North American Free Trade Agreement (Nafta).

In afwachting van een langverwachte hervorming van de Amerikaanse ziekteverzekering, het Medicare-systeem dat de kosten voor geneesmiddelen niet dekt voor senioren, hebben sommige staten zelf het initiatief genomen en prijsverlagingen opgelegd voor geneesmiddelen voor senioren.

Maar het is een feit dat de Amerikaanse consumenten de afgelopen twintig jaar de uitzonderlijke wereldwijde groei van de farmaceutische industrie hebben gevoed. Het is het enige land dat zoiets heeft als een vrije markt voor geneesmiddelen. De VS zijn goed voor naar schatting 40 procent van de wereldwijde verkoop van geneesmiddelen op voorschrift en voor minstens 60 procent van de winst van de farmaceutische sector. Elk jaar stijgen die cijfers een beetje omdat de kloof tussen de VS en de rest van de wereld groter wordt.

Daarom is zelfs het kleinste teken dat de Amerikaanse prijzen onder druk staan, voldoende om voor koude rillingen te zorgen in de hele industrie. Een aantal gebeurtenissen van de afgelopen weken, die op het eerste gezicht geen verband houden, laten uitschijnen dat het debat over de prijs van geneesmiddelen, dat lange tijd buiten de Amerikaanse grenzen bleef, nu aan het doorsijpelen is in de belangrijkste winstmarkt van de industrie.

,,Er is momenteel duidelijk een grotere gevoeligheid voor prijzen en kosten'', zegt Fred Hassan, gedelegeerd bestuurder van Pharmacia. Hij was zo aangetrokken door de Amerikaanse appetijt voor geneesmiddelen dat hij zijn bedrijf verhuisde van Groot-Brittannië naar het Amerikaanse New Jersey. ,,De druk komt niet enkel van politici en van staten maar ook van werkgevers die de premies betalen voor de ziekteverzekering en van patiënten die hun geneesmiddelen uit eigen zak betalen.''

Een gevolg van die groeiende druk werd deze maand duidelijk toen het Zwitserse Novartis bekend maakte dat het zijn nieuwe middel tegen kanker ter beschikking zou stellen aan een prijs die afhankelijk is van de koopkracht van de patiënt. Zo zou een niet-verzekerde patiënt die 43.000 dollar (ruim 1,9 miljoen frank) of minder verdient het product -- Glivec -- gratis krijgen. Zelfs patiënten die tot 100.000 dollar verdienen krijgen nog een stevige korting.

Het initiatief van Novartis, dat door sommige concurrenten wordt afgedaan als een reclamestunt, volgt op een reeks toegevingen van de sector in de derde wereld, waar het ene bedrijf na het andere de prijs van aidsgeneesmiddelen drastisch verlaagde. Hun belangrijkste voorwaarde was dat de prijzen in de arme landen de prijzen in het Westen niet ondermijnen. Het initiatief met Glivec, dat wel om een andere ziekte gaat, kan een eerste deuk zijn in dat voornemen.

Het is dan ook niet verrassend dat de concurrentie het gebaar van Novartis probeert te minimaliseren. Ze wijzen erop dat een programma waarbij arme Amerikanen geneesmiddelen krijgen, niets nieuws is. Ook al gaat het aanbod van Novartis volgens hen een beetje verder, ze vinden dat Glivec een geval apart is. Een jaarbehandeling met het product kost 30.000 dollar, wat heel veel is. Maar jaarlijks worden slechts 6.000 Amerikanen getroffen door het type van leukemie waarvoor het product bedoeld is. Zonder het geneesmiddel zouden die mensen zeker sterven.

Daniel Vasella, de voorzitter van Novartis, denkt dat anderen verplicht zullen zijn zijn voorbeeld te volgen. ,,Het is tijd dat de mensen beginnen na te denken over de verantwoordelijkheid die we als industrie hebben'', zegt hij.

Als Daniel Vasella gelijk heeft en levensnoodzakelijke geneesmiddelen een sterke prijsverlaging zullen kennen, dan zullen de farmaceutische bedrijven waarschijnlijk hun winst moeten realiseren met geneesmiddelen voor minder catastrofale ziektes. Maar in die categorie van geneesmiddelen is de druk op de prijzen misschien even sterk.

Deze maand deed een adviesgroep van de Amerikaanse toezichthouder, de Food and Drug Administration (FDA), de unieke aanbeveling dat de geneesmiddelen voor hooikoorts, die nu enkel met voorschrift te krijgen zijn zoals het product Claritin van Schering-Plough, vrij verkrijgbaar moeten worden. De FDA reageerde daarmee niet op een vraag van patiënten of geneesheren maar van de verzekeringsmaatschappijen, die erop gebrand zijn de kostprijs van een van de snelst groeiende categorieën geneesmiddelen van zich af te schuiven.

Wellpoint, de verzekeraar die de zaak in gang zette, klaagt erover dat zijn uitgaven voor antihistamines (producten tegen allergieën) tussen 1993 en 1998 met 612 procent gestegen zijn, onder meer door een zeer succesvolle reclamecampagne. Wellpoint stelt dat de enorme vraag de gezondheidszorg veel geld kost dat beter wordt uitgegeven aan ernstigere problemen.

Schering-Plough haalt een derde van zijn inkomsten uit het product Claritin en als het product van status verandert betekent dat een ramp voor het bedrijf. Als de patiënten zelf moeten betalen voor het product en dus geen terugbetaling krijgen van de verzekering, dan zou de prijs van Claritin sterk dalen.

Net als bij Glivec, schildert de industrie de antihistamines af als een geval apart. Het is een veilig en veel gebruikt geneesmiddel in een categorie waar veel producten inzitten die zonder voorschrift verkrijgbaar zijn. Vele bedrijfsleiders uit de sector twijfelen er trouwens aan of de FDA een producent juridisch kan verplichten om zijn product zonder voorschrift ter beschikking te stellen.

Het is nauwelijks een verrassing dat het probleem van de hoge prijzen voor geneesmiddelen in de VS aan de oppervlakte komt. Volgens het studiebureau National Health Care Management Foundation stegen de uitgaven voor geneesmiddelen op voorschrift vorig jaar met 19 procent tot 131 miljard dollar. Dat betekent een toename van veertig procent in de afgelopen twee jaar. Het studiebureau ontdekte dat een groot deel van de toename te wijten was aan een stijgende vraag naar een klein aantal bekende geneesmiddelen waarvoor veel reclame werd gemaakt op televisie. Tot op zekere hoogte wordt de sector het slachtoffer van haar eigen succes.

De geneesmiddelensector wijst er echter op dat er niets nieuws onder de zon is. Het feit dat verzekeraars, patiënten en regeringen bezorgd zijn om de prijs van nieuwe geneesmiddelen betekent niet dat de prijzen op instorten staan, zegt de sector.

,,Ze proberen altijd kortingen te bekomen'', zegt Jean-Pierre Garnier, gedelegeerd bestuurder van GlaxoSmithKline die het Brits-Amerikaanse bedrijf leidt vanuit het Amerikaanse Philadelphia. ,,Maar ik ervaar niet dat die druk vandaag groter is dan gisteren.''

Fred Hassan van Pharmacia is het daarmee eens. ,,In het begin van de jaren negentig werd algemeen voorspeld dat de Health Management Organisations (prive-ziekteverzekeraars) alles zouden overnemen. Maar het zijn de meest open HMO's die gegroeid zijn. De verzekeraars die bepaalde geneesmiddelen rantsoeneerden, hebben klanten verloren.''

Met andere woorden, zegt Fred Hassan, als het erop aan komt verkiezen de Amerikanen kwaliteitsgeneesmiddelen boven goedkopere prijzen. ,,Het Amerikaanse publiek wil altijd kunnen beschikken over het laatste en het beste.''

De prijzen staan misschien wel op de agenda in Washington maar, zegt Jean-Pierre Garnier, maar het Amerikaanse publiek zal zich verzetten tegen alles wat een bedreiging vormt voor de winstmarges van de sector en dus voor hun innovatiekracht. ,,Dit is Amerika, niet Europa. In Amerika begrijpen de mensen de economische principes van de farmaceutische industrie, dat de prijs van een geneesmiddel niets te maken heeft met de kostprijs van de productie van dat geneesmiddel maar met de kostprijs van het onderzoek. Ze willen de motor van de innovatie niet stilleggen.''

Naargelang de Amerikaanse factuur voor geneesmiddelen toeneemt, zullen de collega's van Jean-Pierre Garnier in de sector hopen, misschien zelfs bidden dat zijn vertrouwen niet misplaatst is.