Vertragend of niet, onze economie is er een van diensten geworden. De mijnen en de pakhuizen van de industriële revolutie zijn vervangen door call centers en ponsfabrieken, waar aan 'datamining' en 'warehousing' gedaan wordt. Ook in die nieuwe activiteiten klinkt de lokroep van de lagelonenlanden. Sopres, de Belgische marktleider inzake direct marketing, heeft de eenvoudigste bezigheden al jaren geleden uitbesteed. Aan een Marokkaanse dochter, Fedaso gedoopt. Vijfhonderd meisjes uit Fes waken nu over de bedgeheimen van de Belgische consument.

Geachte Mevrouw Wauters. In de materniteit heeft u bij de geboorte van uw kleintje de roze doos gekregen. Vier maanden later, als u erom gevraagd heeft, krijgt u van ons de blauwe doos.'' Mevrouw Wauters uit Vosselaar wou inderdaad ,,kosteloos en zonder enige verplichting'' de blauwe doos. Wat ze waarschijnlijk niet weet, is dat haar brief enkele weken later door de handen van een Marokkaanse sorteerster glijdt, gescand wordt door drie collega's, om vervolgens ingetikt te worden door een ander meisje. Mevrouw Wauters is via een exotische omweg een bestand geworden.

De datamijn heeft weinig gelijkenissen met een negentiende-eeuwse sweatshop . De imkomhal van Fedaso, ,,Fes Data Sopres'', baadt in het licht. Rond het fonteintje groeien palmbomen. Er is kwistig met marmer rondgestrooid. Op het dak een grote cafetaria en een nog groter dakterras. ,,Drie keer per week organiseren we een aerobics-training.''

,,En dit is onze moskee.'' Jean-Pierre Vandoren, Belg en gedelegeerd bestuurder van Fedaso, heeft de nieuwe vestiging twee jaar gelden ingewijd. Intussen werken er zo'n 350 mensen, 95 procent van hen vrouwen. ,,Dat heeft op zich niet veel te maken met Marokko. In België is dat net zo. Data-entry blijkt een vrouwelijk bezigheid.''

Fes is een van de parels van Marokko, één van de vijf ,,keizerlijke steden'', in een ver verleden de hoofdstad van de eerste koningen van het land. De oude binnenstad is nog omringd door middeleeuwse wallen, de claustrofobische straatjes gonzen van de bedrijvigheid. Koeienpoten, levende kippen, keramiek: de Medina, Arabisch voor oude stad, is nog altijd de place to be voor de plaatselijke shopper.

Plaatselijk, want hoewel de binnenstad door Unesco uitgeroepen is tot werelderfgoed, is er van toerisme nog niet veel te bespeuren. Fes is Marrakech niet. En dat voelt de stad. De werkloosheid is er torenhoog. Grote industrie is er niet. Op een middelgrote pottenbakkerij en een westerse textielfabriek na zijn er weinig werkgevers van formaat in de streek.

Maar Marokko heeft andere troeven. De talenkennis is er indrukwekkend: de meeste mensen spreken meer dan een aardig mondje Frans. In het noorden van het land is Spaans de tweede taal. En de bevolking is relatief hoog geschoold, al vindt meer dan de helft van de afgestudeerde academici nauwelijks werk. Zoiets is natuurlijk mooi meegenomen voor een dienstenbedrijf. ,,We hebben onze eisen kunnen aanpassen. Nu vragen we een humanioradiploma plus een hogere opleiding van minimaal vier jaar. In België zou zoiets niet mogelijk zijn.''

Fedaso is in meerdere opzichten een atypisch bedrijf, zeker naar Marokkaanse maatstaven. De praktische leiding ervan is in handen van een vrouw. Rajae Oudghiri werkte vroeger in lokale bank in Fes, waar ze onder meer de financiering van Fedaso superviseerde. ,,Ze kende het hele financiële plaatje. Dat hielp.'' En dat ze vrouw was, was voor haar Belgische werkgever een voordeel. Het geeft haar extra autoriteit bij het personeel. En levert soms wat extra publiciteit op. Toen Marokko vorig jaar gastheer speelde voor een conferentie over de positie van de vrouw, werd Oudghiri opgevoerd als een van de zeldzame succesverhalen uit de Arabische wereld.

Natuurlijk zorgt de culturele kloof soms voor wat deining. Fes is traditioneler dan Casablanca, hoor je vaak. Hier sijpelen de westerse waarden in een trager debiet binnen. En dat voelt ook Fedaso. ,,Tja, we hebben onvermijdelijk wat fricties'', zegt Jean-Pierre Vandoren. ,,De meisjes hier verdienen gemiddeld tien procent meer dan hun echtgenoten. Dat zorgt voor spanningen op het thuisfront. Het percentage echtscheidingen ligt opmerkelijk hoger dan het streekgemiddelde. Een paar keer per jaar krijgen we wel eens een boze echtgenoot binnen die zijn vrouw komt halen. Maar al bij al blijft dat beperkt.''

Tien procent meer: dat komt neer op een maandloon tussen acht- en tienduizend frank. ,,Vergelijkbaar met het loon van een bankbediende.'' Daarvoor werken de meisjes wel 48 uur, zes dagen op zeven.

,,Maar we geven ook heel wat terug. We bieden hen een vast contract, heel uitzonderlijk in de sector van de data-entry. Eén keer per week kunnen de meisjes naar de bedrijfsdokter. En de sociale verzekering van Fedaso is de meest uitgebreide die in het land mogelijk is.''

En het bedrijf stelt zich ook flexibel op. ,,Ongeveer 70 procent van de meisjes is praktiserend moslim. Ze mogen, als ze willen, vijf keer per dag bidden. We proberen hen ook emotionele steun te geven. Want gevoelens kunnen hier vaak dramatische proporties aannemen. Bijvoorbeeld als er een sterfgeval is. Dan komen ze soms wekenlang niet opdagen. In België is dat allemaal wettelijk geregeld, maar hier staat er geen termijn op verdriet. Dus gunnen we hen dat ook.''

Vandoren houdt even halt bij een vreemdsoortig klavier in de vorm van een hand, met negen koperen toetsen. ,,Dat is nog een erfenis van onze voorganger, Infotrade, het bedrijf dat we zes jaar geleden hebben overgenomen. Een ontwerp van eigen makelij'', zegt Jean-Pierre Vandoren. Het klavier is op maat van de gebruiker gemaakt. De koperen plaatjes waar de vingers op rusten zijn het werk van ambachtslui uit de middeleeuwse binnenstad. Een meisje geeft een demonstratie. Met een ijzingwekkende snelheid typt ze enkele Vlaamse namen op het computerscherm: Verstraeten, De Vuyst, De Meester.

Het vreemde klavier had zijn nut. Het verhoogde de input-snelheid aanzienlijk. Maar de concurrentie van andere lagelonenlanden bleef spelen. ,,Onze belangrijkste concurrenten zijn landen als Indië en de Filipijnen. Daar wordt in grote batterijen gewerkt van meer dan 1.000 mensen. Wij hebben op een gegeven moment ook voor de keuze gestaan: ons personeelsbestand verdubbelen of ons technologisch verfijnen. Wij hebben voor het laatste gekozen, de ervaring van ons moederbedrijf heeft daarbij geholpen. En het is onze grote doorbraak geweest. De productiviteit is exponentieel gestegen.''

Vandaag komt er bij het invoeren van de data verbazend weinig manueel intikwerk kijken. Alle formulieren worden gescand. De 200 ponssters werken nagenoeg uitsluitend via een speciaal ontworpen interface . De in te tikken straatnamen en cijfers zijn tot een minimum beperkt. Want de pc's zijn aangesloten op gigantische controledatabanken die menselijke fouten zo veel mogelijk vermijden.

De investering, de drie Kodak-scanners kostten zo'n dertig miljoen frank, loont. De controlemechanismen zorgen er voor dat 85 procent van de gegevens niet meer ingetikt moet worden. En de capaciteit is aanzienlijk uitgebreid. Voor de reorganisatie konden de meisjes 45.000 enquêteformulieren per week aan. Nu zijn er dat 200.000 exemplaren.

Marokko was voor ons geen keuze'', zegt Alain De Schouwer, gedelegeerd bestuurder van Sopres België. ,,Het product dat we voor ogen hadden, is gewoonweg niet rendabel als je werkt met Belgische lonen. Het was Marokko of niets.''

De Schouwer heeft er geen rekenmachientje voor nodig. ,,Neem bijvoorbeeld een mailing van 1 miljoen exemplaren. Stel dat er ongeveer 130.000 formulieren ingevuld en teruggestuurd worden. Wel, als je de hele handel in België zou laten afwikkelen, kost ons dat 60 frank per ingetikt formulier. En als je dan weet dat we die gegevens kunnen doorverhuren voor 4 á 5 frank, dan moeten we bijna twaalf klanten vinden om er enigszins voordeel aan te doen. Met onze investeringen in Fes, zijn we erin geslaagd de kosten te drukken tot 12 frank per formulier.''

Fedaso is in zes jaar tijd uit zijn voegen gebarsten. De omzet stijgt elk jaar met gemiddeld 15 procent. Dit jaar is de kaap van 120 miljoen frank in zicht. Dat is genoeg kritische massa om winstgevend te worden. ,,Dit jaar zijn we break-even, denken we.''

Daarmee is Fedaso een doorslagje van het moederbedrijf. Sopres begon even avontuurlijk in een Ukkelse garage, nu meer dan 25 jaar geleden. Yves Poll, net afgestudeerd als ingenieur informatica, begon met een eigen softwarebedrijfje, met een bijzonder algemeen concept: oplossingen op maat afleveren voor welke toepassing dan ook: de boekhouding van een autoleasebedrijf, het beheer van het Ukkelse rioleringssysteem.

In 1985 ging het opeens slecht met het bedrijfje. Twee belangrijke klanten gingen weg. Dankzij een toevallige ontmoeting met een overbuur, een marketingbureau, kwamen Poll en zijn partner De Schouwer terecht bij het Rode Kruis en het WWF, die hun databestanden dringend wilden laten schoonmaken. Beiden zetten er flink de pas in en ontwikkelden de eerste eigen software om adressenbestanden uit te zuiveren.

Enkele jaren later voegde Luc van Assche zich bij het duo. Van Assche kwam van Ketels, toen de onbetwiste Belgische marktleider inzake direct marketing. Hij zorgde voor commerciële flair en een nieuwe inhoudelijke bocht. Het nieuwe Sopres zou zich uitsluitend op business to consumer -data richten. De ruggengraat daarvoor werd een enorme databank, Consu-data gedoopt, die zich ontpopte tot de grootste big brother voor de Belgische consument. Sopres combineerde daarvoor meer dan 300 adressenlijsten, van postorderbedrijven tot uitgeverijen: iedereen die ook maar enigszins bereid was zijn bestanden te verkopen.

,,Dat was de basis van alles'', zegt De Schouwer. Door de gegevens met elkaar te vergelijken ontstond een schat aan informatie over de Belg. ,,Bijvoorbeeld. Je ontdekt dat mensen die veel reizen graag dure wijn drinken en kwaliteitskranten lezen. Op zich misschien banaal, maar voor een marketeer van onschatbare waarde.'' Zo'n adres is dan ook veel geld waard. Sopres verhuurt zijn bestanden door, ,,voor ongeveer 5 frank per adres.''

Sopres weet veel van de modale belg. En dat beperkt zich niet tot algemeenheden. Privacy is een hot issue in de sector. Nu lijken de cowboyjaren definitief voorbij. Het Belgische parlement keurde vorig jaar een strenge wet goed die de consument afdoende beschermt. En al is het nog een tijdje wachten op de uitvoeringsbesluiten -- die komen er naar alle waarschijnlijkheid eind oktober, begin november -- bij de marketeers zit de schrik er diep in.

,,Eigenlijk vind ik die wet een goede zaak'', zegt De Schouwer. ,,We hebben ze zelf helpen voorbereiden in de privacy-commissie. De klant weet nu waar hij aan toe is en dat verhoogt eigenlijk alleen de kwaliteit van de gegevens.'' Sopres wacht niet tot de uitvoeringsbesluiten van kracht zijn. Het heeft een volledig tracking-systeem ingevoerd, dat elke misstap kan nasporen. ,,Soms zijn we zelfs strenger. Als een klant uit onze bestanden geschrapt wil worden, moet hij ons in theorie 100 frank betalen. Dat hebben we nooit aangerekend.''

Maar Sopres is meer dan een makelaar in adressen. Met Sophie's Shopping Club, een gigantische couponactie, ging het bedrijf verder graven. Ditmaal ging het meer om de subjectieve voorkeuren van de consument. Ruim 1 miljoen exemplaren werden er opgestuurd, 130.000 formulieren kreeg het bedrijf terug. Die moesten natuurlijk verwerkt worden. Vandaar de investering in Marokko. Die op zijn beurt voor Sopres' eigen klanten kon dienen.

Sopres is vandaag een veelzijdig bedrijf. Het is actief op het vlak van data-entry. Zo verzorgde het bedrijf onder meer de enquête van premier Verhofstadt, de Happy Days-kaart van Fortis en GIB. Daarnaast beheert het de volledige databanken van zo'n dertig bedrijven, verkoopt het zijn knowhow op het vlak van datamining en heeft het een dochteronderneming opgericht die zich uitsluitend met e-mail-marketing bezig houdt.

Op de meeste terreinen heeft Sopres een stevige marktpositie opgebouwd. Dat brengt ook een zekere macht met zich mee. ,,We kunnen inderdaad de prijs zetten in de Belgische markt. Maar in vergelijking met buitenlandse concurrenten zijn we niet duur.'' Vorig jaar tikte de omzet af op 1,3 miljard frank. De bedrijfsmarge was liefst 10 procent van dat bedrag.

Het jaar 2001 was dan weer een nieuwe symbolische stap. Volgens een plan dat al twee jaar geleden uitgedokterd was, verwierf de Nederlandse groep Wegener de meerderheid. De krantenuitgever had al 45 procent van de aandelen, sinds enkele weken heeft hij er 10 procent bijgekocht. Eind volgend jaar heeft Wegener een optie om zijn aandeel op te drijven tot 90 procent.

,,We hebben met veel mensen gepraat. We wilden een onderkomen vinden in een groep met grotere mogelijkheden. Maar we wilden er ook niet in verdrinken.'' Sopres of Wegener Direct Marketing Belgium , zoals het bedrijf binnenkort zal heten, is nu onderdeel van een groep met een omzet van 137 miljoen euro en een bedrijfsresultaat van 7,8 miljoen euro. De Marokkaanse dochter werd al sneller uitgehuwelijkt. Die maakt sinds een week volledig onderdeel uit van de Wegener-groep.