BRUSSEL -- De conferentie van de Verenigde Naties voor de minst ontwikkelde landen, die de afgelopen week 6.500 vertegenwoordigers van regeringen, VN-geledingen en ngo's naar Brussel bracht, blijkt een half miljard frank te hebben gekost. Wat zal daar tegenover staan?

Voor de twee voorgaande soortgelijke conferenties, tien en twintig jaar geleden in Parijs, was het antwoord achteraf: bitter weinig. Hun doelstellingen werden niet bereikt, wordt in VN-documenten erkend. Ditmaal zou het anders moeten zijn.

Het zou overdreven zijn te stellen dat deze conferentie bij de deelnemers hoge verwachtingen wekte. Zelfs de Belgische ontwikkelings-ngo's hadden hun twijfels of er echt een derde conferentie nodig was. Een Indiase krant had het geringschattend over ,,nog eens een bijeenkomst om de correcte geluiden te laten horen''. Verklaren dat de kanker van de armoede dringend moet worden verwijderd, klinkt nobel in een plechtige openingstoespraak, maar brengt weinig bij.

De conferentie kwam er op vraag van de gemarginaliseerde landen zelf. Ze konden uiteenlopende motiveringen hebben, maar uiteindelijk komen ze op hetzelfde neer: op diverse vlakken tegemoetkomingen verkrijgen van de rijken en de machtigen. ,,Money, money, money,'' zei de ambassadeur van Tanzania bij de VN zonder omwegen, maar dit is een wel erg vereenvoudigde weergave van de realiteit. Het ging niet om een donorconferentie waar internationale instellingen en rijke landen onderhandelen over de omvang van een hulpprogramma en over de bijdrage die elk zal leveren.

De Europese Unie, die als gastheer optrad en een flink deel van de rekening van de conferentie betaalde, deed dat vanuit haar verantwoordelijkheidsbesef voor de minst bevoorrechten. Misschien speelden op de achtergrond tevens geopolitieke overwegingen mee en verloor ze haar public relations niet uit het oog, maar ook die worden uiteindelijk maar gediend als de bijeenkomst als een succes overkomt.

De Verenigde Naties wilden het probleem van de extreme armoede onder de aandacht van de publieke opinie houden en de nodige dynamiek teweegbrengen om de armste tien procent van de wereldbevolking dichter bij de realisatie van de grote ontwikkelingsdoelstellingen te brengen. Dit is een buitengewoon moeilijke opgave, gezien de ontstellende problemen waarmee de minst ontwikkelde landen af te rekenen krijgen: gebrek aan menselijke, productieve en institutionele capaciteit, zware schuldenlast, minieme eigen en buitenlandse investeringen, afnemende ontwikkelingshulp, verregaande structurele handicaps, wisselvallige en trendmatig dalende grondstoffenprijzen, HIV/Aids en, in een aantal landen, burgeroorlog of post-conflictsituaties.

Een grote conferentie zoals deze is een instrument van consensus-building rond gemeenschappelijke opgaven. Ze brengt ook - althans in de aanloopperiode - de dynamiek teweeg om die aan te pakken. Van diverse zijden werd erop gewezen dat haar twee belangrijkste resultaten al vooraf verworven waren. Zonder deze conferentie zou de EU haar ,,Alles Behalve Wapens''-marktopeningsaanbod niet hebben gedaan en zouden de industrielanden van de Oeso zich niet bereid hebben verklaard om tot op zekere hoogte een einde te maken aan een van de belangrijkste vormen van ,,vervuiling'' van hun ontwikkelingshulp, met name de binding ervan aan bestellingen bij hun eigen industrie.

Betekenisvol was ook dat VN-secretaris-generaal Kofi Annan zich uitsprak voor een nieuwe multilaterale handelsronde en daarmee stelling nam tegen de coalitie die daar in Seattle en elders tegen demonstreerde. Verscheidene belangrijke ontwikkelingslanden zijn vooralsnog niet voor zo'n nieuwe onderhandelingsronde gewonnen, maar in het slotdocument werd benadrukt dat de komende ministerraad van de Wereldhandelsorganisatie WTO in Doha (Qatar) moet worden aangegrepen om ,,de ontwikkelingsdimensie van de internationale handel te promoveren'', wat in de ogen van de EU alleen via een opvolger van de Uruguay-ronde kan. De Oeso-ministers spraken zich daar op 16 mei in Parijs zonder voorbehoud voor uit.

De grote opgave ligt nu in de concrete uitvoering van het goedgekeurde actieprogramma. De organisatoren maken zich sterk dat ditmaal de nodige garanties zijn ingebouwd om daar werk van te maken.