MECHELEN -- De Vlaamse overheid schept met haar ruimtelijke structuurplannen en haar ,,terug-naar-de-stad-filosofie'' zo'n schaarste aan bouwgrond op het platteland, dat degelijke huisvesting er straks alleen nog voor gegoede gezinnen weggelegd zal zijn. Dat zegt de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) in haar jaarverslag.

De gevolgen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) beginnen volgens de Confederatie te wegen. Het RSV bepaalt dat 60 procent van de Vlamingen in stedelijke kernen of ,,hoofddorpen'' moet wonen, tegen 40 procent in kleinere woonkernen op het platteland. Het is de bedoeling zo de open ruimte van verdere bebouwing te vrijwaren en weer wat orde te scheppen in onze ruimtelijke wanorde.

Volgens de VCB interpreteren de provincies die doelstelling heel strikt en lijken ze nog verder te willen gaan. Antwerpen, bijvoorbeeld, verbiedt particuliere verkavelaars om buiten de steden nog woonuitbreidingsgebieden aan te snijden. Die zijn voorbehouden voor sociale woningmaatschappijen.

Als het versterken van de ,,hoofddorpen'' ten nadele van de kleinere woonkernen daarbuiten de algemene regel wordt, zullen volgens de VCB in de onmiddellijke buurt van die hoofddorpen landbouw- en natuurzones in bouwgrond moeten worden omgezet. Ondertussen blijven woonuitbreidingszones onbenut.

Tegenover het streven naar meer wonen in de stadskernen en hoofddorpen, merkt de VCB op, staat geen beleid om de stadscentra opnieuw aantrekkelijk en veilig te maken. Zolang dat niet gebeurt, is de 60/40-verhouding een onrealistische doelstelling, vindt de VCB. De sector vraagt extra financiële middelen voor stadskernvernieuwing en minder administratieve rompslomp.

De VCB heeft geen moeite met de doelstelling van de Vlaamse regering om de klemtoon van nieuwbouw te verleggen naar vernieuwbouw en renovatie. De jongste jaren daalde het aantal bouwvergunningen voor nieuwbouwprojecten al stelselmatig van bijna 21.000 tot nog 17.000. Parallel daarmee steeg het aantal vergunningen voor renovatie van dik 13.000 tot ruim 18.000 per jaar.

Maar, merkt de VCB op, met renovaties zijn doorgaans veel kleinere budgetten gemoeid. Een groot stuk van het woonbudget gaat naar de vorige eigenaar van de woning en enkel de aanpassing ervan aan de moderne comforteisen levert inkomen op voor de bouw.