BRUSSEL (bloomberg, eigen berichtgeving) -- Beursindexen lijken behoorlijk banale dingen, maar ze zijn in werkelijkheid een miljardenpot die de inzet vormt van scherpe concurrentie tussen de Europese beurzen. De gewone belegger wordt daar jammer genoeg niet altijd beter van.

Wanneer de grote ,,strategen'' van beurshuizen als Merrill Lynch of JP Morgan Chase Europees beursadvies geven, dan verwijzen ze naar de beursindexen van Morgan Stanley Capital International of MSCI. De zakenbanken Goldman Sachs, UBS Warburg en Crédit Suisse First Boston maken liever gebruik van de Britse FTSE-indexen. En de strategen van Citigroup en Commerzbank hebben dan weer een boontje voor de indexen van Stoxx.

Als belegger maakt dat het er niet eenvoudiger op om Europese aandelen en sectoren met elkaar te vergelijken. De verschillende indexaanbieders gebruiken immers andere classificatiecriteria. Zo is de Duitse groep Siemens bij Stoxx een technologiebedrijf, maar beschouwt MSCI het als een industriële onderneming. ,,We moeten het gebruik van één index afspreken en de rest vergeten'', vindt strategisch analiste Katie Pybus van de Britse vermogensbeheerder Henderson Global Investors.

De wildgroei aan Europese indexen is een uitloper van de invoering van de euro in 1999. Omdat de Europese binnengrenzen voor de beleggers wegvielen, ontstond toen plots een behoefte aan pan-Europese beursindexen. En omdat het nu eenmaal om een miljardenbusiness gaat -- een succesvolle index levert de bedenker ervan heel wat licentie-inkomsten op -- probeerde iedereen zijn eigen index als de nieuwe norm te promoten.

De toestand is helemaal anders in de VS, waar de indexmarkt van oudsher gedomineerd wordt door Standard & Poor's (S&P). De S&P 500 index wordt wereldwijd gebruikt als referentie-index (benchmark) voor aandelenportefeuilles met een totale waarde van 840 miljard dollar (720 miljard euro), blijkt uit cijfers van Merrill Lynch. Het is daarmee de belangrijkste index ter wereld. Volgens S&P zelf wordt hij in de VS door 97 % van de vermogensbeheerders gebruikt.

De indexen van MSCI, een dochteronderneming van Morgan Stanley, zijn dan weer een erg populaire benchmark voor institutionele beleggers zoals pensioenfondsen. In Europa alleen is volgens Merrill Lynch meer dan 120 miljard dollar ,,gebonden'' aan MSCI-indexen. Uit een enquête onder Europese fondsbeheerders in 2001 bleek dat 71 % van hen MSCI gebruikte.

En dan is er Stoxx, de joint venture van de Amerikaanse leverancier van financiële informatie Dow Jones & Co, Deutsche Börse en de Zwitserse beurs SWX. De Stoxx-indexen, die in 1998 werden gelanceerd in de aanloop naar de Europese muntunie, haalden in de bovengenoemde enquête een ,,marktaandeel'' van 20 procent. Het feit dat ze vrij eenvoudig en gratis te verkrijgen zijn, maakt deze indices wel populair bij particuliere beleggers. Daar halen ze blijkens een ander onderzoek een marktaandeel van 24 procent, tegenover 18 voor MSCI. De meeste particuliere beleggers in Europa blijven evenwel zweren bij hun vertrouwde nationale beursindices, zoals de Bel-20, de Duitse Dax of de Franse CAC-40.

De Britse FTSE Group ten slotte, de uitvinder van de Britse beursindex FTSE 100, werd door 9 % van de institutionelen en amper 0,5 % van de particulieren als favoriet genoemd. FTSE is zelf in handen van de Londense beurs en de mediagroep Pearson, die de Financial Times uitgeeft.

Ondanks die grote versnippering blijven er maar nieuwe indexen bijkomen. Zo sloegen Euronext, Europa's tweede grootste beurs volgens marktkapitalisatie, en FTSE vorige maand de handen in elkaar om alweer twee nieuwe pan-Europese indexen te lanceren: de FTSEurofirst 80, die 80 aandelen uit de eurozone omvat, en de FTSEurofirst 100, die 100 aandelen uit de eurozone én Groot-Brittannië bevat.

Hoewel ze veel gelijkenis vertonen met populaire indexen zoals de Stoxx 50 en de FTSE 100, hebben de FTSEurofirst-indexen niet de ambitie om uit te groeien tot ,,publiekstrekkers''. Euronext riep ze vooral in het leven om er vervolgens afgeleide producten -- opties en futures - op te kunnen lanceren, iets wat overigens nu maandag zal gebeuren.

De handel in dergelijke afgeleide producten groeit als kool en is voor beurzen zoals Euronext een belangrijke bron van inkomsten geworden. De nieuwe afgeleide producten van Euronext zijn vooral bedoeld om een antwoord te bieden op de concurrerende Duits-Zwitserse beurs Eurex, die met een contract op de Stoxx 50 index de populairste future van Europa in huis heeft.

In september lanceert Euronext overigens ook nog een zogenaamde tracker , een beursgenoteerd beleggingsfonds dat de FTSEurofirst 80 index zal weerspiegelen. Ook die trackers zijn onder institutionele beleggers erg populair omdat ze toelaten om tegen lage kosten in een index te beleggen.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, zijn er ook nog de indexen van allerlei banken, regionale aanbieders en andere partijen, zoals het informatie-agentschap Bloomberg.

Al die aanbieders geven zelf ook wel toe dat de huidige kakofonie aan beursindexen onhoudbaar is. ,,Over enkele jaren zullen de mensen veel meer interesse hebben voor de FTSEurofirst en de MSCI Europe index, dan voor (nationale indexen zoals) de FTSE 100 en de CAC 40'', zegt indexontwerper Gareth Parker van FTSE Group. ,,De vraag is naar wie men zal verwijzen.''

,,Het zou fantastisch zijn als er één index was voor heel Europa'', zucht aandelenstrateeg Mislav Matejka van JP Morgan. ,,Het belangrijkste is dat we een consistente maatstaf hebben om returns en winstcijfers af te meten. Als we er maar een hadden, dan zou iedereen op dezelfde golflengte zitten.''

Als om de verwarring nog groter te maken, hanteren de verschillende indexaanbieders andere systemen om bedrijven in sectoren te classificeren. MSCI ontwikkelde samen met S&P een systeem met vier ,,niveaus'' van indexen, waarbij de indeling op elk niveau verfijnder wordt. Stoxx en FTSE hanteren andere indelingen en andere criteria om aandelen in een bepaalde subsector onder te brengen. Het gevolg is dat we ,,voor andere klanten soms andere indexen moeten gebruiken en een ander beleggingsbeleid volgen'', zegt Felix Lanters van ABN Amro in Amsterdam. Ons leven zou een stuk eenvoudiger zijn als iedereen dezelfde indexen zou hanteren, besluit hij.