Niemand ontsnapt aan de jaarlijks weerkerende burgerplicht. Ook de gepensioneerden die al een tijdje de riem afgelegd hebben, moeten nog altijd jaar na jaar hun belastingaangifte netjes ingevuld aan de fiscus bezorgen. De belastingaangifte moet uiterlijk op 31 juli bij de belastingcontroleur liggen. In deze tweede aflevering van onze reeks richten we de fiscale spotlights op de gepensioneerden. We hebben niet de ambitie om alle aspecten van de klus te behandelen. Daarvoor bestaan gespecialiseerde belastinggidsen en cd-roms, waarvan u trouwens in deze aflevering een kort overzicht krijgt. Maar de modale Belg -- met een huisje en tuintje, wat spaarcenten en een kleine beleggingsportefeuille -- komt al een heel eind met deze leidraad.

Op het eerste gezicht lijkt het erg onlogisch dat u als gepensioneerde een belastingaangifte moeten indienen. De overheid keert het pensioen uit, houdt de nodige bedrijfsvoorheffing af, en vraagt daarna aan u om hem te vertellen hoeveel u getrokken hebt en hoeveel belastingen daar al van werden afgehouden.

Toegegeven, de situatie is een stuk ingewikkelder. De meeste gepensioneerden hebben tegenwoordig naast hun wettelijk pensioen een of meerder extralegale pensioenpotjes opgebouwd. Daarnaast hebben ze dikwijls nog onroerende en roerende inkomsten, hebben ze een aantal giften gedaan, enzovoort. Allemaal elementen die de belastingberekening beïnvloeden.

Maar ook hiervan bezit de fiscus al het gros van de informatie. Het extralegaal pensioen verschijnt ook op een fiscale fiche waarvan de fiscus automatisch een kopie in handen krijgt. Het onroerend goed zit in de databases van het kadaster en de roerende inkomsten zijn in de meerderheid van de gevallen al definitief belast onder de vorm van een voorheffing.

Hetzelfde kan eigenlijk gezegd worden van de loontrekkenden, waarvan de loonfiche ook in handen is van de fiscus. Maar toch vraagt de fiscus nog steeds om hem een handje te helpen om te neuzen in uw inkomsten en vermogen. De plannen bestaan al langer om de belastingplichtigen een vooraf ingevulde belastingaangifte voor te schotelen, die ze alleen nog moeten controleren, eventueel aanvullen, en de klus is geklaard.

De elektronische aangifte is er nu wel voor wie enkel deel I moet invullen, maar op een vooraf ingevulde aangifte zal het nog ettelijke jaren wachten zijn.

U zult dus nog een aantal jaren zelf de handen uit de mouwen moeten steken. Als gepensioneerde bent u aangewezen op de fiche 281.11. De fiche vormt het vertrekpunt van de aangifte. Ze geeft een beeld van de beroeps- en/of vervangingsinkomsten die u het afgelopen jaar hebt geïncasseerd.

Alles wat u op de fiche 281.11 terugvindt, hoort op het aangifteformulier thuis in vak V. In dit vak horen zowel de wettelijke pensioenen thuis als de aanvullende pensioenen: de uitkeringen als gevolg van een groepsverzekering, levensverzekering of pensioensparen. Het maakt daarbij niet uit of u voorheen werkte als zelfstandige, ambtenaar of werknemer.

In hetzelfde vak is ook plaats vrijgemaakt voor de wettelijke vergoedingen in geval van blijvende arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ongeval of beroepsziekte. Die vergoedingen zijn terug te vinden op de fiche 281.16. Het gaat om een zeer specifieke regeling waaraan we in dit beperkte bestek geen aandacht kunnen besteden.

De brugpensioenen kwamen de vorige week al aan bod. Een brugpensioen is immers geen pensioen, maar een werkloosheidsuitkering waar de werkgever nog een extraatje bovenop doet. De brugpensioenen staan dan ook op de fiche 281.13 en horen op het aangifteformulier thuis in het vak IV.


Wettelijke pensioenen
Het gaat om de rust- en overlevingspensioenen die de staat uitkeert. Ze staan vermeld op de fiche 281.11 naast de letter A. Op het aangifteformulier horen ze thuis in de code 211, of voor een gehuwde vrouw, in de code 231. Het wettelijke pensioen wordt, net als de lonen, samengevoegd met de andere inkomsten en belast tegen het marginale tarief, de aanslagvoet van toepassing op de hoogste schijf van uw inkomsten. Maar de pensioenen geven wel recht op een belastingvermindering. Die vermindering bedraagt voor een alleenstaande maximum 1.586,19 euro. Een gehuwd paar kan maximum rekenen op 1.852,08 euro.

Maar als gepensioneerde kunt u ook beroepskosten inbrengen. Het gaat dan om de kosten die u hebt gemaakt om het inkomen te kunnen genieten of te behouden zoals de kosten die verband houden met de administratieve stappen die nodig waren om het pensioen te krijgen: verplaatsingen, briefwisseling, telefoonkosten, de honoraria van een advocaat enzovoort. Het is geen courante praktijk om die kosten af te trekken, maar het Hof van Beroep van Gent heeft al eens bevestigd dat het mag.

Let wel, de fiscus trekt niet automatisch een forfaitair bedrag af zoals bij de loontrekkenden als u niets onderneemt. Het aangifteformulier bevat bovendien geen aparte code om die kosten in op te nemen. U moet het kostenbedrag gewoonweg aftrekken van wat u aangeeft in de code 211. Het mag daarbij wel alleen om de kosten gaan die effectief in 2002 betaald werden. Als u nog niet voor de elektronische weg kiest om uw aangifte te versturen, stopt u bij uw aangifteformulier best een bijlage waarin u uitlegt over welke kosten het gaat. Zo is de kans kleiner dat de fiscus u achteraf nog eens lastig valt met vragen. De bewijsstukken voor de kosten hoeft u niet mee te sturen, maar hou ze wel goed bij voor het geval de fiscus er naar vraagt.

Achterstallen : Het gaat om pensioenen die u in 2002 hebt ontvangen, maar die u in 2001 of eerder had moeten krijgen. Het gebeurt wel eens dat een gepensioneerde de eerste maanden van zijn pensioen niets krijgt omdat de administratieve rompslomp nog niet rond is en de rijksdienst het bedrag in een ander kalenderjaar stort.

Die achterstallen worden afzonderlijk belast, aan de gemiddelde aanslagvoet van het meest recente jaar waarin u gedurende twaalf opeenvolgende maanden beroepsinkomsten -- ook een pensioen beschouwt de fiscus als een beroepsinkomen -- genoten hebt.

De achterstallen vindt u op uw fiche terug naast de letter C en moeten op het aangifteformulier in de code 212 (232) opgenomen worden.

Bedrijfsvoorheffing : Het bedrag aan belastingen dat de overheid al op uw pensioen ingehouden heeft, staat op de fiche 281.11 naast de letter Za en hoort op het aangifteformulier thuis in de code 225 (245).


Extra-legale pensioenen
Die extraatjes bovenop het pensioen worden opgebouwd via een groepsverzekering, levensverzekering, het wettelijk pensioensparen, of een combinatie van de drie. Die bedragen verschijnen -- met uitzondering van de opbrengsten uit het pensioensparen -- allemaal op de fiche 281.11. Het kapitaal uit het pensioensparen vindt u terug op de fiche 281.15.

De extra-legale pensioenen vormen een heel ingewikkelde vorm van pensioenen. De bedragen die u tijdens uw loopbaan in een van die pensioenvormen stopt, geven recht op een belastingvermindering. Zo wil de overheid de burgers aanmoedigen om een centje voor de oude dag opzij te zetten.

Maar als u nooit van die belastingverminderingen gebruik hebt gemaakt, dan wordt u niet belast op het kapitaal dat u op het einde van de rit opstrijkt en moet u ook niets aangeven. Maar meestal hebt u er toch alle belang bij om die belastingverminderingen met beide handen te grijpen, want die zijn in het overgrote deel van de gevallen voordeliger dan het niet-belasten van het kapitaal. Op die kapitalen moet u immers niet de volle pot betalen. Het zal meestal gaan om een belasting van 10, 16,5 of 33 procent.

De pensioenkapitalen uit individuele levensverzekeringen en pensioensparen moeten trouwens dikwijls niet aangegeven worden. Ze worden onderworpen aan een zogenaamde taks op het langetermijnsparen en die werkt bevrijdend. Die heffing wordt ingehouden op het ogenblik dat u de leeftijd van 60 jaar hebt bereikt als u met uw levensverzekering of pensioenspaarcontract bent gestart voor uw 55ste verjaardag. Die taks bedraagt 10, 16,5 of 33 procent, afhankelijk van de periode dat het contract al liep op het ogenblik van uw zestigste verjaardag.

Moet u het kapitaal dat u geïncasseerd hebt toch nog aangeven, dan vindt u de uitkeringen uit uw levens- of groepsverzekering, of pensioenfonds, terug op de fiche 281.11. De bedragen uit het pensioensparen staan op de fiche 281.15.

Levens- en groepsverzekeringen . Afhankelijk van uw leeftijd op het ogenblik dat u het pensioenkapitaal opneemt, van de termijn dat het contract gelopen heeft en van het feit of de levensverzekering of groepsverzekering/pensioenfonds gekoppeld is aan een hypothecaire lening, wordt het kapitaal op een andere manier belast. Het gaat om een tarief van 10, 16,5 of 33 procent en in sommige gevallen wordt het kapitaal omgezet in een 'fictieve' rente en belast tegen het marginale tarief. Het is onmogelijk om al die mogelijke situaties binnen dit korte bestek uit de doeken te doen.

Maar ook hier biedt de fiche soelaas. U moet eenvoudigweg wat u op uw fiche kunt lezen naast de letters H, O, S, R overnemen op uw aangifteformulier in de codes 213 (233), 214 (234), 215 (235), 216 (236) en 218 (238).

Pensioensparen . Voor het kapitaal dat u hebt samengespaard via het systeem van het wettelijk pensioensparen, geldt hetzelfde principe als voor de levensverzekering. Voor het pensioensparen bestaat wel een afzonderlijke fiche, de fiche 281.15. De bedragen naast de letters Aa, Ha, Oa en Sa, horen op het aangifteformulier thuis in de codes 219 (239), 220 (240), 221 (241), 222 (242).

Bedrijfsvoorheffing . Vergeet vooral de bedrijfsvoorheffing niet te vermelden in uw aangifteformulier in de code 225 (245). De bedragen vindt u op de fiches 281.11 (levens- of groepsverzekering) en 281.15 (pensioensparen) terug naast de letter Za.