BRUSSEL -- Als je op de beurs belegt, doe dat dan minstens voor 5 jaar, spreid je portefeuille over verschillende sectoren en koop zowel grote aandelen als small caps . Die wijze raad blijft ook geldig na het opblazen én ontploffen van de zeepbel die Nasdaq heet, zo bewijst een studie van de Brusselse bank Puilaetco.

,,We hebben steeds meer cliënten die helemaal niet meer van de beurs willen horen.'' Het wordt een bekende klacht onder banken en beursmakelaars. Wat doe je als beleggingsadviseur om tegen dat foert- gevoel in te gaan? Aantonen dat de huidige malaise op de beurs niet zo abnormaal is in een historisch perspectief, en dat aandelen op lange termijn de beste belegging blijven.

Xavier Hannaerts, de ,,risicomanager'' van Puilaetco, liet zijn statistische rekenkracht los op de beurskoersen van de voorbije dertig jaar. Eén blik op de ,,wereldindex'' MSCI World volstaat al om alles te relativeren: de huidige terugval is pijnlijk, maar niet pijnlijker dan vorige baissemarkten in '87, '90 en '94. En beleggers die pas vorig jaar hun eerste aandeel kochten, beseften waarschijnlijk niet dat de aandelenmarkt tijdens de oliecrisis van '73-'74 liefst de helft van zijn waarde kwijtspeelde.

Interessant wordt het vooral wanneer je de return van de aandelenmarkt gaat bekijken over ,,rollende periodes'' van vijf jaar. Daaruit blijkt dat wie de voorbije 20 jaar -- op eender welk moment -- in de beurs was gestapt en zijn aandelen minstens vijf jaar bijhield, zo goed als altijd een positieve return haalde. Gemiddeld zo'n 10 % per jaar, maar met pieken tot 25 % midden de jaren '80 en eind de jaren '90.

Die boodschap wordt nog sterker wanneer je alleen de VS en Europa bekijkt, en dus de zieltogende Japanse beurs buiten beschouwing laat. Uit de analyse van Hannaerts blijkt trouwens dat de correlatie tussen Europa en de VS de voorbije 15 jaar sterk is toegenomen. ,,De beurzen worden steeds globaler.''

En de Nasdaq? Dat is een verhaal apart. De aandelen op de Amerikaanse technologiebeurs zijn risicovoller dan de brede markt, maar dat wordt op lange termijn ook beloond door een hogere return: eind 2000 lag de gemiddelde jaarlijkse return van de voorbije 25 jaar op 14,8 %, tegen 10,7 % voor de Dow Jones. Vooral in de periode '75-'80 deed de Nasdaq het stelselmatig beter dan de rest van de markt.

In de periode 1998-2000 deed de Nasdaq het aanvankelijk veel beter dan de rest van de markt, om vervolgens in elkaar te storten. Wat we uit die periode vooral onthouden, is dat de ,,volatiliteit'' -- de koersschommelingen -- veel groter was dan op de rest van de beurs.

De Nasdaq gedroeg zich de jongste jaren dus eigenlijk als de vreemde eend in de bijt. Tot begin de jaren '90 was er een zeer grote en stabiele correlatie (80 á 90 %) tussen Nasdaq en de andere Amerikaanse beursindexen, maar sindsdien is die ,,samenhang'' enorm afgenomen.

Het geeft al aan dat het niet verstandig is om al je geld in één beursindex te stoppen, laat staan in één sector. Daarom loont het de moeite om ook te beleggen in ,,defensieve'' sectoren: ,,ze kunnen soms lang slechter dan de markt presteren, maar vervullen in turbulente tijden een bufferfunctie'', zegt Hannaerts. Dat bewijzen bijvoorbeeld de voedingsaandelen, die in de recente storm goed standhielden.

Hannaerts bekeek ook de prestatieverschillen tussen large caps en small caps (MSCI legt de lat op een beurskapitalisatie van 1 miljard dollar). Hij onderscheidde zowel in Europa als in de VS een ,,cyclisch'' patroon, waarbij kleine aandelen het afwisselend enkele jaren beter en slechter doen dan grote aandelen. Bovendien was ook hier de voorbije jaren sprake van een afnemende correlatie. Wie zijn portefeuille wil stabiliseren, belegt dus liefst in groot én klein.