Twintig jaar geleden was beleggingsanalyse een respectabel maar veeleer saai beroep. Boekhouders, actuarissen en andere goede burgers moest je zoeken in de donkere hoeken van het makelaarskantoor. Zij berekenden de productiekosten voor cement en het aantal vorderingen voor autoverzekeringen in de Amerikaanse staat Massachusetts. Met die gegevens werden winstvoorspellingen gedaan. Die werden doorgespeeld aan de verkopers die dat gebruikten als verkoopargument.

Toen veranderde alles. Eerst werden de makelaars overgenomen door de zakenbanken die vonden dat de speciale expertise van de analisten in hun sector veel meer waarde had als een manier om bedrijven als klanten aan te trekken dan als bron van beleggingsadvies. Wil je een gedetailleerde maar heel positieve beoordeling van je bedrijfsvooruitzichten om je te helpen je bedrijf naar de beurs te brengen? Goed. Daar hebben wij de juiste persoon voor. De onafhankelijke analist werd een met uitsterven bedreigde soort. Er kwamen steeds meer belangenconflicten.

Vervolgens bedachten de grote bedrijven dat analisten een zeer nuttige manier waren om de verwachtingen van de markt te beheren. Door middel van subtiele en minder subtiele begeleiding bereikten de financiële directeuren een consensus over hun zakelijke vooruitzichten, die in de meeste gevallen een heel klein beetje naast de realiteit zaten. Het was bijna nutteloos om de cementovens te controleren. Snel een telefoontje plegen was meestal voldoende.

Nog wat later werden de analisten, toen de markt in volle euforie verkeerde, door de media omgetoverd tot helderzienden en bronnen van grote wijsheid. De sluwsten onder hen, die nu heel rijk zijn, verschenen regelmatig op shows van zakenzenders en ze droegen kostuums die meer waard waren dan het portfolio van de meeste van hun klanten. Ze leerden iets nieuws. In plaats van de winst per aandeel te voorspellen begonnen ze de aandelenkoers zelf te voorspellen. En die voorspellingen waren bijna altijd heel optimistisch.

En nu krijgen ze eindelijk wat ze verdienen. Velen onder hen hebben de afgelopen jaren dingen gedaan die nu waardeloos blijken. Sterk aanbevolen aandelen die volgens de analisten binnenkort ,,goedkoop zouden zijn aan het dubbele van de prijs'', zijn nu gehalveerd of zijn er nog slechter aan toe. En sommige analisten zijn blijven aanbevelen om dat aandeel te kopen toen het aan het dalen was. De snelheid waarmee de Amerikaanse economie begon te vertragen, maakte het voor de bedrijven onmogelijk om de analisten met de voeten op de grond te brengen. De winstwaarschuwingen zijn schering en inslag.

We kunnen hier vier conclusies trekken. De media, en ook de Financial Times, moeten voorzichtiger zijn en de analisten niet zoveel wijsheid toeschrijven. Beleggers moeten voorzichtig omspringen met hun geschreven rapport: de goede klanten kunnen een telefoontje verwachten en een eerlijker verslag krijgen. Bedrijven zouden nooit enige stappen mogen doen die alleen maar bedoeld zijn om de analisten te plezieren.

En de analisten zelf? Zij moeten leren wat nederiger te zijn en zich weer bezig houden met analyses.