De kwelling van Ford in Europa -- een combinatie van hoge kosten en een onsamenhangende productenlijn -- heeft het bedrijf er uiteindelijk toe aangezet om banen te schrappen in Groot-Brittannië.

In de meeste andere sectoren zou een bedrijf gereageerd hebben nog voor de winsten bijna helemaal waren verdwenen.

Maar de problemen van Ford zijn ook een illustratie van de ruimere problemen van de Europese auto-industrie. Renault heeft misschien wel een goed jaar gehad in 1999 maar voor de buitenwereld zijn bedrijfsmarges van iets minder dan zes procent nog altijd vrij zwak.

Overcapaciteit is de boosdoener van de industrie. Die wordt voor heel Europa geschat op ongeveer 20 procent.

De beslissing van Ford om ongeveer 137.000 wagens minder te maken, is onvoldoende. De overcapaciteit in Europa wordt geschat op meer dan vier miljoen wagens voor 1999.

De combinatie van het Internet en de invoering van de euro zou ook moeten leiden tot een grotere prijstransparantie -- zeker geen grote stimulans voor de marges.

De concurrentie is van die aard dat de consumenten, eerder dan de aandeelhouders waarschijnlijk het meest zullen profiteren van kostenbesparingen.

Die factoren maken de sector niet aantrekkelijk. Beleggers zitten waarschijnlijk veiliger als ze zich houden aan bedrijven als Renault en Peugeot-Citroën. Die zullen waarschijnlijk hun kosten verder verminderen en een gezonde vraag behouden met hun design en marketing.

BMW ziet er ook intrigerend uit. Zelfs na een stijging tot 26,2 euro, staan de aandelen 15 tot 20 procent lager dan de waardering van een zelfstandig BMW.

Zelfs rekening houdend met de schade die Rover heeft veroorzaakt, lijkt dat nog altijd vrij goedkoop.

© The Financial Times