BRUSSEL -- Kan de Nieuwe Economie, die in Amerika tot zo'n zeldzame combinatie van duurzame groei, prijsstabiliteit en hoge werkgelegenheid heeft geleid, ook in Europa wortel schieten? De hoop dat iets soortgelijks ook hier mogelijk is, leeft op. Het terrein is voor een groot deel geëffend, maar diverse hinderpalen blijven nog overeind.

Er was een tijd dat de Verenigde Staten en de Europese Unie op elkaar neerkeken. Amerika begreep niet hoe men decennia lang zulke onvoorstelbare werkloosheidscijfers kon aanvaarden; Europa huiverde van de ongevoeligheid van de Amerikaanse samenleving en ging prat op zijn waarden van solidariteit en sociale cohesie.

Maar de successen van de Amerikaanse economie, waaraan maar geen einde lijkt te komen, hebben het Europese gevoel van eigenwaarde geschokt. De Duitse economische machine, die zo lang de wereld met haar prestaties verbaasde, leverde in de afgelopen vijf jaar een gemiddelde economische groei van amper 1,5 procent af. In dezelfde periode groeide de Amerikaanse economie met 3,8 procent per jaar.

Bij een dergelijk groeiverschil speelt Amerika weldra enkele divisies hoger. Toegegeven, Duitsland behoort tot de traagste Europese groeiers. Maar het vertegenwoordigt wel een derde van de economie van het eurogebied.

De nieuwe economie die Amerika zich meent te hebben eigen gemaakt, heeft een dubbele inhoud: enerzijds het samengaan van snelle groei, versnelde productiviteitsstijging, forse werkgelegenheidscreatie, lage inflatie, een sterke dollar en oplopende begrotingsoverschotten, en anderzijds technologische vernieuwing die het economisch landschap grondig verandert.

Het is duidelijk dat nieuwe technologie de werkgelegenheid niet aantast, zoals sinds eeuwen wordt voorspeld, maar per saldo banen creëert. En dankzij de productiviteitsstijging die eruit voortvloeit, wakkert de zeer lage werkloosheid de inflatie niet aan.

De centrale bank kon het zich daardoor veroorloven de economie meer ruimte te geven dan voor mogelijk was gehouden. De sociale en budgettaire dividenden van een werkloosheidscijfer van 4 procent -- veel minder dan wat economen nog niet zo lang geleden als full employment bestempelden -- zijn ontzagwekkend.

De expansiegolf is nu 107 maanden aan de gang en is daarmee de langste uit de Amerikaanse geschiedenis. Zelfs de ultravoorzichtige voorzitter van de Federal Reserve kan niet ontkennen dat iets aan de oppervlakte is gekomen dat grondig verschilt van de klassieke naoorlogse conjunctuurcycli.

Over tien jaar zal men misschien concluderen, meent Alan Greenspan, dat Amerika bij de millenniumwisseling een versnelling van de innovatie kende zoals er slechts één in een eeuw voorkomt. Dat stuwde de productiviteit, de productie, de bedrijfswinsten en de aandelenkoersen vooruit in een tempo dat men wellicht nooit eerder heeft gezien.

Maar hij acht het ook mogelijk dat veel van wat men vandaag meemaakt slechts een van die euforische speculatieve zeepbellen was die in de geschiedenis zo vaak voorkwamen. En het is natuurlijk ook mogelijk dat beide elementen in het spel zijn.

Het kan volgens Greenspan evenwel niet worden betwist dat een aantal nieuwe technologieën die voortkwamen uit de cumulatieve innovaties van de afgelopen halve eeuw, nu diepgaande veranderingen tot stand brengt in de manier waarop goederen en diensten worden geproduceerd en vooral in de manier waarop ze worden verdeeld.

De minister van Financiën, Larry Summers, ziet twee essentiële verklaringen voor de Amerikaanse economische superprestaties: de budgettaire ommekeer en de ,,aanbodschok'' van de goedkoop geworden informatietechnologie.

Nu de begrotingsdeficits omgezet zijn in overschotten, kunnen miljarden naar de particuliere sector stromen die voordien door de overheid werden opgeslokt. En de IT-schok zorgt ervoor dat een cruciale input in de informatiemaatschappij zeer goedkoop is geworden. Het is het spiegelbeeld van de olieschokken van 1973-'74 en 1979-'80.

Summers waarschuwt echter dat men die nieuwe economie niet mag overschatten. De wetten van de economie en van de menselijke psychologie zijn niet herroepen. De negatieve gevolgen van de olieschokken duurden niet eeuwig, en dat zal evenmin het geval zijn voor de positieve gevolgen van de IT-aanbodschok.

Europa had slechts bescheiden verwachtingen, maar begint door het demonstratie-effect van de Amerikaanse economische renaissance grotere ambities te koesteren. Gaan we naar een langdurige periode van snellere, niet-inflatoire groei, gevoed door stijgende productiviteit en technologische innovatie? Of is de opleving louter conjunctureel, in de hand gewerkt door de koersdaling van de euro en dus tijdelijk?

De twee cruciale elementen waarop volgens Larry Summers de nieuwe economie in Amerika steunt, zijn ook in Europa aanwezig. Enkele landen hebben begrotingsoverschotten en andere staan daar niet ver van af, wat kapitalen vrijmaakt voor de particuliere sector, de rente drukte en belastingverlagingen mogelijk maakt. En de kostprijs van de informatie- en communicatietechnologieën daalt ook hier steil.

Bovendien brengt Europa met de eenheidsmarkt en de euro een continentale markt tot stand. Het herstructureert zijn ondernemingen, privatiseert staatsbedrijven, voert een begin van deregulering door en laat een verscherpte concurrentie toe.

Zelfs op technologisch vlak zijn de tekenen bemoedigend. Europa ligt voorop inzake mobiele telefonie en speelt een pioniersrol in de ontwikkeling van mobiele internetdiensten. Het gebruik van het Internet groeit sneller dan in Amerika, zij het vertrekkend van een lagere basis. Airbus verkocht vorig jaar meer vliegtuigen dan Boeing.

Maar er blijven handicaps. De euro mag dan al de transparantie vergroten en de integratie in de hand werken, Europa is nog steeds een gefragmenteerd continent, merkt voorzitter Jerôme Monod van Suez-Lyonnaise des Eaux op. Er bestaat geen statuut van Europese Vennootschap en een politieke visie van moderniteit ontbreekt.

De Europese Centrale Bank dringt er onophoudelijk op aan van de sterke conjunctuur gebruik te maken om de structurele hervormingen te versnellen, onder meer wat de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid betreft. Haar leiders zien moeilijk in hoe de invoering van de 35-urenweek in Frankrijk en de verlaging van de pensioenleeftijd in Duitsland verenigbaar zijn met het scheppen van ruimere groeimogelijkheden.

Vooral de hightechindustrie zorgt in Amerika voor de sterke groei, en opleiding is de sleutel daartoe. Eén doctoraal afgestudeerde op vier is buiten Amerika geboren: de universiteiten recruteren topstudenten uit de hele wereld en velen keren na hun studies niet naar hun land terug. Welke buitenlandse student wil er nu naar een Duitse universiteit komen, vraagt Hasso Plattner, topman van het softwarebedrijf SAP rethorisch.

Europa is volgens Europees commissaris Erkki Liikanen op een dubbel vlak aan de verliezende hand: het heeft niet die sterk groeiende hightechsector die Amerika zo vooruitstuwt en het mist bedrijven die werkelijk groot kunnen worden. Het moet daarom doordringen in de elektronische handel en de markt van het durfkapitaal uitbouwen. Hij heeft hoge verwachtingen voor de Europese topconferentie, volgende maand in Portugal, waar de informatiemaatschappij wordt besproken.

Premier Tony Blair rekent erop dat die conferentie ,,een definitief keerpunt zal betekenen naar de hervormingsagenda, waarbij de waarden van het Europese sociale model behouden blijven maar hun toepassing radicaal wordt aangepast aan de moderne wereld''.

Maar één van de lessen die Amerika ons leert, is dat ondernemende twintigers de wereld diepgaander veranderen dan staatslieden.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig