In Seattle hoopte de Wereldhandelsorganisatie (WTO) met een nieuwe onderhandelingsronde voor de liberalisering van de wereldhandel te kunnen beginnen. Na de mislukking van de top proberen de vooraanstaande WTO-lidstaten weer wat schot in de zaak te krijgen.

Zeven weken na de mislukte top van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Seattle zijn de regeringen van de lidstaten langzaam weer overeind aan het krabbelen. Nu staan ze voor de zware klus om te proberen het liberaliseringsproces weer op het juiste spoor te zetten.

De Verenigde Staten, de Europese Unie en Japan zeggen nog altijd dat ze zo vroeg mogelijk met een nieuwe wereldhandelsoverlegronde willen beginnen. Maar de kans dat dat voor volgend jaar mogelijk is, lijkt uiterst klein. En volgens sommigen zullen de doelstellingen bij een eventuele volgende gespreksronde sowieso heel bescheiden moeten zijn.

De belangrijkste handelsgrootmachten hebben hun conflicterende onderhandelingspositie sinds Seattle niet gewijzigd. En vooral de Amerikanen zullen maar uiterst weinig flexibiliteit aan de dag kunnen leggen, ten minste tot de verkiezingen in november.

Zelfs als Washington en Brussel het eens zouden worden over een agenda voor een volgende overlegronde, dan zouden de arme landen daar wellicht niet tevreden mee zijn. Zij willen de antidumpingmaatregelen van het Westen aanpakken en eisen minder importbelemmeringen op textiel en landbouwproducten. Die landen zijn ook gekant tegen de Amerikaanse pogingen om arbeidsvoorwaarden in de WTO-onderhandelingen te betrekken.

Daarnaast zijn de beleidsmakers het ook nog helemaal niet eens over de vraag wat er nu eigenlijk fout is gegaan in Seattle en hoe ze daar iets aan kunnen doen. Velen vinden dat de WTO eerst lessen moeten trekken uit het Seattle-debacle voor ze opnieuw kan proberen een overlegronde te beginnen. Anders zou zo'n poging op een nieuwe, mogelijk nog ernstiger mislukking kunnen uitdraaien.

EU-onderhandelaar Pascal Lamy legt de schuld bij de ,,middeleeuwse'' WTO-procedures en zegt dat de verhouding tussen efficiëntie en transparantie beter moet worden afgewogen. De arme landen vinden dat ze in Seattle in het ongewisse werden gelaten terwijl een kleine groep ministers achter gesloten deuren alles bedisselde.

Directeur-generaal Mike Moore wil die problemen behandelen in een rapport over de managementstructuur en de besluitvorming binnen de WTO. Sommige ministers hebben voorgesteld dat een hooggeplaatste adviesraad hem bij het hervormingsproces zou moeten bijstaan.

Maar het zal wellicht niet makkelijk zijn om een consensus te bereiken over hervormingen in een organisatie die overal bij consensus over beslist. Bepaalde ideeën, zoals het Amerikaanse voorstel om stemmen toe te kennen op basis van het relatieve gewicht van een lidstaat in de wereldhandel, krijgen heel veel tegenkanting. Andere ideeën, zoals de oprichting van een adviescomité aan het hoofd van de WTO, zijn al eens zonder succes uitgeprobeerd in de oude Gatt. Trouwens, niet alle landen vinden dat Seattle vooral vanwege de structurele tekortkomingen van de WTO is mislukt. Japan en Australië vinden dat de top had kunnen slagen met een betere voorbereiding en een grotere bereidheid tot compromis.

De lidstaten kunnen hun standpunt op 7 februari kenbaar maken tijdens de algemene vergadering. Maar een doorbraak wordt daar niet meteen verwacht. Een heleboel regeringen vinden trouwens dat het zogenaamde ,,Genève-model'', waarbij WTO-ambassadeurs geregeld samenkomen, tot een oplossing kan leiden. Ze vinden dat eerst door informele contacten en discrete diplomatie het vertrouwen herwonnen moet worden. Dat is bijvoorbeeld mogelijk op het World Economic Forum in Davos, waar de Amerikaanse president Bill Clinton over de wereldhandel komt praten. De ontwikkelingslanden zullen wellicht met mekaar praten op de Unctad-conferentie volgende maand in Bangkok, waar Moore aanwezig zal zijn.

Canada heeft aangeboden om een uitgekozen groep ministers uit te nodigen voor een brainstormsessie. Anderen menen dat losse samenwerkingsverbanden als het Asia Pacific Economic Co-operation-forum en de Asia-European Meeting (Asem) een rol kunnen spelen. ,,Iedereen lijkt ineens op zoek te gaan naar andere plaatsen waar ze het over WTO-zaken kunnen hebben'', zegt een diplomaat.

Die zoektocht is gedeeltelijk ingegeven door de teleurstelling van het ,,Genève-model'', waarvan velen zeggen dat het op een impasse in Seattle heeft aangestuurd. Maar daaruit blijkt ook de algemene overtuiging dat een periode van stille reflectie nodig is. Toch staan de lidstaten voor een reeks moeilijke beslissingen in Genève. Een daarvan is dat ze de komende weken hun engagement kenbaar moeten maken om gesprekken te beginnen over de liberalisering van de landbouw en de diensten, ook al wordt niet verwacht dat daar op korte termijn iets uit voort kan komen.

De WTO moet ook nog voorzitters aanwijzen voor belangrijke commissies en het lidmaatschap van nieuwe lidstaten, en dan vooral China, voorbereiden. Belangrijker nog is dat ze over de deadlines moet beslissen van enkele belangrijke overeenkomsten die in de Uruguay-ronde zijn gesloten. Overeenkomsten inzake het intellectuele eigendom (Trips) en investeringsmaatregelen (Trims) moesten bijvoorbeeld al op 1 januari in voege getreden zijn. Maar een heleboel ontwikkelingslanden zijn niet klaar om ze ook daadwerkelijk toe te passen en overtreden dus technisch gezien de WTO-regels. De VS en de EU zijn overeengekomen om overtreders niet te snel aan te klagen. Afhankelijk van het geval, zijn ze bereid om eventueel deadlines te verleggen.

Maar die wapenstilstand ziet er bijzonder broos uit. Want krachtige industriële lobby's kunnen nu de Westerse regeringen het vuur flink aan de schenen leggen, niet in het minst omdat we in een Amerikaans verkiezingsjaar zitten.

© The Financial Times