BRUGGE (belga) -- Uit een onderzoek van het West-Vlaams Economisch Studiebureau (WES) bij zesduizend gezinnen blijkt dat 7,9 procent van alle Belgische gezinnen een tweede woning bezit voor recreatieve doeleinden. Dat komt neer op 335.000 gezinnen.

Ongeveer 210.000 gezinnen gaan uitrusten in klassieke tweede verblijven zoals een appartement, een villa of een hoevetje. Om en bij de 115.000 houden het bij een chalet of stacaravan met vaste standplaats en zowat 10.000 kunnen naar een boot met een vaste ligplaats trekken.

Ongeveer zestig procent van de tweede woningen ligt in België, voornamelijk aan de Kust (25 procent). De Ardennen komen op de tweede plaats met circa 15 procent. Frankrijk en Spanje huisvesten elk ongeveer 10 procent van de gezinnen met vakantiewoningen.

Het percentage gezinnen met een tweede woning loopt in de grootstedelijke gebieden als Brussel of Antwerpen op tot 13 procent. Het cijfer neemt ook toe met de leeftijd van het gezinshoofd. Het maximum wordt bereikt bij een leeftijd tussen 45 en 54 jaar (11,4 procent) en 55 tot 64 jaar (10,3 procent).

Ook het inkomen speelt een rol. Ongeveer 12 procent van de Belgische gezinnen die tot de hoogste beroeps- en inkomensgroepen behoren, beschikt over een tweede woning.

WES heeft wel vastgesteld dat het aantal Belgische gezinnen dat over een tweede woning beschikt, gedaald is van 8,5 procent in 1994 tot 7,9 procent in 1998.

De daling is vooral te wijten aan de teruglopende belangstelling voor chalets en stacaravans (- 45.000). Het aantal appartementen, bungalows en villa's als tweede woning neemt toe (+ 25.000).