BRUSSEL -- Grootmoeder is nogal vooruitstrevend. Ze heeft enkele jaren geleden de voordelen van ,,Tak 21'' ontdekt, en heeft de formule sindsdien een plaatsje gegeven in haar beleggingsportefeuille. En niet zomaar een plaatsje. Ze doekte meteen ook haar spaarboekje -- hoogrentend nochtans -- op en hevelde het geld over naar haar Tak. Daar rendeert het veel beter en je kan er even gemakkelijk over beschikken, luidt het.

Oma is inderdaad vooruitstrevend, want voor velen onder ons klinkt ,,Tak 21'' behoorlijk hermetisch. De benaming is ontsproten aan de koker van enkele Europese ambtenaren die de verzekeringsproducten in de Unie van uniforme benamingen moesten voorzien. In wezen is er niets hermetisch aan.

Een ,,Tak 21'' noemden we vroeger gewoon ,,levensverzekering''. Maar waar je destijds jaarlijks, driemaandelijks of maandelijks een bedrag moest storten om zo een verzekeringskapitaal op te bouwen, kun je tegenwoordig ook een eenmalige storting doen. Daarnaast bestaat er ook een Tak 23, een levensverzekering die gekoppeld is aan een beleggingsfonds.

De moderne Tak 21-producten leggen veel meer de nadruk op de voordelige fiscale aspecten dan op het levensverzekeringsaspect. Ze bieden steeds een vast basisrendement (meestal 3,25, soms 3,75 procent) met daar bovenop een variabele deelname in de winst van de verzekeringsmaatschappij.

Tak 21 was vroeger overduidelijk een contract. Je engageerde je om op vaste tijdstippen een bepaald bedrag te storten, en in ruil kreeg je op je 65ste het op die manier bijeengespaarde bedrag, met rente, terug. Als je voordien overleed, kregen je erfgenamen 130 procent van het bijeengespaarde bedrag uitgekeerd.

Al die elementen zitten nog steeds in de Tak 21, maar je moet je niet meer vastpinnen op periodieke premiestortingen. Net als bij een spaarboekje, zet je geld op je rekening of haal je het er af, nagenoeg naar believen. Veel Tak 21-producten zijn dus als het ware spaarboekjes geworden.

Goed renderende spaarboekjes dan wel. De jongste jaren lag hun rendement gemiddeld bijna dubbel zo hoog als op depositoboekjes, en ook de vergelijking met obligatieleningen kunnen ze vlot doorstaan. Als je tenminste geen plannen hebt om actief met je geld om te springen. Want een Tak 21 is in de praktijk een langetermijnbelegging.

Uiteraard zijn obligaties dat ook, maar verzekeraars willen het ook wel eens doen voorkomen alsof een Tak 21 even soepel is als een spaarboekje. En dat is toch niet echt het geval. Weliswaar zijn ze, net als de spaarboekjes, vrijgesteld van roerende voorheffing, maar om daarvan te kunnen genieten, moet de verzekeringnemer, de verzekerde en de begunstigde-bij-leven (wie krijgt het geld als de verzekeringnemer nog in leven is op de vervaldag van het contract?) één en dezelfde persoon zijn.

Daarnaast moet je meer dan acht jaar in de bons belegd blijven. Belangrijk daarbij is wel dat het om een contract moet gaan met zo'n looptijd. Drie keer na elkaar een Tak 21 contract afsluiten voor een periode van drie jaar, waardoor je in het totaal 9 jaar belegd blijft in Tak 21, geeft geen recht op belastingvrijstelling. Daarom worden veel contracten aangeboden voor acht jaar en een dag.

Als het contract een kortere looptijd heeft, moet het een overlijdensdekking bevatten van ten minste 130 procent van de gestorte bedragen. Anders vervalt de fiscale vrijstelling. Anderzijds is die vrijstelling bij Tak 21 niet geplafonneerd. Ook de rente-opbrengsten boven 1.470 euro zijn vrij van belastingen.

En er is meer. Je kan ook bij een Tak 21 inderdaad vlot geld opnemen onder de vorm van voorschotten -- maar de kosten lopen dan al gauw hoog op. Bovendien zijn er meestal in- en/of uitstapkosten, naast een beheersvergoeding.

De verbruikersorganisatie Test-Aankoop rekende enkele jaren geleden uit dat voorschotten opnemen en/of geld bijstorten het rendement snel doen dalen. Van de zes Tak 21-producten die vergeleken werden, belandden er twee zelfs volledig in het rood. De klant hield na twee jaar minder over dan het initieel belegde bedrag. En daarbij werd dan nog geen rekening gehouden met de instapkosten.

Daarnaast kun je in de meeste gevallen maar geld aan een Tak 21 toevertrouwen als je over ten minste 2.500 euro beschikt. En dat ligt toch niet binnen ieders bereik.

En dan is er ook nog de winstdeelname. Dat het percentage daarvan niet op voorhand bekend is, kun je de Tak 21 moeilijk aanwrijven. De bank kan immers ook op elk ogenblik de rente op haar depositoboekje aanpassen. Maar de winstdeelname zal de komende jaren allicht bijzonder licht uitvallen, want nagenoeg alle verzekeraars kijken tegen forse verliezen aan in hun obligatieportefeuille.

Vergeet ten slotte de premie voor de overlijdensdekking niet. Die is bijna altijd ten laste van de klant en drukt bijgevolg het rendement. Hoe ouder je bent bij intekening, hoe hoger onvermijdelijk het risico op overlijden, en hoe zwaarder de premie weegt. Boven de 55 jaar loopt die bij sommige instellingen zo hoog op, dat het rendement zelfs in het beste geval al onder dat van een spaarboekje zakt.