BRUSSEL -- Boo.com, een bedrijfje dat in een zeer recent verleden nog werd afgeschilderd als één van de Europese internetbeloftes, gaat op de fles. Met zijn ultieme boe! wekte het bedrijf tienduizenden internetbeleggers uit hun zoete dromen.

We zouden het wel eens over iets anders willen hebben dan Internet, de nieuwe economie (waar het nieuwe intussen toch al wat af is) en dotcom-bedrijven. Maar wat wilt u, het is nu eenmaal de sector die de headlines blijft beheersen. En het gebeurt niet alle dagen dat je een zeepbel voor je ogen uit elkaar ziet knallen. Want met andere termen kan je het huidige klimaat rond de ,,TMT-aandelen'' (Telecom/Media/Technologie) niet omschrijven.

Beperken we ons even tot de relatief jonge branche van Europese internetbedrijven. Het grootste deel van de koerswinst die deze sector sinds eind vorig jaar boekte, is intussen weer verdwenen. En veel beleggers die pas na nieuwjaar op de rijdende trein sprongen, houden nu minder over dan hun inleg. Maar voor de wanhopigsten onder hen is er misschien een streepje licht aan het einde van de tunnel: ook in deze sector komt een noodzakelijke sanering op gang die het begin kan inluiden van een (selectief) herstel.

In de grafiek hebben we vier subsectoren van de Bloomberg European Internet Index onderling vergeleken over een periode van 12 maanden.

  • De slechtste Europese internetbelegging (zowat een halvering in één jaar) was er één in zuivere e-commerce- bedrijven (virtuele winkels), waarvan er in Europa weliswaar niet veel op de beurs staan (deze subindex telt slechts 9 aandelen). Het is de sector waar ook de virtuele kledingverkoper Boo.com toe behoort. Dit (niet-beursgenoteerde) bedrijfje verwierf veel naambekendheid én fondsen van kapitaalkrachtige investeerders, maar slaagde er niet in nog meer geld aan te trekken om zijn aanzwellende verliezen (vooral door de enorme reclame-uitgaven) te dekken. Voor de beurs heeft het faillissement van Boo.com het effect van een wake up call . Veel beleggers beseffen voor het eerst wat het echte risico van een internetbelegging is: dat je je centen niet meer zal terugzien.
  • Maar je kan het ook positief bekijken. Dankzij dergelijke faillissementen wordt de markt langzaam maar zeker uitgezuiverd en krijgen de overblijvers meer ademruimte en groeimogelijkheden. Hoeveel en welke overblijvers, dat is natuurlijk een andere vraag. Volgens een studie van PriceWaterhouseCoopers zal liefst 90 % van de Britse internetbedrijven op de fles gaan als ze tegen hetzelfde tempo geld blijven uitgeven. De beste troef die je als e-bedrijfje kan hebben, is dus een kapitaalkrachtige aandeelhouder die in je project blijft geloven.

    Overigens kan het ook anders: deze week kondigden de twee grootste Europese veilingsites, QXL.com en Ricardo.de , een fusie aan. Voor e-commerce-bedrijven is zo'n krachtenbundeling wellicht een noodzakelijke manier om te overleven.

  • Ook tussen de zogenaamde Content Providers (inhoudsleveranciers) en de Internet Service providers of ISP's (internetleveranciers) heerst er een moordende concurrentie, niet in de laatste plaats van gevestigde mediabedrijven die zelf het Internet opgaan.
  • Maar ook hier ligt de toekomst wellicht in fusies onderling en in allianties tussen ,,oude'' en ,,nieuwe'' mediabedrijven. Deze week nog kwam er een driehoeksverhouding uit de bus tussen de Spaanse ISP Terra Networks, de Amerikaanse inhoudsleverancier Lycos en de gevestigde Duitse mediareus Bertelsmann.

    Wat wel kan veranderen, zijn de onderlinge krachtsverhoudingen. Dankzij hun hoge beurskoersen slaagden de internetnieuwelingen er tot voor kort in de oude reuzen op te kopen, zoals America Online deed met Time Warner. Nu worden de rollen wellicht omgekeerd. Het kabel- en internetbedrijf UPC bijvoorbeeld zei vrijdag nog dat het zijn overname van de mediagroep SBS misschien moet afblazen.

  • De enige internetbedrijven die sinds het jaarbegin nog een substantiële winst overhouden -- en die ook globaal het beste scoren -- zijn de producenten van software voor webtoepassingen. Het zijn onder meer beveiligingsfirma's zoals Check Point en het bekende Belgische huis Ubizen, of producenten van ,,artificiële intelligentie'' zoals Autonomy, het succesverhaal van Easdaq.
  • Dat de softwaremakers garen spinnen uit de opkomst van Internet, is niet zo verwonderlijk. Ze zijn de ,,toeleveranciers'', de infrastructuurbouwers die sowieso een graantje meepikken van deze exploderende markt. In tegenstelling tot pure e-commerce-bedrijven hoeven ze elkaar niet te verdringen om aandacht te krijgen van de surfende consument.

    Maar een goede aandelenselectie in deze sector vergt wel flink wat technische kennis: als je geen hooggeschoolde informaticus bent, is het moeilijk om een zicht te krijgen op wat deze bedrijven precies doen.

    Tot slot: de grafiek toont aan dat de meeste Europese internetbedrijven een prima belegging waren... als je er op tijd bent ingestapt. Met een jaarrendement tot ruim 300 % voor de softwaresector hebben de vroege beleggers geen reden tot klagen. Wanneer de luchtbel helemaal is leeggelopen, kunnen we hopelijk beginnen aan een nieuwe periode van langdurige en stabiele groei.