Mij was het nooit opgevallen, moet ik bekennen, dat de belastingdiensten in dit land onderbemand zijn en daardoor geen goed werk kunnen afleveren. Ik mag, totnogtoe tenminste, daar niet over klagen. Het aangifteformulier valt elk jaar opnieuw ruimschoots op tijd in de bus, in elk geval vóór ik er in geslaagd ben alle loonfiches en attesten te verzamelen. Dat het aanslagbiljet me niet of te laat heeft bereikt, is me nog niet overkomen. Voor zover ik met behulp van een computerprogammaatje kan narekenen, is het bedrag van de verschuldigde belasting zoals de fiscus dat heeft becijferd, altijd correct. De in de bedrijfsvoorheffing te veel betaalde belasting wordt mij nauwkeurig terugbetaald, stipt op de laatste dag van de termijn waarover de fiscus daarvoor beschikt. Nooit één dag te vroeg.

De belastingambtenaren hebben geen tijd voor controles? U hoort het mij niet beweren. Als ik uit slordigheid een kleinigheid vergeet aan te geven, maken ze me steevast attent op die onachtzaamheid en zetten ze het uit beweging zelf recht. Als eenvoudige loontrekkende ben ik al twee keer uitgenodigd om aan de belastingcontroleur persoonlijk mijn belastingaangifte te komen toelichten. Ik heb zelfs eens het voorrecht gehad door een inspecteur te worden genood.

Stefaan Michielsen
©mh

De ijver die de belastingambtenaren ten toon spreiden, blijft niet beperkt tot de diensten van de personenbelasting. De verhalen over het zwarte circuit in de bouwsector moeten uit de lucht gegrepen zijn als ik zie met welke ernst en gestrengheid het btw-dossier over míjn nieuwbouwwoning werd uitgevlooid. En om het kadastraal inkomen van mijn huis te schatten zijn twee ambtenaren ter plaatse afgestapt voor een grondige inspectie van mijn woonst, zowel langs de binnen- als langs de buitenkant.

Als er al miljarden voor het rapen liggen, dan niet bij mij, dat kan ik u verzekeren. Toegegeven, ik woon niet in Antwerpen of in Brussel, maar in de buurt van Leuven. Ik ben geen zelfstandige en evenmin een vennootschap. En ik sluit niet uit dat de belastingambtenaren hun beste beentje voorzetten wanneer ze met een journalist te maken hebben om te vermijden dat ze achteraf in krantenartikelen te kijken worden gezet omdat ze niet ijverig genoeg te werk gaan. Van mij hoor je in elk geval geen onvertogen woord over de belastingambtenaren.

Ik heb zelfs sympathie voor al die mannen en vrouwen die te velde het geld inzamelen waarmee de politici mooie sier maken. Want ze hebben het niet gemakkelijk. De tollenaars worden door de bevolking meestal met de nek aangekeken. Als ze met de nodige egards worden behandeld, gebeurt dat alleen met het oogmerk om hen te lijmen en hen tot een soepele en milde taxatie te verleiden. De grote bonzen in Brussel tronen in de imposante Financietoren, maar de buitendiensten moeten het vaak stellen met noodbarakken of aftandse kantoorruimten waar privé-ondernemingen de neus voor ophalen. Aan stempels hebben ze geen gebrek, maar hun informatica-uitrusting loopt hopeloos achterop en de wetten die ze moeten toepassen zijn nodeloos complex.

In die omstandigheden, met zulke ongelijke wapens de strijd aangaan tegen de grote belastingplichtigen bijgestaan door dure maar uitgekookte fiscale adviseurs, getuigt van idealisme en heldenmoed. Maar ik vermoed dat het dikwijls een verloren strijd is. Het is begrijpelijk dat de belastingambtenaren daarom liever de confrontatie aangaan met een tegenpartij die ze wél de baas kunnen. Dat verklaart misschien de extra aandacht die ze voor mij -- en u? -- aan de dag leggen.