Een week zonder verrassingen. Met nagenoeg uitsluitend bevestigingen van een scenario dat al wekenlang uitgetekend ligt en steeds nadrukkelijker door de markten wordt gevolgd. De Amerikaanse economie vertraagt heel sterk en zal waarschijnlijk zelfs enkele maanden tot stilstand komen, terwijl de Europese groei slechts licht verzwakt en tijdelijk misschien zelfs de locomotiefrol van de VS kan overnemen.

In de Verenigde Staten publiceerde de Federal Reserve Board het maandelijkse ,,beige book'' waarin de centrale bank duiding geeft bij het economisch gebeuren. Voor het eerst stelde zij daarbij niet alleen een sterke groeivertraging vast, maar ook een duidelijke toename van de werkloosheid.

Daarnaast werd afgelopen week de Philadelphia-fed index gepubliceerd. Dat is een vertrouwensindicator die het economisch klimaat op het terrein meet. De index is representatief voor een drietal staten. Hij daalde van -4 in december tot maar liefst -36 deze maand. Een licht negatief cijfer duidt op een groeistabilisering. Als het cijfer uitgroeit tot een stevig getal hangt er onheil in de lucht.

De University of Michigan Confidence Index tenslotte zakte gisteren van 98,4 naar 93,6 punten. Deze index is geijkt op 100. Daarboven gaan de zaken goed, daaronder zakt het vertrouwen in de economie erg snel.

Analisten leiden uit al die indicatoren af dat de Federal Reserve binnen een tiental dagen zal beslissen de rente opnieuw met een half punt te verlagen. ,,Er is een nieuw en duidelijk teken nodig dat de Fed de groeivertraging wil opvangen'', luidt het bij de specialisten van de BBL.

Zij wijzen er ook op dat de Amerikaanse langetermijnrente afgelopen week verder verzwakte. De daling blijft niet langer beperkt tot looptijden van 20 en 30 jaar. Ook op vijf en tien jaar gaan de tarieven omlaag.

Dat in dergelijke omstandigheden de dollar licht sterker wordt kan merkwaardig lijken, maar waarschijnlijk is een verklaring van Paul O'Neill er niet vreemd aan.

O'Neill is binnenkort de nieuwe Amerikaanse minister van Financiën. Hij kondigde aan dat het beleid van een harde dollar tijdens de komende jaren zal worden doorgetrokken.

In Europa gaan de zaken economisch heel wat beter. De groei vertraagt er nauwelijks en de inflatie blijft stevig onder controle. Dat de internationale olieprijs nauwelijks reageerde op de Opec-beslissing om de dagproductie met 1,5 miljoen vaten te verminderen, is in die context heel positief nieuws. De Europese rente bleef afgelopen week per saldo stabiel.

Op de emissiemarkt waren opvallend veel leningen bestemd voor een institutioneel publiek. In Amerikaanse dollar viel er zelfs niets te rapen voor particulieren. De Nieuw-Zeelandse dollar biedt de Rabobank een alternatief, maar meer dan wat diversificatie kan de kiwidollar toch echt niet bieden.

Voor Europese beleggers is de Landesbank Rheinland-Pfalz een mogelijkheid. De Noorse kroon geniet een stevige reputatie, de looptijd is maar twee jaar en met 6,13 procent ligt het rendement beduidend hoger dan in euro. Kijk maar naar Dexia. Een eersteklassedebiteur, dat wel. Maar een rendement van 5,05 procent op 10 jaar is toch echt niet om een gat in de lucht te springen.

Kredietbank Luxemburg is aan de zoveelste verhoging toe en lokt beleggers bij de vleet met 6,19 procent op 15 jaar. Maar het is een achtergestelde lening en de kwaliteit wordt door de markt niet even hoog ingeschat.

De uitgesproken voorkeur van particulieren voor beleggingen op erg lange termijn wordt mogelijk ook ingegeven door de dreigende fiscale harmonisering in Europa. Als nog een boel hindernissen worden genomen kan 1 maart 2001 de datum blijken waarop Luxemburg ophield een fiscaal paradijs te zijn, toch voor obligatiebeleggers.