De beslissing van de Olieproducerende en -exporterende landen om de productie met 1,5 miljoen vaten te verminderen is slecht nieuws voor de Europese gasconsumenten. Ondanks de Europese richtlijn over gas, heeft de liberalisering van de gasindustrie nog niet geleid tot een loskoppeling van gas en olie.

Vorig jaar steeg de gasprijs sterk in vele landen van de Europese Unie. In België bijvoorbeeld steeg de prijs voor industrieel gas met meer dan 50 procent in de periode van september 1999 tot september 2000.

In vele landen van de Europese Unie zijn er overblijfsels van monopolieposities, historische contracten op lange termijn en staatsinterventie die nadelig zijn voor de industriële en huishoudelijke consumenten in die landen.

Industriële consumenten in landen zoals Groot-Brittannië die sneller waren in de vrijmaking van hun gasindustrie, profiteren als sinds het midden van de jaren negentig van vrije concurrentie en lagere prijzen.

Maar de gesloten wereld van de productie en levering van gas in Europa kan niet blijven bestaan. De Europese richtlijn over gas zal geleidelijk aan voor een grotere concurrentie tussen de leveranciers zorgen en de ontwikkelingen op het vlak van toevoerinfrastructuur zal die trend nog versterken.

De gaspijplijn tussen Groot-Brittannië en België is een goed voorbeeld van de effecten die voortvloeien uit een grotere vrijheid om gas te kopen van meer dan een leverancier. De pijplijn werd gebouwd medio de jaren negentig en was bedoeld om Brits gas te exporteren naar het vasteland omdat de Britse prijzen veel lager waren.

Op het vasteland werden veel contracten getekend om gas af te nemen via de pijplijn. Maar tegen de tijd dat de pijplijn open ging, was de prijs van gas op het vasteland gezakt onder die van het Brits gas omdat de olieprijzen laag stonden.

Dus sinds de opening van de pijplijn heeft die meestal gediend om gas te pompen van het vasteland naar Groot-Brittannië. Daardoor daalde de groothandelsprijs in Groot-Brittannië, ten voordele van de Britse gasconsumenten.

Onlangs werd de richting van het gas omgedraaid omdat de hoge olieprijzen de prijzen van het gas in Europa omhoog hebben gejaagd.

Het langetermijneffect van de pijplijn op de prijs is onduidelijk, zowel in Groot-Brittannië als op het vasteland. Maar de pijplijn vermindert wel de wisselvalligheid van beide gasprijzen omdat ze over de prijsverschillen bemiddelt tussen Groot-Brittannië en de rest van Europa.

Dat speelt in het voordeel van de consumenten die anders misschien wilde prijsschommelingen zouden moeten ondergaan in een concurrentiële markt waar vraag en aanbod op korte termijn ongevoelig zijn voor prijs.

Het voordeel van de pijplijn heeft te maken met de redelijk concurrentiële markt in Groot-Brittannië. Andere pijplijnen naar de Europese Unie vanuit minder concurrentiële markten zullen niet noodzakelijk hetzelfde positieve effect hebben.

De Opec zou volledig irrelevant moeten zijn voor de Europese gasconsumenten. De prijs die zij betalen zou gekoppeld moeten zijn aan de lokale vraag naar en aanbod van gas.

Dat olie belangrijk blijft, zou voor de landen van de Europese Unie een signaal moeten zijn dat er nog werk aan de winkel is op het vlak van de liberalisering.