WASHINGTON (ap) -- De economische hoogconjunctuur in de Verenigde Staten heeft de kloof tussen rijk en arm vergroot. Dat blijkt uit een rapport dat deze week werd gepubliceerd.

Het rapport is het werk van twee economische onderzoeksinstituten uit Washington, het Centrum voor Begrotings- en Beleidsprioriteiten en het Instituut voor Economisch Beleid.

Tussen 1988 en 1998 is het inkomen van het armste vijfde deel van de Amerikaanse gezinnen er met minder dan een procent op vooruitgegaan, terwijl het inkomen van het rijkste vijfde deel met vijftien procent omhoogschoot, zegt het rapport. Een gezin wordt in het onderzoek gedefinieerd als twee of meer samenwonende personen.

Het inkomen van de armste gezinnen is in de periode van tien jaar met 110 dollar (4.350 frank) gestegen tot 12.990 dollar (515.000 frank) per jaar. De rijkste gezinnen kregen er 17.870 dollar (705.800 frank) bij en kwamen zo op een gemiddeld jaarinkomen van 137.480 (5,4 miljoen frank), meer dan tienmaal zoveel als dat van de armste.

Dat de vruchten van de economische groei niet eerlijk worden verdeeld, is evident. ,,De inkomens van de lage en middengroepen zijn achteruitgegaan of gestagneerd'', zegt Elizabeth McNichol, een van de opstellers van het rapport. Als oorzaken van de ongelijkheid ziet McNichol de langdurige hausse op de aandelenbeurs op Wall Street, waarvan de rijke beleggers profiteren, een verschuiving van banen in de industrie naar slechter betaald werk in de dienstensector en een stagnatie van het minimumloon.

In de staat New York was de kloof tussen arm en rijk het grootst. Hier ging het armste segment er 1.970 dollar (77.800 fr.) op achteruit en zag daarmee zijn jaarinkomen dalen tot 10.770 dollar (425.400 fr.), terwijl de rijkste groep er 19.680 dollar (777.360 fr.) bijkreeg en aan 152.350 dollar (6 miljoen fr.) per jaar kwam.

Aan de andere kant van de schaal bevond zich de staat Utah. Met gemiddeld 18.170 dollar (717.715 fr.) voor de armsten en 125.930 dollar (4,97 miljoen frank) voor de rijksten was de kloof in inkomen hier het kleinst. In slechts drie staten -- Alaska, Louisiana en Tennessee -- was er sprake van een vernauwing van de kloof tussen arm en rijk.

McNichol zei dat verhoging van het minimumloon en goed middel zou zijn om de kloof te verkleinen. Verder pleitte zij voor versterking van inkomensondersteunende maatregelen zoals vergoeding van vervoerskosten en kinderopvang.

Het Centrum voor Begrotings- en Beleidsprioriteiten en het Instituut voor Economisch Beleid zijn onafhankelijke organisaties die ijveren voor wijziging van de belastingwetgeving en een ander beleid om de positie van gezinnen met lage en modale inkomens te verbeteren. De cijfers die in het rapport worden genoemd, zijn afkomstig van het Bureau voor Bevolkingsvraagstukken en betreffen het belastbaar inkomen na inflatiecorrectie.