BRUSSEL -- De afschaffing van het bonus-malussysteem in de autoverzekering, die minister van Economie Rudy Demotte voorbereidt, zal de concurrentie tussen de verzekeringsmaatschappijen ongetwijfeld wat aanscherpen, maar grote veranderingen in de autoverzekering zal het niet teweegbrengen. Brokkenrijders zullen bovendien de rekening gepresenteerd krijgen.

Het Belgische bonus-malussysteem in de autoverzekering ligt al jaren onder vuur van de Europese Commissie die daarin ongeoorloofde prijsafspraken ziet tussen de verzekeringsmaatschappijen. De voormalige minister van Economie, Elio Di Rupo, heeft zich nooit veel van de kwestie aangetrokken. Maar zijn opvolger, Rudy Demotte, wil wel tegemoetkomen aan de Europese bezwaren. Hij heeft op zijn kabinet een werkgroep opgericht die zich over het dossier zal buigen.

België is een van de weinige landen met een veralgemeende bonus-malusregeling. De schaal telt 23 graden, van 0 tot 22, en met elke graad stemt een bepaald premieniveau overeen, uitgedrukt als percentage van de zogenaamde basispremie. Die basispremie -- 100 procent -- ligt op trap 14. Wie in de laagste graden -- 0 en 1 -- zit, betaalt slechts 54 procent. Dat is het geval voor bijna de helft van de verzekerden. Wie de hoogste graad bereikt, betaalt 200 procent van de premie.

Wie voor de eerste keer een autoverzekering neemt, begint op graad elf en zakt jaarlijks een trap. Wie een ongeval veroorzaakt, stijgt met vijf trappen. De bonus-malusgraad is dus eigenlijk een weerspiegeling van het schadeverleden. En dat verleden draagt de verzekerde met zich mee, ook als hij van verzekeringsmaatschappij verandert.

Het bonus-malussysteem betekent dat de Belgische verzekeringsmaatschappijen dezelfde premieniveaus hanteren voor dezelfde bonus-malustrap en dezelfde sprongen toepassen voor wie een ongeval veroorzaakt. Hoewel dat niet belet dat de verzekeringsmaatschappijen verschillende premies aanrekenen, remt het toch de concurrentie af, meent de Europese Commissie, die er vooral over struikelt dat het systeem in België verplicht wordt opgelegd.

De afschaffing van het bonus-malussysteem betekent dat iedere verzekeringsmaatschappij haar eigen tariefstructuur kan uitwerken voor de autoverzekering en een beleid kan uitstippelen om goede bestuurders te belonen en slechte bestuurders te bestraffen. De maatschappijen zijn daarop voorbereid, zegt een woordvoerder van de BVVO, de Beroepsvereniging van Verzekeringsondernemingen. Het staat al vast dat de maatschappijen in elk geval gegevens over het schadeverleden van de verzekerden zullen blijven uitwisselen.

Aangezien alle maatschappijen op zoek zijn naar de ,,goede'' risico's, zullen voorzichtige chauffeurs misschien lagere premies aangerekend krijgen in een nieuw systeem. Dat is een trend die al enkele jaren bezig is: verzekeringsmaatschappijen proberen via segmentatie aan de hand van objectieve criteria -- leeftijd van de verzekerde, woonplaats, geslacht -- een groter onderscheid te maken tussen goede en slechte risico's. Veel ruimte voor tariefdalingen in de autoverzekering is er echter niet: de tak verplichte autoverzekeringen in ons land, goed voor 67 miljard frank premieontvangsten per jaar, is nauwelijks rendabel.

Brokkenrijders, bestuurders die ongevallen veroorzaken, zullen wellicht niet beter af zijn door de afschaffing van het bonus-malussysteem.

Om te vermijden dat ze bij geen enkele verzekeringsmaatschappij meer terecht kunnen, wil minister Demotte het recht op verzekering invoeren. Verzekeringsmaatschappijen zullen worden verplicht om ook ,,slechte'' bestuurders te verzekeren tegen een premie vastgelegd door een onafhankelijk orgaan, het zogenaamde tarificatiebureau . Momenteel worden bestuurders die nergens meer terecht kunnen, opgevangen door een verzekeringspool, ondergebracht bij het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds dat onder meer schadevergoedingen uitkeert veroorzaakt door niet-verzekerde automobilisten.